Wijziging Aanbestedingswet 2012

Op 22 maart 2016 is het Wetsvoorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet 2012 aangenomen in de Tweede Kamer. De wetswijziging is het gevolg van een drietal Europese richtlijnen. De wet treedt vermoedelijk op 1 juli 2016 in werking.

Redenen voor de wijziging
De voornaamste redenen voor wijziging van de richtlijnen en de Aanbestedingswet zijn (1) het verbeteren van de toegang tot overheidsopdrachten, met name voor het MKB, (2) lastenverlichting en (3) het realiseren van doelstellingen op het gebied van innovatie en duurzaamheid.

Enkele belangrijke wijzigingen

Procedurele wijzigingen
De innovatiepartnerschapsprocedure voor het ontwikkelen en aankopen van innovatieve werken, leveringen en diensten wordt geïntroduceerd. Daarnaast wordt het mogelijk procedures te vereenvoudigen voor aanbestedende diensten niet zijnde rijksoverheid. Voor bepaalde diensten aan personen (zoals de gezondheidszorg en het onderwijs) gaat een apart regime gelden. Verder vervalt het verlichte regime voor 2B-diensten (diensten die door nationale dienstverleners (moeten) worden uitgevoerd).

Wijzigingen met betrekking tot de selectiecriteria, uitsluitingsgronden en gunningscriteria
Het wordt mogelijk om onder omstandigheden af te wijken van het uitgangspunt dat geen omzeteis mag worden gesteld. Verder worden de facultatieve uitsluitingsgronden uitgebreid (bijvoorbeeld uitsluiting op grond van “past performance”). Daarnaast zal een motiveringsplicht gaan gelden indien wordt gekozen voor het gunningscriterium ‘laagste prijs of laagste kosten’. Het wordt tevens mogelijk bij de gunning de kwaliteit van het personeel mee te laten wegen, aangezien dit een aanzienlijke invloed kan hebben op de uitvoering van de opdracht.

Integriteit
Het wordt mogelijk om van marktconsultatie gebruik te maken, waarmee goede en gerichte informatie van marktpartijen kan worden verkregen in het kader van een voorgenomen aanbesteding.. Daarnaast wordt voor de aanbestedende dienst een plicht gecodificeerd om “passende maatregelen” te nemen. Deze maatregelen dienen ervoor te zorgen dat de mededinging niet wordt vervalst door de deelneming van gegadigden of inschrijvers (of verbonden ondernemingen) die bij de voorbereiding van een aanbesteding zijn betrokken.

Codificatie wezenlijke wijzigings- en inbestedingsleerstuk
Het wezenlijke wijzigings- en (quasi-)inbestedingsleerstuk, dat gestalte heeft gekregen in de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, wordt gecodificeerd. Een wezenlijke wijziging van de opdracht brengt als hoofdregel met zich mee dat de opdracht opnieuw moet worden aanbesteed. Bij inbesteding wordt een opdracht één op één gegund aan een rechtspersoon die deel uitmaakt van de aanbestende dienst; bij quasi-inbesteding maakt de rechtspersoon geen deel uit van de aanbestedende dienst, maar oefent de aanbestedende dienst op die rechtspersoon wel een bepaalde (verregaande) mate van controle uit waardoor één op één kan worden gegund.

Concessies
Voor een concessieopdracht dient sprake te zijn van een opdracht, welke opdracht een daadwerkelijk exploitatierisico voor de concessiehouder inhoudt. In het wetsvoorstel wordt één licht regime voor concessieopdrachten voor werken en diensten geïntroduceerd. Aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven kunnen de procedure naar eigen inzicht organiseren, met inachtneming van de aanbestedingsbeginselen. Gunning is in principe mogelijk voor een looptijd van maximaal vijf jaar.

 

 

 

 

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar