Verkorting duur partneralimentatie?

Sinds 1 juli 1994 is de wettelijke termijn voor het betalen van partneralimentatie maximaal 12 jaar (n.b.: daarvóór kregen alimentatieplichtigen ‘levenslang’). Toen in juni 2015 het wetsvoorstel tot verkorting van deze partneralimentatietermijn aanhangig werd gemaakt, was dat veelvuldig onderwerp van gesprek in onze praktijk. Nieuwe cliënten vroegen zich af of ze niet beter even konden wachten met het opstarten van hun echtscheidingsprocedure totdat de wet in werking zou treden. In lopende alimentatieprocedures was het de vraag of de rechter in zijn oordeel vooruit zou lopen op de aanstaande wetswijziging. Vroegere cliënten, die al jaren partneralimentatie betaalden, belden ons met de vraag of ze daar binnenkort mee konden stoppen. De verwachting was immers dat de wet er snel door zou zijn.

Volgens de initiatiefnemers (VVD, PvdA en D66) sloot hun wetsvoorstel aan bij de maatschappelijke opvatting dat de zelfstandigheid van de beide partners, de (nagenoeg) gelijke kansen op de arbeidsmarkt en de bestaande scholings- en opleidingsmogelijkheden in beginsel betekenden dat iedereen al weer snel na een scheiding in zijn of haar eigen levensonderhoud kon voorzien. Een verplichting om (in beginsel) 12 jaar partneralimentatie te betalen paste gewoon niet meer in deze tijd.

Niet iedereen werd trouwens in het wetsvoorstel over één kam geschoren: er moest nog wel rekening worden gehouden met de aanwezigheid van jonge kinderen, de duur van het huwelijk en de leeftijd van de alimentatiegerechtigde en -plichtige. Zo kwamen de initiatiefnemers tot het volgende schema:

  1. Geen kinderen jonger dan 12 jaar
    Duur huwelijk 0-3 jaar: geen recht op partneralimentatie.
    Duur huwelijk langer dan 3 jaar: recht op alimentatie voor een duur gelijk aan de helft van het huwelijk met een maximum van 5 jaar.
  2. Wel kinderen jonger dan 12 jaar
    Partneralimentatie voor de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar maar in ieder geval totdat het jongste kind 12 jaar is.
  3. Huwelijken langer dan 15 jaar en alimentatiegerechtigde ten hoogste 10 jaar jonger dan de AOW-leeftijd
    Recht op alimentatie voor de duur van 5 jaar maar in ieder geval minimaal tot de alimentatiegerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.
  4. Alimentatieplichtige bereikt AOW gerechtigde leeftijd
    In alle gevallen eindigt de alimentatieplicht indien de alimentatieplichtige de AOW gerechtigde leeftijd bereikt.

Nu zijn we ruim anderhalf jaar verder en horen we al bijna een jaar niets meer van dit wetsvoorstel. Hoe komt dat?

In april 2016 liet de Afdeling advisering van de Raad van State in een uiterst kritisch advies over weinig heel van het wetsvoorstel. Het oordeel luidde onder meer dat “de initiatiefnemers in het voorstel uitgaan van een situatie met betrekking tot de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en met betrekking tot de verdeling van zorgtaken binnen het huwelijk, die ver verwijderd is van de maatschappelijke realiteit.” Ook voorzag de Raad van State “schrijnende situaties“, omdat er door invoering van het wetsvoorstel in een groot aantal gevallen helemaal geen recht op partneralimentatie meer zou bestaan. Om deze redenen adviseerde de Afdeling de voorgestelde wijze van limitering van partneralimentatie te heroverwegen. De initiatiefnemers hebben daarna nog wel op dit advies van de Raad van State gereageerd, maar toen werd het stil.

Intussen bleken rechters in alimentatieprocedures niet te willen vooruitlopen op het wetsvoorstel, omdat het nog maar de vraag is of het ooit zal worden aangenomen, en zo ja: hoe dat er dan uit zal zien.

Conclusie
Alhoewel het nog te vroeg is om te stellen dat het wetsvoorstel tot verkorting van de wettelijke partneralimentatietermijn een vroege dood is gestorven, is er op dit moment geen enkel teken van leven in te bespeuren. Of 2017 het jaar wordt waarin een reanimatiepoging wordt ondernomen, is maar zeer de vraag. Op 15 maart 2017 zijn immers de Tweede Kamerverkiezingen en in een verkiezingsjaar is er doorgaans weinig aandacht voor nieuwe wetgeving, zéker als de daaropvolgende formatie moeizaam en tijdrovend wordt (en daar heeft het op voorhand alle schijn van). Voorlopig is er dus in ieder gevál nog geen verkorting van de wettelijke partneralimentatietermijn te verwachten en blijft alles bij het oude. We houden u op de hoogte.

 

 

Peter de Bruijn

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar