UBO-registratieplicht

De UBO-registratieplicht, oplossingen?

Het is bijna 27 september, de dag waarop het UBO-register online gaat. Om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan worden naar schatting zo’n 1.5 miljoen organisaties geconfronteerd met een UBO-registratieplicht. In een eerdere bijdrage ‘De nieuwe UBO-registratieplicht (https://www.holla.nl/nieuwsbericht/de-nieuwe-ubo-registratieplicht/)’ zijn wij al ingegaan op wat deze registratieplicht inhoudt. Nu staan wij stil bij de vraag of de UBO-registratieplicht voorkomen kan worden. In deze bijdrage besteden wij speciale aandacht aan de vraag wat de inwerkingtreding van de UBO-registratieplicht heeft op het gebied van privacy.  

Alhoewel voor velen een registratie in een UBO-register op weinig problemen stuit, geldt dit zeker niet voor iedereen. Voor verschillende partijen is de UBO-registratieplicht om legitieme redenen ongewenst. Een voor de hand liggende reden bestaat uit voorkomen van bekendheid van het persoonlijk vermogen om redenen van privacy en/of ter bescherming van misdaad en eigen veiligheid. Personen die bijvoorbeeld tot nog toe niet in de Quote 500 te zien waren willen dat wellicht graag zo houden. Een andere reden is dat men niet wil dat andere partijen weten wie de UBO is, bijvoorbeeld ter bescherming van concurrentiegevoelige informatie. Er zijn veel argumenten om uit het UBO-register te willen blijven, maar kan dat überhaupt?

Afschermingsmogelijkheden?

De afschermingsmogelijkheden volgens de wet zijn zeer beperkt. Het gaat alleen om minderjarigen, personen onder curatele en personen “op wie veiligheidsrisico’s van toepassing zijn en die onder overheidsbescherming staan”.  Voor afscherming van de gegevens moet een verzoek worden ingediend bij de Kamer van Koophandel en alleen in het geval van minderjarigen wordt zo’n verzoek automatisch gehonoreerd.

Gebruik niet-EU-rechtspersoon

De registratieplicht geldt alleen voor EU rechtspersonen. Als een potentiële UBO van plan is (nieuwe) activiteiten te ontplooien, kan hij of zij er dus voor kiezen om een vergelijkbare entiteit op te richten naar het recht van een land waar de UBO-registratie (nog) niet geldt. Via een dergelijke omweg kan een UBO-registratie (in Nederland) worden voorkomen.

Dit heeft natuurlijk wel wat voeten in aarde en kan fiscale gevolgen hebben: deze zijn afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Voor zover er geen bestaande vermogensbestanddelen worden overgedragen naar een entiteit die feitelijk in het buitenland is gevestigd, zijn er geen fiscale consequenties. Als een (deel van een) actieve onderneming wordt overgedragen aan een entiteit die feitelijk in het buitenland is gevestigd, leidt de overdracht in beginsel tot een ‘exitheffing’. De gevolgen van zo’n keuze moeten dan ook fiscaal goed onderzocht worden.

Privacy aspecten ten opzicht van de UBO-registratieplicht

De UBO-registratieplicht brengt met zich mee dat inzichtelijk wordt gemaakt welk economisch belang een UBO heeft binnen een entiteit en wat de omvang van dit belang is. Daarnaast worden de naam, geboortemaand en -jaar, woonstaat en nationaliteit van de UBO voor een ieder toegankelijk.[1] Aanvullende gegevens (zoals de geboortedag, het BSN en woonadres) zullen enkel toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid. De Nederlandse wetgever beargumenteert dat de afscherming van aanvullende gegevens de bescherming van de privacy van de UBO’s voldoende waarborgt. Het is echter zeer de vraag of dit afdoende is.

De gegevens als hierboven omschreven zijn namelijk persoonsgegevens in de zin van de algemene verordening gegevensbescherming (‘AVG’). De AVG brengt onder meer met zich mee dat het opvragen, raadplegen en gebruiken van persoonsgegevens op “een behoorlijke en rechtmatige wijze” moet plaatsvinden. Daar komt bij dat persoonsgegevens alleen mogen worden gebruikt indien het beoogde doel redelijkerwijs op geen andere, minder ingrijpende wijze kan worden bereikt.

Wij zijn van mening dat het tegengaan van terrorisme en witwaspraktijken in Nederland wel degelijk op een minder ingrijpende wijze kan worden bereikt en dat het gebruik van de persoonsgegevens van alle UBO’s strijdig is met de beginselen van de AVG. Het zou namelijk al voldoende moeten zijn dat informatie over de UBO’s beschikbaar is voor de bevoegde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid. Ook in andere Europese lidstaten is bij de implementatie van de Europese richtlijn gekozen voor een besloten register dat enkel toegankelijk is voor derden met een legitiem belang. In bijvoorbeeld Duitsland bestaat een dergelijk legitiem belang alleen als de aanvrager van de informatie kan aantonen dat dit noodzakelijk is voor en verband houdt met de preventie en bestrijding van het witwassen en terrorismebestrijding.

Wat kan hiertegen worden gedaan?  

Als u vermoedt dat uw persoonsgegevens zijn verwerkt op een manier die in strijd is met de privacywet, kunt u op ieder moment een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (‘AP’). Bijvoorbeeld als u het idee heeft dat uw gegevens zijn gebruikt voor andere doeleinden dan de bestrijding van terrorisme en witwaspraktijken. Dit zal echter in veel gevallen moeilijk zijn om te bewijzen en wij adviseren u dan ook om u in dergelijke gevallen juridisch te laten adviseren.

Daarnaast heeft Stichting Privacy First recent aangekondigd een rechtszaak te starten tegen het UBO-register nu volgens haar de Nederlandse wet en ook de bovenliggende Europese richtlijn strijdig zijn met het Europese privacy- en gegevensbeschermingsrecht. Het is echter nog maar de vraag of dit gevolgen zal hebben voor de UBO-registratieplicht. Eerdere kritiek van de Europese Data Protection Supervisor en de Tweede Kamer heeft namelijk ook niet tot aanpassing van de (Europese) regelgeving geleid. Wij zullen u in ieder geval op de hoogte houden omtrent nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.

Conclusie

Voor verschillende partijen is de UBO-registratieplicht om legitieme redenen  bezwaarlijk. Helaas zijn de mogelijkheden tot het afschermen van de UBO maar zeer beperkt. Afschermingsmogelijkheden bestaan enkel bij minderjarigen, onder curatele gestelden en personen op wie veiligheidsrisico’s van toepassing zijn en die onder overheidsbescherming staan. Een vennootschap oprichten naar het recht van een land waar de UBO-registratie niet geldt zou een andere mogelijkheid zijn om niet in het UBO-register te worden geregistreerd, maar kan nogal wat complicaties hebben.

Wilt u nader advies over de afschermingsmogelijkheden van het UBO-register of over de privacy risico’s van de UBO-registratieplicht of heeft u hulp nodig bij het registreren de UBO-gegevens? Onze specialisten (https://www.holla.nl/advocaten/) helpen u graag bij het voldoen aan de UBO-registratieplicht.

[1] Zie artikel 15a van de Handelsregisterwet 2007.

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?