Prinsjesdag deel 2

Prinsjesdag 2018, deel 2: de belangrijkste wijzigingen op het gebied van  de inkomstenbelasting en loonheffingen.

De derde dinsdag in september is ieder jaar weer een spektakel van nieuwe plannen en wijzigingen. Hieronder geven wij een overzicht van de belangrijkste wijzigingen op het gebied van de inkomstenbelasting en loonheffingen die in het Belastingplan 2019 werden gepresenteerd.

Inkomstenbelasting

Van vier belastingschijven terug naar twee!

Het kabinet gaat de belastingschijven in de inkomstenbelasting flink hervormen. Vanaf 2021 zijn er van de vier belastingschijven nog maar twee belastingschijven over, en voor wie AOW heeft, drie. In 2019 is het kabinet nog niet zover, maar om de tarieven naar elkaar toe te laten buigen, dalen de tarieven in de tweede, derde en vierde schijf (zie de tabel hieronder). In 2021 zal een basistarief gaan gelden van 37,05% voor inkomens onder de € 68.507 en wordt inkomen boven deze grens belast met een toptarief van 49,5%. Deze fiscale maatregelen worden genomen om werken aantrekkelijker te maken.

Het eigenwoningforfait wordt verlaagd

Doordat de hypotheekrenteaftrek vanaf 2020 versneld verlaagd gaat worden, wordt het eigenwoningforfait ter compensatie ook verlaagd. Voor woningen met een WOZ-waarde tussen de € 75.000 en € 1.060.000 gaat het percentage dat in 2018 nog op 0,70 % staat in 2019 naar 0,65 % en in 2020 naar 0,60 %. Voor woningen boven € 1.060.000 blijft het percentage echter 2,35%. Verder wordt voor het belastingjaar 2018 het eigenwoningforfait bij toepassing van de uitzendregeling met terugwerkende kracht verlaagd naar 1,15 % (dit was 1,25 %).

Tabel 1

Versnelde afbouw voor andere aftrekposten in de inkomstenbelasting

De hypotheekrenteaftrek wordt in 2019 verder afgebouwd tot 49 %. Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd in vier stappen van 46% naar 37,05 % in 2023.

Hetzelfde afbouwtraject gaat per 1 januari 2020 ook gelden voor de volgende grondslag verminderende posten in de inkomstenbelasting:

  • de ondernemersaftrek: bestaande uit de zelfstandigenaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en stakingsaftrek;
  • de mkb-winstvrijstelling;
  • de terbeschikkingsstellingsvrijstelling;
  • de persoonsgebonden aftrek: bestaande uit onder andere uit de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, specifieke zorgkosten, aftrekbare giften en nu nog de scholingsuitgaven en de uitgaven voor monumentenpanden.

Tabel 2

Verhoging box 2 tarief & DGA met hoge schuld in R-C aan de eigen B.V. wordt belast

Om het mkb tegemoet te komen, heeft het kabinet besloten om het box-2 tarief minder hard te laten stijgen dan oorspronkelijk was beoogd, namelijk van 25 % in 2019 naar 26,25 % in 2020 en 26,9 % in 2021. Echter, om de gemiste inkomsten die hiermee gepaard gaan te dekken heeft het kabinet besloten dat DGA’s die een schuld hebben van meer dan € 500.000 aan hun eigen B.V. waarschijnlijk vanaf 2020 te maken krijgen met een heffing in box 2 van de inkomstenbelasting. Voor zover een rekening-courantschuld dan meer bedraagt dan € 500.000 zal deze worden belast in box 2 als dividenduitkering. De maatregel is nu alleen genoemd in de Miljoennota 2019 en niet nader uitgewerkt of opgenomen in het Belastingplan 2019.

Wij zullen op korte termijn een stuk publiceren over deze maatregel die 23.000 DGA’s financieel hard gaat treffen indien het kabinet dit doorzet.

Verkorting voorwaartse verliesverrekening

De voorwaartse verrekening van verliezen in box 2 wordt verkort van negen naar zes jaar, conform de voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting.

Box 3-heffing 2019 dichter bij de werkelijkheid

Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd tot € 30.360 per persoon. Hierboven wordt het forfaitaire rendement van de vermogensschijven 1,94 % (op vermogen tussen € 30.360 – € 102.010), 4,45 % (op vermogen tussen € 102.010 – € 1.020.096) en 5,60 % (op vermogen boven de €  1.020.096). Over dit belastbaar inkomen uit sparen en beleggen bent u 30% inkomstenbelasting verschuldigd.

De heffingskortingen

De algemene heffingskorting wordt de komende drie jaar verhoogd om te zorgen dat niet alleen de middeninkomens profiteren van de heffingskortingen, maar ook de lagere inkomens. Het maximum van de algemene heffingskorting in de jaren 2019, 2020 en 2021 wordt geleidelijk verhoogd tot uiteindelijk € 2.753 (2018: € 2.265, 2019: € 2.477). De bestaande inkomensafhankelijke afbouw tot nihil in de tweede en derde schijf blijft echter gehandhaafd. Ook het maximale bedrag van de arbeidskorting gaat omhoog tot uiteindelijk € 3.945 in 2021 (2018: € 3.249 en 2019 € 3.399). Hiertegenover staat echter dat deze heffingskorting boven een arbeidsinkomen van EUR 34.060 wordt afgebouwd met 6% (2018: 3,6%).

Loonbelasting

Verkorting van de 30%-regeling

In de loonbelasting wordt de maximale looptijd van de 30%-regeling per 1 januari 2019 met drie jaar verkort van acht naar vijf jaar, ook voor werknemers die al gebruik maakten van de 30%-regeling. Voor de mogelijkheid om de werkelijke extraterritoriale kosten onbelast te vergoeden zal ook worden uitgegaan van een maximumperiode van vijf jaar. Er komt alleen overgangsrecht met betrekking tot de schoolgelden voor internationale scholen. Aan de werknemers die door de verkorting van de 30%-regeling worden geraakt, mogen schoolgelden voor het schooljaar 2018/2019 nog wel onbelast worden vergoed, onder voorwaarde dat de schoolgelden binnen de oorspronkelijke looptijd vergoed of verstrekt worden.

Omdat er verder niet voorzien wordt in overgangsrecht met betrekking tot de huidige verkorting, kunnen bepaalde medewerkers per 1 januari 2019 buiten de regeling komen te vallen. Het kan dus voordelig zijn om bepaalde bonussen of aandelenopties nog in 2018 uit te betalen of uit te oefenen, zodat ze nog gebruik kunnen maken van de 30%-regeling. Er moet rekening mee worden gehouden dat zodra de 30%-regeling niet langer van toepassing is, het gehele box 3 vermogen in de heffing van inkomstenbelasting wordt betrokken. Indien van toepassing geldt dit eveneens voor belastbaar inkomen uit box 2.

Bijtelling duurdere elektrische auto naar 22%

Er gelden momenteel twee bijtellingscategorieën voor de auto van de zaak. Alle auto’s die 100 % elektrisch rijden vallen dit jaar in de bijtellingscategorie van 4%. Alle auto’s met 1 gram of meer uitstoot per gereden kilometer vallen in de bijtellingscategorie van 22%. Per 1 januari 2019 gaat de bijtelling van 22 % ook gelden voor elektrische auto’s met een catalogusprijs van meer dan € 50.000. Dit wil zeggen werknemers volgend jaar te maken krijgen met een bijtelling voor elektrische auto’s van 4% tot € 50.000 en 22% op het deel van de catalogusprijs dat boven de € 50.000 uitkomt. Deze regeling wordt in de volksmond ook wel de “Teslatax” genoemd, waarbij verwezen wordt naar het dure automerk Tesla. Vanaf 2021 gaat voor elektrische auto’s gelden dat over de gehele cataloguswaarde 22% bijtelling verschuldigd is. Eigenaren van een elektrische auto hebben dan dus geen fiscaal voordeel meer van hun auto.

Fiets van de zaak: bijtelling vanaf 1 januari 2020

Wie een fiets van de zaak “least” is vanaf 1 januari 2020 af van de ingewikkelde boekhouding van privé- en werkkilometers die daar momenteel bij komt kijken. De waarde van het privévoordeel van een fiets van de zaak wordt vanaf 2020 vastgesteld op een vast percentage van 7 % van de oorspronkelijke nieuwwaarde van de fiets (consumentenadviesprijs). De bijtelling geldt als de fiets voor (een deel van het) woon-werkverkeer ter beschikking wordt gesteld door de werkgever (de werkgever blijft dus eigenaar van de fiets). Een doorsnee fiets van de zaak kost de werknemer daardoor een paar euro per maand.

Tot slot

De nieuwe Miljoenennota, Rijksbegroting, het Belastingplan en alle bijbehorende stukken zijn hier te vinden.

Het behandelschema Belastingplan 2019 in de Tweede Kamer is als volgt. Op 15 november 2018 stemmen de Tweede-Kamerleden over het pakket Belastingplan. Daarna moet de Eerste Kamer nog instemmen met het pakket Belastingplan. Dat zullen zij doen voor het kerstreces. Mochten er wijzigingen plaatsvinden in de plannen van het kabinet zullen wij u daarover infomeren.

Mocht u vragen hebben met betrekking tot de gevolgen van de (beoogde) wijzigingen voor uw onderneming of werknemers, neem dan gerust contact met ons op. Demi, Boris en Tom hepen u graag!

 

Demi van Zantvoort, fiscalist

Boris Emmerig, Managing Partner, Finance

Tom Zondag

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar