Ontbinding op de H-grond / de restgrond

Sinds de intrede van de WWZ zijn de ontslaggronden limitatief opgesomd in de wet onder a t/m h. De laatste grond, de “h-grond” wordt ook wel de “restgrond” genoemd. Op basis van de h-grond kan de arbeidsovereenkomst worden beëindigd indien sprake is van andere omstandigheden, die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De restgrond is dus bedoeld voor situaties die niet zijn terug te voeren op de overige gronden.

Wanneer ontbinden op de h-grond?

In de Memorie van Toelichting zijn als concrete voorbeelden van de h-grond genoemd: detentie, illegaliteit van de werknemer of het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning van de werkgever. Daaraan zijn later de voetbaltrainer met achterblijvende resultaten en de manager met wie verschillen van inzicht bestaan over het te voeren beleid toegevoegd.

Tot nu toe zijn rechters terughoudend in de toekenning van een ontbinding op basis van de h-grond. Bij ontbinding op de h-grond dient, evenals bij de andere gronden, een volwaardige ontbindingsgrond aangevoerd en onderbouwd te worden. De grond is dus geen restgrond in die zin dat als de andere gronden niet slagen, dan altijd nog ontbinding op de h-grond kan worden uitgesproken.

Kinderjuf met de dood bedreigd

Onlangs moest de kantonrechter Haarlem oordelen over een ontbindingsverzoek op de h-grond (kantonrechter Haarlem 14 juni 2016). De werkgever een kinderdagverblijf vroeg ontbinding van het dienstverband van een kinderjuf nadat zij met de dood was bedreigd. De kinderjuf werd op haar werk bezocht door twee rechercheurs. De rechercheurs melden dat er doodsbedreigingen waren geuit aan het adres van de kinderjuf. Een broer van de kinderjuf werd in verband gebracht met het criminele milieu en was voortvluchtig. Zijn vrouw was doodgeschoten en haar jongste broer stond op een dodenlijst.

De werkgever, het kinderdagverblijf, had al eerder contact gehad met de politie. De politie gaf op dat moment aan dat er geen dreiging was voor het kinderdagverblijf. Enige tijd later brachten de twee rechercheurs van de Criminele Inlichtingen Eenheid een bezoek aan de kinderjuf op het kinderdagverblijf en deelden haar mee dat er een ‘dreiging op haar leven’ was.

Volgens het kinderdagverblijf kon de veiligheid van de kinderen in deze situatie niet worden gegarandeerd. Het kinderdagverblijf heeft daarom aangegeven het dienstverband met de kinderjuf te willen beëindigen. Het kinderdagverblijf heeft eerst geprobeerd in overleg met de kinderjuf een beëindiging te realiseren. Helaas lukte dat niet, ook niet na het volgen van een mediationtraject. Het kinderdagverblijf heeft daarom de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de h-grond.

Conclusie kantonrechter Haarlem

De kantonrechter overwoog dat hoewel de werkgever verplicht is om beveiliging te bieden, de beveiliging in welke vorm en mate ook met deze bedreiging niet voldoende zou zijn om de veiligheid van de kinderen te kunnen waarborgen. Zo was de speelplaats van het kinderdagverblijf zichtbaar vanaf de openbare weg. Het codeslot van het kinderdagverblijf bood ook niet voldoende zekerheid om ongewenste personen buiten de deur te houden. Ook ouders en kinderen lopen in en uit. Daarbij gaf de kantonrechter aan dat wanneer er met de kinderen uitstapjes buiten het kinderdagverblijf worden gemaakt de werkgever onvoldoende veiligheid zou kunnen bieden.

De kantonrechter stelde de veiligheid van de kinderen voorop. Nu het kinderdagverblijf deze veiligheid niet zou kunnen waarborgen achtte de kantonrechter deze situatie zodanig dat niet van het kinderdagverblijf verwacht kon worden om de arbeidsovereenkomst met de kinderjuf te laten voortduren. De kantonrechter ontbond daarom de arbeidsovereenkomst onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar