Off Ice Pret

Januari 1987. Het is avond. Ik ben met de fiets op weg naar het Graafse Raamdal, een natuur- en recreatiegebied ten zuiden van het Noord-Brabantse kerkdorpje Escharen. Het is mistig en koud, maar de koptelefoon van mijn walkman doet nuttig dienst als oorwarmer. Ik luister naar Parade, het recentste werk van de dit jaar helaas overleden Prince, terwijl ik inmiddels ben aangekomen op de Karweg, een kuilig en onverlicht pad, dat het langgerekte Raamdal doorklieft. De kazematten aan de linker- en rechterkant herinneren aan de verdedigingslinie Peel-Raamstelling, een linie die begon bij de Maas in Grave en eindigde aan de Belgische grens bij Weert. De donkerte en de dikke nevelflarden geven het geheel een sinistere aanblik. Een schril contrast met de zoetgevooisde klanken die Prince op dat moment uit zijn keel tovert. Even later leg ik mijn fiets in het gras en loop ik richting een vijver. Dat de plas volledig door hoog riet is omsloten verraadt dat recreatief gebruik niet gewenst is, maar dat is juist de reden dat ik hier ben. Pas bij het naderen van de laatste rieten wachters krijg ik zicht op waarvoor ik gekomen ben. Voor me ligt de perfecte ijsvloer. Een grote, diepzwarte spiegel, zonder sporen, scheuren of wakken. Puur en ongerept. Ik ga op mijn tas zitten en doe mijn schaatsen aan. Met slechts een klein streepje licht van de maan zwier ik over het maagdelijke ijs. Het Ultieme Geluid. Het Ultieme Gevoel. “Sometimes I wish that life was never ending, but all good things, they say, never last”, zingt Prince aan het einde van mijn cassettebandje, als ik voldaan terugfiets naar huis. Hij had gelijk. Ook ijspret duurt nooit lang, áls het al voorkomt.

Een paar jaar later, begin jaren negentig, zou ik echter in aanraking komen met een fenomeen dat een prachtig alternatief biedt: (inline)skaten, ofwel, schaatsen op straat. Nooit meer wachten op vorst. Droog weer en goed asfalt, that’s all you need. Er was echter één probleem. De wetgever. Want die bestempelde de nieuwe weggebruiker tot voetganger. Nogal een misslag, om maar in de termen te blijven, want een skater gedraagt zich natuurlijk heel anders. Deze onduidelijkheid leidde tot een groot aantal (bijna) ongelukken. Het bracht de ANWB in 1999 tot het oprichten van een landelijk ‘Skateplatform’, met als taak de veiligheid van skaters te vergroten. De wetgever gaf echter geen gehoor aan de veelgehoorde roep de skater de fietserstatus te geven. Een skater van rechts heeft dus geen voorrang, om maar een belangrijk nadeel te noemen. Het Platform bedacht daarom in 2002 een Skatecode, met allerlei tips en adviezen. In de jaren daarna werd de wetgever een klein beetje wakker. Het zorgde ervoor dat skaters sinds 1 april 2008 ook het fietspad mogen gebruiken.

Skaten is overigens niet alleen leuk en gezond, de schoenen met wielen zijn ook een nuttig vervoermiddel. Uit een recente prognose van het CBS blijkt dat steeds meer mensen in de stad gaan wonen. Omdat de wegen daardoor verder dichtslibben willen Den Haag en Rotterdam samen met ov-bedrijven bekijken hoe ze steden in de toekomst ‘skateboard- en rollerskate-vriendelijker’ kunnen maken, zo viel gisteren op diverse nieuwssites te lezen. De skater blíjft voor de wet echter voetganger en dat is toch lastig. Zolang ook dat gebrek niet wordt geheeld, vormt dat een domper op de off-ice-pret. Alhoewel, het zijn van niet-bestuurder heeft één groot voordeel. Een skater kan namelijk niet worden aangehouden voor rijden onder invloed. En dat is toch mooi meegenomen met de naderende feestdagen.

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar