Voorwaardelijke zorgfusie?

NZa: Naar aanleiding van zorgspecifieke fusietoets besluit tot goedkeuring van fusie onder voorwaarden

Op 9 april 2019 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit een concentratiebesluit, over de voorgenomen fusie van het Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (‘Erasmus’) en Stichting IJssellandziekenhuis (IJsselland), genomen.[1] Daarover heeft de NZa op 25 april 2019 een nieuwsbericht op haar website geplaatst.[2]

Over de zorgspecifieke fusietoets

De Nederlandse Zorgautoriteit (‘NZa’) heeft op grond van de Wet Marktordening Gezondheidszorg (‘Wmg’) tot taak het uitvoeren van een zorgspecifieke fusietoets indien er sprake is van een voorgenomen fusie tussen zorgaanbieders die zorg doen verlenen door meer dan 50 personen. De zorgspecifieke fusietoets is vooral procedureel van aard. De NZa beziet of er sprake is van een zorgvuldige voorbereiding en of de stakeholders – de cliëntenraad, ondernemingsraad, maar ook zorgverzekeraars en inspraakorganen hun zienswijze kenbaar hebben kunnen maken. Verder beziet de NZa of de effecten van de overname wel voldoende zijn onderzocht. Indien de NZa groen licht geeft voor de overname, naar aanleiding van de uitgevoerde zorgspecifieke fusietoets, kunnen de zorgaanbieders het voornemen tot het aangaan van de fusie aanmelden bij de Autoriteit Consument en Markt (‘ACM’). De ACM zal dan kritisch beoordelen of ten gevolge van de fusie een economische machtspositie in de zin van de Mededingingswet kan ontstaan of kan worden versterkt, waarbij bezien wordt of er voldoende concurrentie overblijft.

Het Erasmus en het IJsselland hebben, blijkens het besluit van de NZa, hun fusievoornemen allereerst in het kader van de zorgspecifieke fusietoets aan de NZa voorgelegd.

In deze bijdrage wordt eerst ingegaan op de fusievoornemens van de genoemde ziekenhuizen. Daarna zal het besluit van de NZa worden toegelicht. Daarna zal een schot voor de boeg worden gegeven voor wat betreft de procedure bij de ACM.

De fusievoornemens van de ziekenhuizen

Het voornemen tot fuseren houdt in dat het Erasmus 51% van de aandelen in het IJsselland zal overnemen. De beide ziekenhuizen wensen te komen tot een gezamenlijke behandeling van patiëntengroepen, waarbij de complexe ziekenhuiszorg door het Erasmus zal worden uitgevoerd en de eerstelijns ziekenhuiszorg door IJsselland. Het Erasmus zal uitvoering van niet-complexe ziekenhuiszorg dan overdragen aan het IJsselland. Leidend is dat de ziekenhuizen zorg aanbieden die complementair is aan elkaar, waarbij de zorg het dichtst bij de patiënt dient te worden verleend en de zorgvraag van de patiënt bepalend is. De ziekenhuizen zullen gezamenlijke zorgprotocollen opstellen en zorgpaden uitstippelen. Zij wensen de eigen identiteit te behouden. Continuïteit van de zorg en kwaliteitsverbeteringen zijn de doelen, leidend tot een verbetering van de gezondheid van de patiënten in de regio Rotterdam. Het is niet de intentie dat afdelingen of vakgroepen in elkaar opgaan.

Het besluit van de NZa

De NZa besluit dat de stakeholders goed bij de voorbereiding van het besluit zijn betrokken. Ook zijn de effecten van de voorgenomen fusie voldoende door de ziekenhuizen onderzocht voor wat betreft de specialisaties leverchirurgie, de intensive care en hematologie. De NZa besluit echter dat de gevolgen voor de overige zorggebieden, met name op het gebied van de bereikbaarheid en de betaalbaarheid, onvoldoende in kaart zijn gebracht. Hoewel voor de cruciale zorg geen negatieve effecten te verwachten zullen zijn, verbindt de NZa een voorwaarde aan de goedkeuring. Deze voorwaarde betreft dat de fuserende partijen gedurende een periode van vijf jaren jaarlijks inzicht zullen geven over de voortgang van de ontplooide zorginitiatieven. Meer in het bijzonder moeten partijen aangeven welke risicobeheersingsmaatregelen zij hebben getroffen, wat de risico’s van de uitwerking zijn voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de zorg, welke gevolgen de uitvoering daarvan heeft voor de zorgverlening voor de betrokken cliëntgroepen en welke afspraken tussen partijen zijn gemaakt om het geïdentificeerde samenwerkingspotentieel te realiseren.

Dit is opvallend. Het is namelijk de eerste keer dat de NZa een dergelijke voorwaarde aan een besluit verbindt na een uitgevoerde zorgspecifieke fusietoets en de goedkeuring dus ‘slechts’ voorwaardelijk verleent.

Schot voor de boeg ACM-procedure

De ACM staat kritisch tegenover fusies van ziekenhuizen zoals deze in het verleden hebben plaatsgevonden. Daarbij heeft de ACM zich met name kritisch uitgelaten over de stijging van de kosten van de behandelingen. De resterende concurrentie binnen de geografische ziekenhuismarkt zal bij de procedure bij de ACM zorgvuldig in kaart moeten worden gebracht om te bezien of er voor de cliënten voldoende alternatieven resteren. Dat betreft dan met name de eerstelijns ziekenhuiszorg, nu de topzorg door het IJsselland niet werd uitgevoerd. De informatie als aan te leveren bij de NZa en de door haar gestelde voorwaarden loopt vooruit op de informatie die bij de ACM ten tijde van de aanmelding moet worden verstrekt: de risico’s voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de zorg en de gevolgen voor de zorgverlening. De fuserende ziekenhuizen zullen meer inzicht moeten geven in de te verwachten gevolgen van de fusie.

[1] <https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_272438_22/1/>

[2] <https://www.nza.nl/actueel/nieuws/2019/04/25/nza-stelt-voorwaarden-aan-concentratie-erasmus-mc-en-ijsselland-ziekenhuis>

Meer weten over dit onderwerp? Jacqueline de Vries en Ferry Weelen adviseren u graag!

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar