Mag EMTÉ de supermarktformule eenzijdig wijzigen naar Jumbo of Coop?

Slikken of stikken?

De kranten staan er vol van: ‘EMTÉ houdt er mee op’ (NOS), ‘Laatste EMTÉ-filialen sluiten hun deuren’ (Omroep Brabant). Alle EMTÉ-supermarkten gaan over naar Coop of Jumbo. Tenminste, dat is de bedoeling. Een franchisenemer van EMTÉ verzet zich tegen de gedwongen wijziging van de supermarktformule naar Coop. Wint hij deze zaak?

Wat is er aan de hand?
In 2018 koopt Coop samen met Jumbo het supermarktbedrijf EMTÉ, met de intentie om een deel van de supermarkten te laten doorgaan als Coop-supermarkt en de rest als Jumbo-supermarkt. EMTÉ Serooskerke moet volgens het plan verder als Coop-supermarkt. De franchisenemer is echter niet van plan om een Coop uit te baten. Hij wil in plaats daarvan een franchiseovereenkomst sluiten met PLUS.

Wat is de stand van zaken?
Coop start een kort geding tegen de weigerachtige franchisenemer. Volgens een bepaling in de franchiseovereenkomst moeten partijen overleg voeren als de EMTÉ-formule redelijkerwijs niet meer gehandhaafd kan worden, met dien verstande dat EMTÉ gerechtigd is een andere formule in de plaats van de EMTÉ-formule aan te bieden. De franchisenemer werkt niet mee aan de overgang naar Coop. Om die reden meent Coop dat sprake is van wanprestatie en gaat over tot ontbinding van de franchiseovereenkomst. Coop eist (ook op basis van een bepaling in de franchiseovereenkomst) dat de franchisenemer zijn onderneming aan hem verkoopt en het huurpand verlaat.

De franchisenemer stelt allereerst dat Coop geen spoedeisend belang heeft en de uitkomst van de bodemprocedure maar moet afwachten. Coop is tenslotte zelf gestopt met de EMTÉ-formule en het bevoorraden van de supermarkt van de franchisenemer. Daarnaast is geen sprake van wanprestatie van zijn zijde. Coop had volgens de franchiseovereenkomst met hem in overleg moeten treden, maar heeft dat niet gedaan. Coop mag niet eenzijdig een nieuwe supermarktformule met andere voorwaarden aan de franchisenemer opleggen. Tot slot stelt de franchisenemer dat Coop de franchiseovereenkomst niet rechtsgeldig kon ontbinden, omdat Coop zelf al in verzuim verkeerde, vanwege het stoppen van de bevoorrading van de supermarkt.

De franchisenemer eist dat Coop zijn eigendommen uit het pand verwijdert. Daarnaast vordert hij dat Coop moet toelaten en dulden (‘gehengen en gedogen’) dat de franchisenemer een andere supermarkt in het pand exploiteert en zijn volledige supermarktassortiment bij een andere organisatie inkoopt.

Tot welk voorlopig oordeel komt de rechter?
De rechter oordeelt dat het spoedeisend belang evident is. Er is haast geboden, omdat de EMTÉ-formule gestaakt wordt en de supermarkt daarna niet meer onder die vlag voortgezet kan worden.  De kantonrechter legt in zijn uitspraak uit dat hij in kort geding slechts voorlopige voorzieningen kan treffen. Hij zal de vorderingen in kort geding daarom pas toewijzen, als hij ervan overtuigd is dat de rechter in de bodemprocedure dat uiteindelijk ook zal doen.

In de franchiseovereenkomst staat dat EMTÉ een nieuwe formule mag aanbieden. Een aanbod (aanbieding) mag aanvaard of afgewezen worden. Dit staat volgens de rechter haaks op de stelling van Coop dat sprake is van een eenzijdige bevoegdheid om aan de franchisenemer een andere formule op te leggen. Dat de franchisenemer het aanbod mag weigeren, staat ook in de overgangsregeling die door Coop is afgesloten met de Vereniging van Gebruikers van de EMTÉ. Hierin staat opgenomen dat ‘iedere ondernemer vrij is om te bepalen of, en zo ja, onder welke voorwaarden hij bereid is over te gaan naar Coop’. Ook vindt de kantonrechter het van belang dat de overgang van de EMTÉ-formule naar de Coop-formule niet alleen van cosmetische aard is. Ook de verkoop- en leveringsvoorwaarden (het conditiestelsel) worden volledig vervangen. Het komt de rechter niet waarschijnlijk voor dat de franchisenemer dit principe van ‘slikken of stikken’ zal moeten accepteren.

De rechter bepaalt dat de franchisenemer het volledige assortiment voor zijn supermarkt kan inkopen bij een andere supermarktorganisatie dan Coop. Dit betekent dat de franchisenemer de supermarkt (onder zijn eigen naam) op hetzelfde adres kan voortzetten. In ieder geval tot de bodemprocedure is afgerond.

Taalkundige uitleg
De rechter gaat uit van de taalkundige uitleg van de franchiseovereenkomst. Voor een nader onderzoek naar de bedoelingen van partijen bij het tekenen van de bepalingen is in kort geding geen ruimte. Een taalkundig goed geschreven franchiseovereenkomst is daarom goud waard. Een duidelijk geredigeerd eenzijdig wijzigingsbeding zorgt voor helderheid en versterkt de positie van de franchisegever bij het wijzigen van de franchiseformule tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomst.

Holla Advocaten is gespecialiseerd in franchisezaken. Wij hebben veel ervaring met het formuleren van eenduidige afspraken in franchiseovereenkomsten. Neem voor meer informatie contact op met onze franchisespecialisten Ferry Weelen en Merel Franke.

Dit artikel is geschreven door Peggie van Vugt, medewerker Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar