Maatregelen zorg

Maatregelen, aankondigingen en ontwikkelingen in de zorg (laatste update: 26 mei 2020)

In verband met het coronavirus hebben onder meer de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (‘IGJ’), het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (‘VWS’), de Nederlandse Zorgautoriteit (‘NZa’), Zorgverzekeraars Nederland (‘ZN’) en het Zorginstituut Nederland (‘ZiN’) een aantal voor zorgaanbieders en zorgverleners relevante maatregelen en beslissingen genomen of in het vooruitzicht gesteld. De ontwikkelingen in de zorg gaan nog altijd snel. In dit overzicht geven wij een overzicht van de mogelijk voor u relevante ontwikkelingen. Staat het onderwerp waarover u informatie zoekt er niet tussen of heeft u meer of andere vragen? Neem dan gerust contact op met onze gezondheidsrechtspecialisten: Coen Verberne, Jacqueline de Vries, Sofie Steen of Jeffrey Groen.

Bezoekverbod voor verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen voor ouderen

In de Kamerbrief van 20 mei jl., werd verdere versoepeling van de bezoekregeling aangekondigd. Per 11 mei jl. konden 26 locaties al met een aangepaste bezoekregeling experimenteren. Per 25 mei jl. is het voor meer instellingen mogelijk geworden om de bezoekregeling te versoepelen. Daarbij geldt de voorwaarde dat de instelling voldoet aan alle eisen uit de ‘Handreiking voor bezoekbeleid verpleeghuizen in corona-tijd’, die is opgesteld door de brancheorganisaties en aan verpleeghuizen handvatten geeft om een en ander te organiseren. Randvoorwaarden voor versoepeling zijn onder meer dat er geen besmettingen in het verpleeghuis zijn en dat er voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen zijn. Verder moeten er afspraken worden gemaakt over de frequentie en duur van het bezoek, alsook het toezicht op het bezoek. De instelling moet zich bij een versoepeld bezoekbeleid wel melden bij de GGD. Indien het aantal besmettingen onder bewoners van verpleeghuizen niet stijgt, is het de bedoeling dat per 15 juni a.s. de aangepaste bezoekregeling voor alle verpleeghuizen gaat gelden. Het is de bedoeling dat per 15 juli a.s. de aangepaste bezoekregeling verder wordt verruimd door meerdere bezoekers per bewoner toe te staan. Zie over de bezoekregeling ook de Q&A van brancheorganisatie ActiZ (versie: 20 mei 2020).

Aangepaste bezoekregeling voor mensen met een beperking

In de Kamerbrief van 20 mei jl. is aangekondigd dat per 25 mei jl. ook de bezoekregeling voor mensen die verblijven in een instelling voor mensen met een beperking. Per 25 mei jl. wordt voor kinderen en jeugdigen woonachtig binnen de residentiële zorg (kinderen met een verstandelijke beperking en met psychiatrische problematiek) bezoek door twee vaste bezoekers mogelijk gemaakt. Uiterlijk 15 juni a.s. is het de bedoeling dat voor elke cliënt op een goede manier invulling is gegeven aan het ontvangen van bezoek. Per 1 juli a.s. is met iedere cliënt – die dat wenst – een afspraak gemaakt over logeren binnen de instelling. Voor de uitwerking van de aangepaste bezoekregeling hebben brancheorganisaties, waaronder Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (‘VGN’) de ‘Handreiking bezoek gehandicaptenzorg’ opgesteld. Daaruit volgt onder meer dan in principe de 1,5 meter afstand-regel moet worden gehandhaafd, maar, als dat niet mogelijk is, toch bezoek van maximaal twee vaste bezoekers mogelijk is.

Cliënten mee naar huis tijdens coronacrisis?

Soms willen verwanten in de huidige omstandigheden liever thuis voor een cliënt zorgen en nemen ze de cliënt mee. Gebleken is dat dit lastige situaties kan opleveren wanneer de cliënt weer terug naar de instelling wil of verwanten dat graag willen. Zowel wat betreft de beschikbaarheid van de eigen kamer als wat betreft eventuele coronabesmetting. In een ‘Q&A’ (versie: 20 mei 2020) gaat Zorgverzekeraars Nederland (‘ZN’) in op wat in dit soort situaties van zorgaanbieders wordt verwacht. Volgens ZN is het belangrijk dat zorgaanbieders dan in gesprek gaan met verwanten over de gevolgen van het in huis nemen van een cliënt. Besproken moet bijvoorbeeld worden wie de zorg op zich neemt. Verder adviseert ZN om vast te leggen dat de zorgplicht met het mee naar huis nemen verschuift van de zorgaanbieder naar de verwanten. Ook is het belangrijk dat verwanten door zorgaanbieders erover worden geïnformeerd dat thuiszorg in deze periode niet altijd goed te organiseren is. Zorgaanbieders kunnen een terugkeergarantie afspreken, maar dat is niet verplicht. Gezien het besmettingsgevaar is het uitgangspunt bovendien dat cliënten niet kunnen terugkeren in de periode waarin de bezoekbeperkingen gelden en dat als terugkeer wel mogelijk is daar mogelijk een quarantaine voor de cliënt van twee weken aan verbonden wordt. Zorgaanbieders moeten in beginsel de ruimte van de cliënt vrijhouden, ook als hij langer dan 14 dagen weg is. Daarbij geldt wel dat het Regionaal Overleg Acute Zorgketen (‘ROAZ’) in noodsituaties gebruik kan maken van de beschikbare bedden. Dat kan betekenen dat toch (tijdelijk) gebruik wordt gemaakt van een leegstaande kamer. Derving van de omzet van zorgaanbieders doordat cliënten worden meegenomen zal worden meegenomen in de toekomstige beleidsregel COVID-19 van de NZa.

Geestelijke gezondheidszorg (‘GGZ’)

Op 19 mei jl. is een nieuwe versie van de richtlijn ‘GGZ en Corona’ gepubliceerd, die door veldpartijen en het RIVM is opgesteld. Er worden stappen gezet voor het (verder) opschalen van de GGZ. Dat betekent onder meer dat voorwaarden worden geschetst voor het opstarten van algemene groepsbehandelingen. Dit in aanvulling op de voorwaarden voor groepsbehandelingen voor kwetsbare groepen binnen de GGZ. Verder adviseert de richtlijn ambulant werkende teams om laagdrempelig weer te starten met huisbezoeken en face-to-face contact. De richtlijn beschrijft de voorwaarden waaronder dit veilig kan plaatsvinden. Het is namelijk niet altijd mogelijk of wenselijk om de zorg voor patiënten met ernstige psychische aandoeningen digitaal of op afstand te leveren. Een volgende actualisatie van de richtlijn staat gepland voor 4 juni a.s.

Isolatie en quarantaine: Wet publieke gezondheid

Op grond van de Wet publieke gezondheid is de arts die vermoedt of vaststelt dat een persoon met het coronavirus is geïnfecteerd verplicht onmiddellijk melding te doen bij de lokale GGD. Deze wettelijke meldplicht is een gerechtvaardigde reden om het beroepsgeheim te mogen doorbreken. Daarnaast heeft de overheid bevoegdheden om, in voorkomende (nood)gevallen, over te gaan tot gedwongen isolatie, quarantaine of medisch onderzoek. Daarover leest u hier meer.

Herregistraties beroepsbeoefenaren

Het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (‘CIBG’) heeft, namens de Minister van VWS, de herregistratieverplichtingen van de ‘artikel 3-beroepen’ uit de Wet BIG opgeschort. Het gaat dan om bijvoorbeeld (basis)artsen, verpleegkundigen en fysiotherapeuten. De Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (‘RGS’) heeft bekendgemaakt dat specialisten en profielartsen waarvan de registratie tussen 1 maart 2020 en 1 januari 2020 verloopt, tot 1 januari 2021 blijven ingeschreven. Zij hoeven zich in deze periode niet te herregistreren en worden niet doorgehaald, tenzij sprake is van een tuchtrechtelijke doorhaling en als de geneeskundig specialist zelf aangeeft geen prijs te stellen op herregistratie. De Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (‘RTS’) heeft bekendgemaakt dat ook orthodontisten en kaakchirurgen van wie de herregistratie verloopt tussen 1 maart 2020 en 1 januari 2021 niet worden uitgeschreven uit het register. Ook voor aiossen en opleiders zal de RGS enige coulance hanteren; zie ook de Q&A over de opleiding van de KNMG.

Uitstel jaarverslagen 2019

De datum waarvóór ziekenhuizen en andere zorginstellingen hun jaarverantwoording over verslagjaar 2019 aan het Ministerie van VWS moeten aanleveren is verschoven van 1 juni naar 1 oktober 2020.

Het besluit geldt voor zorginstellingen, meer specifiek om de instellingen die op grond van de Wet toelating zorginstellingen, de Jeugdwet, de Tijdelijke wet ambulancezorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (deze laatste voor zover de verantwoordingsverplichting richting het ministerie geldt) verplicht zijn een jaarverantwoording in te dienen, waaronder ziekenhuizen, Regionale ambulancevoorzieningen, jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis-organisaties.

Toezicht IGJ

De IGJ heeft aangekondigd de impact van het coronavirus voor zorgaanbieders mee te wegen bij het opleggen van eventuele maatregelen, bijvoorbeeld bij het bepalen van een realistische verbetertermijn. Tot nader order wordt niet gehandhaafd op het overschrijden van termijnen voor het melden van calamiteiten op grond van de Wkkgz en de Jeugdwet en de afhandeling daarvan in de crisisperiode, als aannemelijk is dat deze vertragingen daarmee verband houden.

Ook worden de andere reguliere meldtermijnen losgelaten. Instellingen, zorgverleners, fabrikanten en leveranciers van geneesmiddelen krijgen standaard uitstel als zij zich niet kunnen houden aan de normale termijnen voor wettelijk verplichte meldingen en om te reageren op verzoeken van de IGJ. Alleen als de IGJ tóch een snellere reactie wil omdat er grote risico’s voor de zorg zijn, krijgt de betreffende partij dat te horen. Deze termijnen zien onder meer op de reactietermijnen op (concept)inspectierapporten of aangekondigde publicaties, alsook op calamiteitenmeldingen. Klik hier voor nadere en sectorspecifieke informatie van de IGJ.

Certificaten voor productie en distributie van geneesmiddelen automatisch verlengd

De IGJ heeft bekendgemaakt dat certificaten van fabrikanten en vergunninghouders van medicijnen automatisch worden verlengd tot eind december 2021. De IGJ volgt daarmee het beleid van het European Medicines Agency. Eerder al kondigde de IGJ aan voorlopig geen inspecties uit te voeren op de productie en distributie van geneesmiddelen (de zogenoemde GMP- en GDP-inspecties). Uitgezonderd hiervan zijn urgente situaties, zoals na meldingen of vanwege de beschikbaarheid van kritische geneesmiddelen.

Financiële regelingen

Voor zorgaanbieders die door het coronavirus te maken hebben met omzetverlies of extra kosten zijn verschillende regelingen in de maak. De NZa heeft een vraag- en antwoordpagina gemaakt, waarop onder meer een ‘routekaart’ voor de mogelijkheden van zorgaanbieders bij misgelopen inkomsten wordt gegeven en wordt ingegaan op declaratie van zorg op afstand en zorgsectorspecifieke vragen.

Langdurige zorg

De NZa werkt momenteel aan een regeling voor de vergoeding van extra kosten die zorgaanbieders in de langdurige zorg als gevolg van het coronavirus moeten maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het inzetten van extra personeel en isolatiemaatregelen. Verwacht wordt dat de regeling in mei 2020 wordt gepubliceerd (zie ook de Q&A van Zorgverzekeraars Nederland, versie: 8 mei 2020). Zorgaanbieders zullen hier ook achteraf een beroep op kunnen doen.

Naast extra kosten is ook omzetderving in de langdurige zorg een punt van aandacht. Voorgenomen is dat zorgaanbieders in de langdurige zorg daarvoor worden gecompenseerd. Uitgangspunt zal hierbij de geprognotiseerde omzet gevolgd worden in de situatie waarin geen sprake was van corona. De gederfde omzet kan dan in de contractuele relatie tussen zorgkantoor en zorgaanbieder gecompenseerd worden.

Het Zorginstituut Nederland heeft de bevoorschottingssystematiek voor de Wet langdurige zorg (‘Wlz’) tijdelijk gewijzigd en verruimd. Zorgkantoren en het CAK kunnen daar waar nodig extra voorschotten geven. Deze verruiming loopt vooruit op de hiervoor genoemde regeling voor de vergoeding van extra (zorg)kosten waar de NZa momenteel aan werkt. Verder wordt de beleidsregel, op basis waarvan zorgkantoren voorschotten naar beneden kunnen bijstellen, buiten werking gesteld.

Sociaal domein

De Vereniging voor Nederlandse Gemeenten en de Rijksoverheid hebben afspraken gemaakt om financiële zekerheid en ruimte te bieden aan gecontracteerde zorgaanbieders en professionals in het sociaal domein (Wmo 2015 en Jeugdwet), inclusief aanbieders of zorgverleners die via het persoonsgebonden budget worden ingekocht. Kern van de afspraken is dat de financiering van de omzet wordt doorgezet op het niveau van voor de coronacrisis. Er wordt gewerkt met een maandgemiddelde van de omzet over het jaar 2019, aangevuld met indexatie. Aanbieders moeten in de jaarverantwoording over 2020 ingaan op de inzet van personeel en de gemaakte kosten in verband met de coronacrisis. Zij moeten daarom nu al inzicht (blijven) houden in de verhouding van de in de ‘coronamaanden’ van de gemeente verkregen compensatie tot de daadwerkelijk gemaakte kosten. Deze uitwerking geldt in ieder geval tot 1 juni 2020, waarmee dus de gemiddelde maandomzet van de maanden maart, april en mei door de gemeente gegarandeerd wordt.

Voor houders van een persoonsgebonden budget bestaat de mogelijkheid om versneld extra budget aan te vragen bij de gemeente, voor de extra kosten die worden gemaakt als gevolg van de coronacrisis. Deze regeling heet de ‘Extra Kosten Corona’ (‘EKC’). Om voor deze regeling in aanmerking te komen moet het gaan om ‘vervangende zorg.’ Daarvan is sprake als er zorg is weggevallen en de zorg wordt opgevangen door andere zorgverleners, bijvoorbeeld omdat de dagbesteding is gesloten of omdat reguliere zorgverleners door de RIVM-maatregelen niet kunnen werken.

Niet-directe ‘corona-zorgverlening’

Door de coronacrisis zagen (en zien) niet bij de directe coronazorg betrokken zorgaanbieders zich geconfronteerd met omzetderving. Deze zorgaanbieders (denk bijvoorbeeld aan fysiotherapeuten) hebben bijvoorbeeld te maken met afspraken die niet door kunnen gaan. Om het voortbestaan veilig te stellen bieden zorgverzekeraars een continuïteitsbijdrage van 55 tot 87 procent over de omzet die normaal zou zijn gemaakt in deze periode (de ‘normomzet’). Het precieze percentage van de continuïteitsbijdrage verschilt per sector. De betalingen starten in mei en lopen (met terugwerkende kracht tot 1 maart) tot en met 30 juni 2020. De regeling geldt voor zowel gecontracteerde als ongecontracteerde aanbieders. De regeling geldt niet voor zorgaanbieders die betrokken zijn bij de coronazorg of andere acute zorg, aanbieders van Wlz-gefinancierde zorg, zorgaanbieders met een jaarlijkse omzet van meer dan tien miljoen euro en aanbieders van geestelijke gezondheidszorg. Zie hierover uitgebreid onze blog. Zorgverzekeraars Nederland heeft in haar Q&A aangegeven dat voor de geestelijke gezondheidszorg een aangepaste regeling wordt gemaakt, waarover branche- en beroepsorganisaties in de ggz zullen worden geïnformeerd als deze regeling klaar is.

Directe ‘corona-zorgverlening’

Ook voor wat betreft de bekostiging van directe ‘corona-zorgverlening’ zijn verschillende aankondigingen gedaan.

Huisartsen worden in meerkosten en omzetderving tegemoetgekomen door een opslag van € 10 per ingeschreven patiënt in het tweede kwartaal van 2020. Voor visites aan huis bij patiënten die (mogelijk) besmet zijn met het coronavirus mogen huisartsen de prestatie ‘visite intensieve zorg’ in rekening brengen. Deze maatregel is met terugwerkende kracht per 1 maart 2020 ingegaan. Verder heeft de NZa aangegeven dat huisartsen en zorgverzekeraars voor de extra huisartsencapaciteit die nodig is in de ANW-uren als gevolg van de corona-uitbraak een opslag overeen kunnen komen van maximaal € 15 bovenop het reguliere ANW-tarief. Ook deze maatregel is met terugwerkende kracht per 1 maart 2020 ingegaan. Ten slotte is wat betreft huisartsenzorg nog van belang dat als gevolg van de corona-uitbraak extra locaties voor huisartsenzorg zijn ingericht (bijvoorbeeld door huisartsenposten of regionale samenwerkingsverbanden). De kosten die hiervoor zijn of worden gemaakt zullen worden vergoed op basis van een regionale afspraak in ROAZ-verband.

Voor ziekenhuizen geldt op hoofdlijnen dat zij vanaf de maand mei een voorschot kunnen aanvragen bij de zorgverzekeraars indien dit dringend noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Deze bevoorschotting zal maandelijks worden uitgekeerd. Er wordt nog gesproken over de wijze waarop zal worden omgegaan met meer- en minderkosten, de impact van omzetderving en de implicaties voor 2021.

Tot slot

Stond het onderwerp waarover u informatie zoekt er niet tussen of heeft u meer of andere vragen? Neem dan gerust contact op met onze gezondheidsrechtspecialisten: Coen Verberne, Jacqueline de Vries, Sofie Steen of Jeffrey Groen.

Sofie Steen

Sector

    Jeffrey Groen, juridisch medewerker

    Sector

      Coen Verberne

      Jacqueline de Vries

      < Vorige

      Volgende >

      Spring naar toolbar