Maatregelen zorg

Maatregelen en aankondigingen in de zorg

In verband met het coronavirus hebben de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het CIBG, het ministerie van VWS, de NZa en het Zorginstituut Nederland (ZN) een aantal voor zorgaanbieders relevante maatregelen en beslissingen genomen.

Inspectie laat termijnen voor zorgaanbieders los bij verplichtingen en verzoeken

In verband met het coronavirus laat de IGJ de komende periode de termijnen voor zorgaanbieders bij verplichtingen en verzoeken los. Instellingen, zorgverleners en fabrikanten/leveranciers van medische producten krijgen nu standaard uitstel wanneer zij zich niet kunnen houden aan de normale termijnen voor wettelijk verplichte meldingen (denk aan het melden van calamiteiten) en om te reageren op verzoeken van de inspectie.

NZa past regelgeving aan: verruiming van mogelijkheden voor het declareren van een eerste digitaal consult en compensatie voor gemaakte kosten in de langdurige zorg

Om de kans op besmetting te verkleinen en de druk op ziekenhuizen te helpen verplichten verruimt de NZa tijdelijk de Regeling medisch-specialistische zorg als het gaat om face-to-face consulten. Door de verruiming kunnen zorgaanbieders in de medisch-specialistische zorg het eerste consult met een patiënt ook op afstand doen, bijvoorbeeld via een digitaal of telefonisch consult. Zij kunnen dit ook declareren bij de zorgverzekeraar, zonder dat het gevolgen heeft voor de vergoeding. Hierdoor hoeven mensen niet naar het ziekenhuis als dat niet echt noodzakelijk is. De verruiming treedt met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 in werking en geldt tot nader order, dat wil zeggen tot het moment dat de NZa op de voorgeschreven wijze bekendmaakt dat de buitenwerkingstelling weer is opgeheven.

Daarnaast heeft de NZa aangekondigd de mogelijke extra kosten (zoals bijvoorbeeld voor het isoleren en verplegen van besmette mensen en extra inzet van personeel) te vergoeden. De NZa maakt daarvoor een regeling die vergelijkbaar is met de al bestaande ‘BRMO-regeling’, op grond waarvan kosten gemaakt door uitbraak van bijzonder resistente micro-organismen al konden worden vergoed. Met de nieuwe regeling kunnen extra kosten in de langdurige zorg worden vergoed. Zorgaanbieders zullen ook achteraf nog een beroep op de regeling kunnen doen. De NZa streeft ernaar de regeling uiterlijk 1 juni te publiceren.

Klik hier voor meer informatie over beide maatregelen. Klik hier voor meer specifieke informatie over de verruiming van de Regeling medisch-specialistische zorg.

Beperking bezoek verpleeghuizen

In een Kamerbrief van 19 maart jl. maakte Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bekend de bezoekmogelijkheden aan verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen in de ouderenzorg tot en met in ieder geval 6 april a.s. te beperken. De maatregel is bedoeld om bewoners, hun naasten en medewerkers te beschermen. Instellingen kunnen ervoor kiezen om structurele vrijwilligers toe te blijven laten, mits zij zelf niet tot de kwetsbare doelgroep horen, er geen verdenking van besmetting is op de locatie en zij zelf geen klachten hebben zoals beschreven door het RIVM.

In de brief schrijft de minister dat er niet wordt overgegaan tot een algemene opschorting van bezoek aan kinderen in jeugdzorginstellingen. Het is volgens de minister belangrijk dat kinderen contact kunnen hebben met hun ouders en voogd. Er moet per kind worden bepaald wat de meest passende aanpak is. Wat betreft de geestelijke gezondheidszorg geeft de minister in de brief aan dat een separate brief van Staatssecretaris Blok zal volgen, waarin hij zal ingaan op de specifieke set aan acties die worden ingezet om de gevolgen van de huidige situatie voor mensen met en ggz-zorgvraag te beheersen.

De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), vertegenwoordigers van cliënten en verwanten, het ministerie van VWS, de NVAVG en het RIVM hebben ook een bezoekregeling voor de gehandicaptenzorg geformuleerd. Gezien de diversiteit van de gehandicaptenzorg heeft dit niet de vorm gekregen van een tijdelijk generiek verbod, maar wordt het principe van ‘nee, tenzij’ gehanteerd: geen bezoek, tenzij het contact met de familie of vrijwilliger van essentieel belang is voor de cliënt.

Inzet voormalig zorgpersoneel

In verband met de extra druk op de zorg en de behoefte aan voldoende en gekwalificeerd personeel heeft het Kabinet een aantal voorwaarden opgesteld waaronder voormalig BIG-geregistreerde artsen en verpleegkundigen (thans niet-praktiserend), zelfstandig ingezet kunnen worden in de zorg.

De voorwaarden voor zelfstandige inzet van verpleegkundigen niet-praktiserend zijn:

1. De BIG-registratie van de verpleegkundige niet-praktiserend is verlopen na 1 januari 2018 en zijn/haar vaardigheid is voldoende aanwezig;

2. Personen die niet meer zijn ingeschreven in het BIG-register doordat zij ooit door de (tucht)rechter zijn doorgehaald of anderszins een van kracht zijnde beroepsbeperkende maatregel is aangetekend, mogen niet worden ingezet.

In algemene zin worden zij ingezet:

1. Alleen indien noodzakelijk, dat wil zeggen als het door de noodsituatie niet mogelijk is de zorg op te dragen aan terzake bekwame BIG-geregistreerde zorgverleners, wordt deze zorg overgedragen aan verpleegkundigen-niet-praktiserend.

2. Het heeft nadrukkelijk de voorkeur dat personen met de meest recente praktijkervaring worden ingezet. III. Verpleegkundigen-niet-praktiserend moeten hun bekwaamheid zoveel mogelijk zelf aantonen en worden zoveel mogelijk ingezet in de niet-complexe zorg en in de zorg die aansluit bij hun meest recente werkervaring. In overleg met de werkgever wordt gekeken of een korte aanvullende training noodzakelijk is.

Specifiek ten aanzien van voorbehouden handelingen geldt:

1. Er worden duidelijke afspraken gemaakt tussen de BIG-geregistreerde zorgverlener en de verpleegkundige-niet-praktiserend over welke (voorbehouden) handelingen mogen worden verricht.

2. Voor het verrichten van voorbehouden handelingen wordt indien mogelijk voor toezicht en tussenkomst gezorgd door bevoegde zorgverleners.

3. Er dienen adequate opdrachten gegeven te worden door de daartoe bevoegde zorgverleners. Daarbij moeten zij voldoende zicht hebben op de benodigde bekwaamheid van de verpleegkundigen niet-praktiserend.

4. De verpleegkundigen niet-praktiserend bewaakt de grenzen van het eigen kennen en kunnen.

Voorwaarden voor zelfstandige inzet van artsen-niet praktiserend zijn:

1. De BIG registratie van de arts-niet-praktiserend is verlopen na 1 januari 2018 en zijn/ haar vaardigheid is voldoende aanwezig.

2. Personen die niet meer zijn ingeschreven in het BIG-register doordat zij ooit door de (tucht)rechter zijn doorgehaald of anderszins een van kracht zijnde beroepsbeperkende maatregel is aangetekend, mogen niet worden ingezet.

In algemene zin worden zij ingezet:

1. Alleen indien noodzakelijk, dat wil zeggen als het door de noodsituatie niet mogelijk is de zorg op te dragen aan terzake bekwame BIG-geregistreerde zorgverleners wordt deze zorg overgedragen aan artsen-nietpraktiserend.

2. Het heeft nadrukkelijk de voorkeur dat personen met de meest recente praktijkervaring eerst worden ingezet.

3. Artsen-niet-praktiserend moeten hun bekwaamheid zoveel mogelijk zelf aantonen en worden zoveel mogelijk ingezet in de niet-complexe zorg en in de zorg die aansluit bij hun meest recente werkervaring. In overleg met de werkgever wordt gekeken of een korte aanvullende training noodzakelijk is.

Specifiek ten aanzien van voorbehouden handelingen geldt:

1. Er worden duidelijke afspraken gemaakt tussen de BIG-geregistreerde zorgverleners en de artsen-niet-praktiserend over welke (voorbehouden) handelingen zij mogen verrichten.

2. Voor het verrichten van voorbehouden handelingen wordt indien mogelijk voor toezicht en tussenkomst gezorgd door bevoegde zorgverleners. Echter, de arts-niet praktiserend mag deze ook verrichten zonder toezicht en tussenkomst.

3. De arts niet-praktiserend mag – indien de situatie hier omvraagt – adequate opdrachten geven aan andere zorgverleners.

4. Voor het verrichten van voorbehouden handelingen wordt indien mogelijk voor toezicht en tussenkomst gezorgd door bevoegde zorgverleners. V. De arts niet-praktiserend bewaakt de grenzen van het eigen kennen en kunnen.

RGS bereidt maatregelen voor

Naast de maatregelen voor (voormalig) BIG-geregistreerde artsen en verpleegkundigen bereidt ook de RGS maatregelen voor om de voortgang van de gezondheidszorg te borgen. De RGS kondigt aan dat specialisten, profielartsen, aiossen en opleiders die zich moeten (her)registreren kunnen rekenen op medewerking van de RGS, zodat zij tijdens de coronacrisis inzetbaar blijven.

Zorgverzekeraars en zorgkantoren nemen maatregelen om zorgverleners te ondersteunen bij de aanpak van het coronavirus.

In een brief die door ZN aan branche- en beroepsorganisaties in de zorg verstuurd is geven zorgkantoren en zorgverzekeraars op hoofdlijnen weer wat zij (gaan) doen. Het doel is om ervoor te zorgen dat zorgverleners niet onnodig worden belast met financiële onzekerheid of bureaucratie.

Concrete genoemde maatregelen zijn dat zorgverzekeraars en zorgkantoren:

  • Bereid zijn middels adequate bevoorschotting door iedere zorgverzekeraar, tevoorzien in de benodigde liquiditeit, passend bij de omvang van de contractueel overeengekomen omzet of, waar die ontbreekt, een zo goed mogelijke raming daarvan (bij een situatie zonder coronuitbraak);
  • extra kosten gemaakt in het kader van de corona aanpak, na (impliciete) goedkeuring in ROAZ-verband (Regionaal Overleg Acute Zorg) en in afstemming met de meest betrokken zorgverzekeraar(s) door alle zorgverzekeraars worden vergoed;
  • samen met de betrokken instellingen naar een passende oplossing zullen zoeken voor de gevolgen van onderbenutting van capaciteit of verschuivingen binnen het zorgaanbod, bijvoorbeeld als gevolg van besluiten in ROAZ-verband om electieve capaciteit niet te gebruiken en beschikbaar te houden voor (toekomstige) zorgvraag.

Sofie Steen

Sector

    < Vorige

    Volgende >

    Spring naar toolbar