Kabelschades en zorgplicht

Aansprakelijkheid voor kabelschades:  hoe ver strekt de zorgplicht van grondroerders?

Een grondroerder (graafbedrijf) heeft voor de aanleg van een nieuwe damwand een tekening gekregen van de netbeheerder. Op de tekening staat een ondergrondse kabel aangegeven. De grondroerder graaft vervolgens twee proefsleuven, treft de kabel daarin aan en veronderstelt dat de kabel verderloopt overeenkomstig de tekening. Bij het graven wordt de kabel stukgetrokken, omdat deze op 30 cm afstand van één van de twee proefsleuven toch een andere kant blijkt op te gaan. Is de grondroerder zorgvuldig genoeg geweest in zijn onderzoek voordat hij ging graven? Heeft de netbeheerder aan zijn informatieplicht voldaan? Wie draagt de schade? Het hier beschreven scenario was recent aan de orde. De Hoge Raad zal zich er binnenkort over uitspreken, waarover meer hieronder.

Aansprakelijkheidskwesties als deze komen vaak voor. De schade kan nogal oplopen. Niet alleen de kabel of leiding zelf zal gerepareerd of vervangen moeten worden, ook afnemers van stroom of gas kunnen claims indienen. Voor grondroerders en netbeheerders is het van groot belang te weten wie de schade zal moeten betalen. Een concreet antwoord is niet te vinden in bestaande regelingen als de WION (Wet Informatie-uitwisseling ondergrondse netten), het BION (Besluit Informatie-uitwisseling ondergrondse netten) en de Richtlijn zorgvuldig graafproces. In deze regelingen is een aantal verplichtingen en verantwoordelijkheden van netbeheerders en grondroerders in kaart gebracht (de WION en het BION worden op zeer korte termijn vervangen, dit in verband met aanleg van ‘elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid’).

Het uiteindelijke antwoord op de vraag of de grondroerder zorgvuldig genoeg is geweest, is door de wetgever overgelaten aan ‘de omstandigheden van het geval’. In de zaak die op dit moment ter beoordeling voorligt bij de Hoge Raad, lijken deze omstandigheden inderdaad belangrijk te zijn. Zo dateerde de tekening op basis waarvan de proefsleuven werden gegraven van 1957; de oude damwand, die vervangen diende te worden, dateerde van 1980 maar stond niet op de tekening.

Het gerechtshof oordeelde dat de grondroerder mocht volstaan met het graven van de twee proefsleuven, onder meer omdat de kaart van de netbeheerder tot op een meter nauwkeurig was (art. 5 lid 2 BION-Oud). De Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad stelt echter in zijn advies aan de Hoge Raad, dat de zorgplicht van een grondroerder inhoudt:

‘dat deze de kabels, die volgens de tekeningen op de graaflocatie aanwezig zouden moeten zijn, daadwerkelijk zal moeten vinden. Daarbij moet rekening worden gehouden met mogelijke afwijkingen in de ligging, zodat het, uiteraard afhankelijk van de omstandigheden, onvoldoende kan zijn om de locatie van de kabel op enkele ver uiteen gelegen plaatsen vast te stellen en uit die gegevens het verdere verloop af te leiden.’ (punt 3.42).

De Advocaat-Generaal betoogt dat de grondroerder uit de twee metingen niet de verdere ligging van de kabel had mogen afleiden. De grondroerder had om aan zijn zorgplicht te voldoen, de kabel daadwerkelijk moeten vinden, ook omdat de tekeningen van 1957 dateerden en de oude damwand in 1980 ingrijpend was herzien. Bovendien had de grondroerder het onderzoek vrij eenvoudig (met een schop) kunnen doen. Het gerechtshof had die omstandigheden in zijn oordeel moeten betrekken, aldus de Advocaat-Generaal.

De vraag is, of de Hoge Raad op basis van deze omstandigheden de verplichtingen voor de netbeheerder en/of de grondroerder nader gaat invullen. De uitspraak zal dan van groot belang zijn voor toekomstige gevallen. Zal de Hoge Raad iets zeggen over de verplichting tot het verstrekken van zo nauwkeurig mogelijke kaarten? Zal de Hoge Raad bepalen dat de grondroerder kabels ‘daadwerkelijk zal moeten vinden’?

Wij zullen u informeren zodra de Hoge Raad heeft gesproken. Wij volgen de ontwikkelingen over dit onderwerp op de voet. Holla Advocaten is gespecialiseerd in complexe zaken betreffende vastgoedrecht. Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u vragen over de manier waarop Holla Advocaten u kan begeleiden? Neem contact op met onze specialisten Robert Gebel of Renaldo Willems.

Dit artikel is geschreven door Roel Westrik, Hoofd Wetenschappelijk Bureau

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar