Heks’nkaas

BREAKING – Smaak kan niet auteursrechtelijk worden beschermd

Op 13 november 2018 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) geoordeeld dat de smaak van een voedingsmiddel niet auteursrechtelijk kan worden beschermd (zaak C-310/17).

Achtergrond

In 2007 is de bekende smeerdip ‘Heks’nkaas’ gecreëerd. Vanaf 2014 wordt ook een smeerdip onder de naam ‘Witte Wievenkaas’ verkocht, afkomstig van producent Smilde Foods. Een doorn in het oog van Heks’nkaasproducent Levola Hengelo, zij claimt namelijk dat de smaak van Heks’nkaas een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat Smilde Foods met de smaak van Witte Wievenkaas inbreuk maakt op haar auteursrechten. Levola Hengelo stapt naar de rechter.

In de procedure die volgt, staat de vraag centraal of smaken wel auteursrechtelijke bescherming kunnen genieten. Levola Hengelo voelde zich gesterkt door een arrest van de Hoge Raad uit 2006 in de zaak Lancôme/Kecofa over parfums. In deze zaak oordeelde de Hoge Raad dat geuren auteursrechtelijke bescherming kunnen genieten. Smilde Foods bracht daartegenin dat de Auteursrechtrichtlijn (richtlijn 2001/29) het auteursrechtelijke werkbegrip heeft geharmoniseerd, waardoor onze Hoge Raad niet meer het laatste woord heeft over de uitleg van dat werkbegrip, maar het HvJ-EU.

In de eerste aanleg voor de Rechtbank Gelderland struikelt Levola Hengelo over een procesrechtelijk punt; de rechtbank is van mening dat Levola Hengelo onvoldoende heeft gesteld en beschreven waarom de smaak van Heks’nkaas kwalificeert als auteursrechtelijk beschermd werk, of met andere woorden: wat daar nu zo origineel aan is. Levola Hengelo gaat in hoger beroep. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelt de prejudiciële vraag aan het HvJ-EU of de smaak van een voedingsmiddel kan worden beschermd op grond het van auteursrecht.

Het HvJ-EU oordeelt dat de smaak van Heks’nkaas alleen kan worden beschermd als die smaak kan worden aangemerkt als een ‘werk’ in de zin van de Auteursrechtrichtlijn. Om te kunnen spreken van een ‘werk’ moet het voorwerp een oorspronkelijke schepping van de maker van het voorwerp zijn én moet deze oorspronkelijke schepping tot uitdrukking worden gebracht.

Volgens het HvJ-EU kan de smaak van een voedingsmiddel niet nauwkeurig en objectief tot uitdrukking worden gebracht. Het herkennen van de smaak van een voedingsmiddel is namelijk afhankelijk van smaakbeleving en smaakervaring; factoren zoals leeftijd, persoonlijke voorkeuren, eetgewoonten en de omgeving waarin het product wordt geproefd spelen een rol. Bovendien bestaat er geen techniek om smaak te meten. Het oordeel luidt dan ook dat de Auteursrechtrichtlijn eraan in de weg staat dat de smaak van een voedingsmiddel auteursrechtelijk wordt beschermd .

Deze uitspraak zal voor Levola Hengelo een nare bijsmaak hebben. Voedingsmiddelenproducenten, restaurateurs en de rechtelijke macht kunnen opgelucht adem halen. De producenten en restaurateurs kunnen ongeremd smaken blijven (door)ontwikkelen en de rechters zullen niet meer gevraagd worden ‘proefondervindelijke’ oordelen te geven.

Robbert Sjoerdsma* en Katrien van de Wijdeven

 * Robbert Sjoerdsma was betrokken bij de procedure in eerste aanleg.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar