Euthanasie of hulp bij zelfdoding: geen recht van de patiënt

De laatste tijd is het onderwerp euthanasie/hulp bij zelfdoding een terugkerend item in de media. Denk bijvoorbeeld aan de casus rondom de man die zijn moeder hielp bij zelfdoding en de casus van de huisarts uit Tuitjenhorn. Een beladen onderwerp voor patiënten, maar vooral ook één van de meest indringende en belastende verzoeken die een patiënt een arts kan voorleggen. Wat namelijk veel patiënten zich onvoldoende realiseren is dat euthanasie en hulp bij zelfdoding strafbaar zijn. Alleen een arts kan deze handelingen straffeloos uitvoeren, indien hij aan bepaalde zorgvuldigheidseisen heeft voldaan die de Wet toetsing levensbeëindiging en hulp bij zelfdoding (WTL) voorschrijft. Een arts kan bij het toetsen van de criteria tot de conclusie komen dat hij de euthanasie dan wel de hulp bij zelfdoding niet kan uitvoeren, omdat niet is voldaan aan de zorgvuldigheidseisen. Dat dit voor de patiënt, maar voornamelijk voor diens naasten, onbegrijpelijk is blijkt uit een casus die ik recentelijk in de praktijk tegen kwam.

De casus betrof een man op leeftijd die leed aan verschillende aandoeningen zoals suikerziekte en longemfyseem. Maar zijn voornaamste motivering om niet meer te willen leven was dat hij het leven had geleefd. De huisarts in kwestie kreeg het verzoek van de patiënt om euthanasie uit te voeren. In de WTL zijn bepaalde zorgvuldigheidseisen vastgelegd waaraan de arts dient te voldoen, alvorens de euthanasie mag worden uitgevoerd.

In onderhavige casus was naar de mening van de huisarts aan twee van deze eisen niet voldaan. Zo was de huisarts niet overtuigd van het vrijwillige karakter van het verzoek. Er heerste in de thuissituatie een gespannen sfeer, waarbij de naasten van de patiënt duidelijk van mening verschilden. Ook ervoer de arts een bepaalde druk van één van de kinderen om het verzoek op zeer korte termijn in te willigen. Zou het verzoek namelijk niet worden ingewilligd dan was de arts niet meer welkom, zo werd de arts medegedeeld. Ten tweede was de arts niet overtuigd van het ondraaglijk lijden van de patiënt. Er was dus niet voldaan aan alle eisen.

De arts heeft de patiënt en diens naasten medegedeeld dat zij niet volledig achter het verzoek stond en daardoor niet over kon gaan tot het uitvoeren van de euthanasie. Alhoewel de arts wel degelijk besefte dat dit consequenties had voor de patiënt en het verzoek begrijpelijk en invoelbaar was, heeft de arts naar eer en geweten gehandeld. Hoe onbegrijpelijk dit ook voor de patiënt en diens naasten is, de arts is degene die de uiteindelijke beslissing neemt. Euthanasie of hulp bij zelfdoding is immers geen recht van de patiënt of diens naasten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. drs. Caroline van der Kolk-Heinsbroek, gezondheidsrecht, 040 23 80 600.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar