De 403-verklaring

Vanaf 1 januari 2021 is het Verenigd Koninkrijk niet meer gebonden aan de Europese Unie en daarmee aan het Unierecht. Dat kan ernstige gevolgen hebben voor Nederlandse vennootschappen waarvoor door een Britse moeder een zgn. 403-verklaring is afgegeven. Doet u zaken met een vennootschap met een Britse moeder of bent u bestuurder van zo’n vennootschap? Dan is deze informatie van belang voor u.

Wat is en wat bepaalt de 403-verklaring?

De 403-vrijstelling is een aparte vrijstelling voor verschillende rechtspersonen die samen tot een groep behoren. Een rechtspersoon kan gebruik maken van deze jaarrekeningvrijstelling als de rechtspersoon is opgericht naar het recht van een EU-lidstaat en daardoor valt onder het Unierecht. Op grond van artikel 2:403 BW hoeven deze rechtspersonen geen enkelvoudige jaarrekening volgens de bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW op te stellen, maar kan voor de gehele groep een gezamenlijke (ofwel: geconsolideerde) jaarrekening worden gemaakt. Er kan gebruik worden gemaakt van deze jaarrekeningvrijstelling, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. Het eerste vereiste is dat de financiële gegevens van de gehele groep zijn samengevoegd in de geconsolideerde jaarrekening. Het tweede vereiste is dat deze geconsolideerde jaarrekening is opgesteld door de rechtspersoon die een schriftelijke verklaring heeft afgegeven waarin deze zich aansprakelijk stelt voor de uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden van de rechtspersoon (de ‘403-verklaring’) en deze is gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

VK na 1 januari 2021: geen 403-verklaring meer

Het Verenigd Koninkrijk zal na 1 januari 2021 niet meer gebonden zijn aan de Europese richtlijnen en verordeningen. Voor de jaarrekeningvrijstelling is vereist is dat volgens het toepasselijke recht – van de rechtspersoon die de geconsolideerde jaarrekening opstelt – de Verordening (EG) 16/06/2002, de richtlijn jaarrekeningen, de richtlijn betreffende de (geconsolideerde) jaarrekening van banken en andere financiële instellingen of de richtlijn betreffende de (geconsolideerde) jaarrekening van verzekeringsondernemingen op de geconsolideerde jaarrekening van toepassing is. Vanaf 1 januari 2021 is dat dus niet meer het geval bij Britse rechtspersonen en deze kunnen dus geen gebruik meer maken van de jaarrekeningvrijstelling.

Dit geldt ook als het jaarrekeningenrecht van het Verenigd Koninkrijk overeenkomt met de Europese wetgeving. Alleen een rechtspersoon opgericht naar het recht van een EU-lidstaat kan gebruik maken van de jaarrekeningvrijstelling.

Gevolgen

De Brexit kan gevolgen hebben voor een rechtspersoon die is opgericht naar het recht van het Verenigd Koninkrijk en die gebruik maakt van de jaarrekeningvrijstelling. Als deze dus na de Brexit gebruik blijft maken van deze jaarrekeningvrijstelling, wordt de openbaarmakingsverplichting geschonden.

Dit is een economisch delict en kan forse consequenties tot gevolg hebben, zowel voor de rechtspersoon als voor de bestuurders. De rechtspersoon riskeert een geldboete van de vierde categorie (ca. EUR 20.000 per vennootschap) en de bestuurders kunnen aansprakelijk worden gesteld. Een taakstraf of een hechtenis van maximaal 6 maanden zou ook een mogelijkheid zijn, maar daarbij merken we op dat deze laatste sancties maar zeer zelden worden toegepast.

Wat nu?

Hieronder worden twee mogelijke alternatieven geschetst waarin de jaarrekeningvrijstelling wel kan blijven worden toegepast.[1]

  • Een andere vennootschap binnen de groep consolideert. Deze andere rechtspersoon hoeft niet aan het hoofd van de groep te staan maar kan ook ergens anders in de keten zijn gepositioneerd. Dit kan vrij eenvoudig worden gerealiseerd mits hiervoor een rechtspersoon beschikbaar is.
  • De oprichting van een nieuwe (sub-)holding die dient te worden opgericht naar het recht van een EU-lidstaat. Via deze sub-holding kan gebruik worden gemaakt van de jaarrekeningvrijstelling.

Concreet

Per 1 januari 2021 mag een rechtspersoon waarvan de financiële gegevens worden geconsolideerd in de geconsolideerde jaarrekening van een moedermaatschappij naar het recht van het Verenigd Koninkrijk geen gebruik meer maken van de jaarrekeningvrijstelling ex. art. 2:403 BW. Om te voorkomen dat bestuurders of rechtspersonen hiermee in de problemen komen, is het raadzaam om tijdig actie te ondernemen en juridisch advies hierover in te winnen.

Er dient duidelijkheid te bestaan of binnen de groep een 403-verklaring is afgegeven door een rechtspersoon die is opgericht naar het recht van het Verenigd Koninkrijk. In dat geval is aanvullende actie nodig. Zo bestaat de mogelijkheid om via een andere rechtspersoon in de groep, die wel in Nederland is gevestigd of die is opgericht naar het recht van een EU-lidstaat, een 403-verklaring af te geven en deze rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening op te laten stellen.

Mocht u meer willen weten over de Brexit en de mogelijke gevolgen hiervan voor de jaarrekeningvrijstelling ex artikel 2:403 BW, neem dan contact op met Robert van Muijen, Hester Derkx of Yannick van den Berk.

[1] Deze alternatieven zijn gegeven vanuit een vennootschapsrechtelijk perspectief. Eventuele fiscale gevolgen zijn hierbij niet meegenomen.

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?