Botsende (grond)rechten

Botsende (grond)rechten: het intellectueel eigendomsrecht en het eigendomsrecht

Kan een partij een merkproduct zomaar importeren en doorverkopen? Hierdoor kan het merkproduct op een markt terechtkomen waar de merkhouder dat niet bedoeld had. En wat als die partij voor wederverkoop dat product wijzigt en bijvoorbeeld reviseert of ompakt? Bij de merkhouder bestaat dan veelal de vrees dat het gewijzigde merkproduct van mindere kwaliteit is dan het oorspronkelijke merkproduct en dat de consument die mindere kwaliteit zal toedichten aan de merkhouder, terwijl de wijziging buiten zijn controle heeft plaatsgevonden.

Het is duidelijk dat de belangen van de eigenaar van een merkproduct (het belang om ten volle van het eigendomsrecht op dat product te genieten) en de belangen van de merkhouder om te kunnen profiteren van aan zijn merk verbonden rechten strijdig met elkaar kunnen zijn. Hier botsen twee (grond)rechten[1] en is sprake van een (ethisch) dilemma; welk belang prevaleert? Thans wordt dit dilemma beslecht door de zogenaamde ‘uitputtingsregel’.

De merkenrechtelijke uitputtingsregel
Deze regel behelst dat het merkrecht niet het recht omvat zich te verzetten tegen gebruik van het merk voor waren, die onder het merk door de houder of met diens toestemming in de Europese Economische Ruimte (de EU-landen plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) in het verkeer zijn gebracht. De uitputtingsregel kent dus een territoriale werkingssfeer. Alleen de merkproducten die door of met toestemming van de merkhouder in de EER in het verkeer zijn gebracht, kunnen in beginsel vrijelijk worden doorverkocht. Voor merkproducten die door de wederverkoper zelf uit de VS of China worden geïmporteerd, geldt dit niet.

Op de uitputtingsregel bestaat een uitzondering, namelijk in het geval er voor de merkhouder gegronde redenen zijn zich te verzetten tegen verdere verhandeling van de merkproducten, met name wanneer de toestand van de merkproducten, nadat zij in het verkeer zijn gebracht, gewijzigd of verslechterd is. Echter, niet elke wijziging of verslechtering van de toestand van het merkproduct kan een uitzondering op de uitputtingsregel rechtvaardigen. Normale slijtage en veroudering vallen hier niet onder. Dit zou namelijk de tweedehandshandel in merkproducten frustreren. Bij revisie van een merkproduct dient het merk in beginsel verwijderd te worden, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is. De revisor moet in dit laatste geval echter wel alles doen wat mogelijk is om duidelijk te maken dat het om gereviseerde merkproducten gaat. Ompakken en heretiketteren is in beginsel niet mogelijk, tenzij aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Kort gezegd, komt het er steeds op neer dat er niet deloyaal gehandeld mag worden ten opzichte van de belangen van de merkhouder. Of hiervan sprake is, zal per geval beoordeeld moeten worden.

De auteursrechtelijke uitputtingsregel
Ook in het auteursrecht geldt de uitputtingsregel en luidt hier als volgt: indien een exemplaar van een werk door of met toestemming van de maker voor de eerste maal in de EER in het verkeer is gebracht door eigendomsoverdracht, dan vormt het anderszins in het verkeer brengen van dat exemplaar, met uitzondering van verhuur en uitlening, geen inbreuk op het auteursrecht.

De auteursrechtelijke uitputtingsregel kent dezelfde territoriale werkingssfeer als die onder het merkrecht. Ook het aanbrengen van wijzigingen aan het in het verkeer gebrachte exemplaar kan een uitzondering opleveren. Of dat het geval is, zal van de aard van de wijziging afhangen. Zo is het (doorverkopen na) inbinden van losse tijdschriftafleveringen wel toegestaan, maar niet het overbrengen van de inkt van een poster op een canvasdoek.

Gedowloade content
Belangrijke openstaande vraag is thans nog of de uitputtingsregel enkel van toepassing is op fysieke werken (bijvoorbeeld boeken) of ook op gedownloade content (zoals ebooks en iTunes-liedjes). Dit komt omdat de uitputtingsregel spreekt van ‘exemplaren’ en ‘eigendomsoverdracht’[2], hetgeen lijkt te impliceren dat het gaat om stoffelijke objecten. Dit is onwenselijk, bijvoorbeeld omdat consumenten die ebooks kopen en daar veelal (bijna) net zoveel voor betalen als voor een fysiek boek niet weten of ze het ebook kunnen doorverkopen, terwijl de eigenaar van een fysiek boek dat wel kan.

In een baanbrekende uitspraak heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie al geoordeeld dat gedownloade software (computerprogrammatuur) mag worden doorverkocht en dat kopers van tweedehands software een wettelijk gebruiksrecht hebben. De eerste koper moet dan wel een licentie hebben gekocht die onbeperkt is in de tijd en tevens een redelijke vergoeding hebben betaald die in overeenstemming is met de economische waarde van de software. Bij verkoop moet de eerste koper zijn kopie van de software, en eventuele backups, wissen.

Software valt echter onder een andere Europese richtlijn (de Softwarerichtlijn) dan e-books en andere gedownloade content (de Auteursrechtrichtlijn), waardoor onzeker is of bovenstaande uitspraak ook voor die laatste categorie geldt.

Tijdens het congres Business & Legal Ethics in de subsessie over IP rechten zullen de grenzen van de uitputtingsregel aan de hand van concrete voorbeelden met u besproken worden en zal met u de discussie worden aangegaan of er een juiste balans bestaat tussen de botsende (grond)rechten van de ‘eigenaar’ en die van de IP-rechthebbende.

Het volgende artikel zal een reclamerechtelijk thema kennen. Retailers is er alles aan gelegen om de aandacht van de consument te trekken. De consument wordt heden ten dage op vele manieren verleid om iets te kopen. Wanneer de retailer hierin doorschiet kan toegestaan verleiden verworden tot onrechtmatig misleiden. Waar liggen de (ethische) grenzen?

Robbert Sjoerdsma

[1] Zowel het recht op eigendom als het recht op intellectuele eigendom zijn grondrechten die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“Hv”); zie artikel 17 lid 1 Hv resp. artikel 17 lid 2 Hv.

[2] Onder Nederlands vermogensrecht kan men immers enkel eigenaar zijn van een zaak. Een zaak is gedefinieerd als een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object (artikel 3:2 BW).

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar