ACM: vergunning nodig voor fusie ziekenhuizen in Amsterdam

In december 2016 heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) beslist dat nader onderzoek is vereist naar de gevolgen van de voorgenomen fusie van de universitaire ziekenhuizen te Amsterdam, het Academisch Medisch Centrum (AMC) en het VU Medisch Centrum (VUmc). Voor het tot stand brengen van deze fusie is een vergunning van de ACM vereist.

Hierna wordt ingegaan op de overwegingen van de ACM, de vraag hoe deze beschikking van de ACM past in de ingezette lijn van de ACM, waarbij afgesloten wordt met een overzicht van argumenten die wellicht zouden kunnen worden ingebracht om toch een vergunning te verkrijgen.

De overwegingen van de ACM

De twee ziekenhuizen verlenen in de regio Amsterdam zowel basisziekenhuiszorg als (hoog) complexe zorg. Daarnaast verrichten zij ook wetenschappelijk onderzoek en verzorgen zij medische opleidingen. De ACM signaleert als knelpunt de (hoog) complexe zorg, waarbij ingewikkelde operaties worden uitgevoerd, patiënten met meerdere gezondheidsproblemen worden behandeld of behandelingen plaatsvinden met zeer gespecialiseerde apparatuur. In de markt voor de (hoog) complexe zorg is het marktaandeel in Amsterdam en omgeving zodanig hoog, dat nader moet worden onderzocht of de fusie niet leidt tot een machtspositie en onvoldoende resterende concurrentie. Met name de zorgverzekeraars hebben zich kritisch uitgelaten over de voorgenomen fusie, zij voorzien een aanzienlijke verzwakking van hun onderhandelingspositie bij het inkopen van zorg voor de verzekerden/patiënten. Er zouden onvoldoende prikkels resteren om de ziekenhuizen te disciplineren.

Nader onderzoek dient dan ook plaats te vinden naar de resterende concurrentiemogelijkheden, de noodzaak om de fusie aan te gaan, de te bereiken en te onderbouwen voordelen van de fusie en het behouden van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de zorg voor de patiënten.

Uitgezette lijn van de ACM

De ACM heeft in 2016 eerder een vergunning geweigerd voor een voorgenomen fusie van ziekenhuizen. Indien er onvoldoende concurrentie van andere ziekenhuizen resteert  in de (hoog) complexe zorg valt te verwachten dat de vergunning wordt geweigerd indien er geen structurele remedies worden voorgesteld.

Mogelijke argumenten

Bezien zou kunnen worden of een fusie op het terrein van basiszorg, wetenschappelijk onderzoek en het verzorgen van opleidingen dan mogelijk is, waarbij de (hoog) complexe zorg, althans een gedeelte daarvan, buiten de fusie blijft, waarvoor dan een minder vergaande samenwerking wordt gezocht. De vraag zal zijn hoe de IGZ zich opstelt en of de IGZ de fusie noodzakelijk acht voor het behoud of het vergroten van de kwaliteit van de (hoog) complexe zorg. Gelet op de uitgezette lijn van de ACM zal het hoogstwaarschijnlijk niet voldoende zijn indien een gedragsremedie wordt voorgesteld, bijvoorbeeld in de vorm van het hanteren van een prijsplafond, op grond waarvan de prijs voor bepaalde behandelingen niet meer zal mogen stijgen dan voorzien binnen het plafond. Indien voor de (hoog) complexe zorg uitwijkmogelijkheden voor de patiënt/verzekerde ontbreken en er daadwerkelijk een machtspositie dreigt te ontstaan, zal er geen vergunning voor de fusie worden verleend indien de fusiepartners geen structurele remedie aanbieden.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar