Meldplicht zorgaanbieders

Een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders in de toekomst.

Thans geldt dat voordat de zorgverlening door nieuwe zorgaanbieders wordt aangeboden beperkt en soms niet wordt getoetst of er voldoende waarborgen aanwezig zijn voor een transparante en ordelijke bestuursstructuur en bedrijfsvoering. Een belangrijk door de regering gesignaleerd gebrek daarbij is dat de toelatingseisen bovendien niet specifiek zijn gericht op de kwaliteit van de zorg.[1] De zorgaanbieder is vanaf de aanvang van de zorgverlening wel verantwoordelijk voor een goede kwaliteit van zorg. Om te kunnen beoordelen of hiervan sprake is moet de toezichthouder over bepaalde informatie kunnen beschikken. Het wetsvoorstel toetreding zorgaanbieders (Wtza)[2] voorziet daarom in een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders, die onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) vallen. Doel van deze meldplicht is dus enerzijds alle nieuwe zorgaanbieders bewust te maken van kwaliteitseisen waaraan zij vanaf het begin van de zorgverlening moeten voldoen en anderzijds de IGZ de informatie te verschaffen die nodig is om te selecteren welke nieuwe zorgaanbieders zij binnen vier weken tot zes maanden na de aanvang van de zorgverlening zal inspecteren, met ander woorden het risicotoezicht op nieuwe zorgaanbieders effectiever vorm te geven.[3]

Daarnaast wordt in het wetsvoorstel een vernieuwde vergunningsprocedure voorgesteld. Deze vergunning moet worden aangevraagd door een zorgaanbieder die een instelling is en die hetzij medisch specialistische zorg verleent of doet verlenen hetzij zorg of een dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw) verleent of doet verlenen door in de regel meer dan tien personen. Daarbij wordt de toets uitgebreid met de vraag hoe de zorgaanbieder aan de voorwaarden uit de Wkkgz voldoet. De zorgaanbieder dient dit te onderbouwen middels kwaliteitsdocumenten. [4]

Blijkens de toelichting zal een nieuwe zorgaanbieder – ten aanzien van de meldplicht – om te kunnen starten met de zorgverlening zich allereerst dienen te melden bij een digitale portal die is ontworpen, wordt beheerd en onderhouden door het CIBG.[5] Op deze portal moet de nieuwe zorgaanbieder een aantal vragen beantwoorden, zoals: Wat is het nummer van de Kamer van Koophandel? Bent u een solist of een instelling? Wat is de voorgenomen startdatum van zorgverlening? Welke vormen van zorg levert u? Worden er risicovolle en voorbehouden handelingen verricht? De door de nieuwe zorgaanbieders gegeven antwoorden worden opgenomen in een bestand dat het CIBG bijhoudt. De IGZ heeft toegang tot dit bestand en gebruikt de gegevens om een inschatting te kunnen maken welke nieuwe zorgaanbieders zij binnen vier weken tot zes maanden na de aanvang van de zorgverlening bezoekt om in de praktijk te toetsen of de kwaliteit van zorg op orde is.[6] Na inwerkingtreding van deze wet, kan de IGZ een nieuwe zorgaanbieder die zich niet heeft gemeld een boete opleggen. Een herstelsanctie is hier niet aan de orde, omdat de nieuwe zorgaanbieder immers al is aangevangen met het verlenen van zorg.[7]

De vergunningsplicht geldt – zoals hiervoor weergegeven – voor bepaalde zorgaanbieders. De motivering voor deze afbakening is dat de verzwaarde toelating met name van belang is bij de wat grotere instellingen omdat daar governance problemen kunnen spelen. Daarvoor is de grens gelegd bij in de regel tien personen of meer.[8] In tegenstelling tot de huidige toelating, komen geen categorieën van zorg meer in aanmerking voor een automatische toelating. Dat betekent dat de vernieuwde toelating ook van toepassing is op de wat grotere praktijken van huisartsenzorg, verloskundige zorg etc.[9] De vergunningverlening zal een marginale papieren toets zijn. Indien een vergunning is verleend en in de praktijk blijkt dat de instelling niet voldoet aan de eisen verbonden aan de vergunning, kunnen de IGZ en de NZa hun bestaande handhavingsinstrumentarium inzetten op grond van de Wkkgz en de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Als ultimum remedium kunnen zij de minister adviseren de toelatingsvergunning in te trekken.[10]

Uiteindelijk zal de praktijk dienen uit te wijzen of de beoogde wet een verandering gaat brengen in het risicotoezicht op nieuwe zorgaanbieders en de bewustwording bij hen van de van toepassing zijnde kwaliteitswetten.

Het wetsvoorstel toetreding zorgaanbieders (Wtza) is op 4 september jl. ingediend bij de Tweede Kamer. Wanneer het wetsvoorstel wordt aangenomen, vervalt de huidige toelatingsprocedure uit de Wet toelating zorginstellingen. (WTZi).

 

[1] Memorie van toelichting, Kamerstukken II 2016-2017, 34 767, nr. 3, p.2.

[2] Kamerstukken II 2016-2017, 34 767, nr. 2.

[3] Memorie van toelichting, Kamerstukken II 2016-2017, 34 767, nr. 3, p.2.

[4] Memorie van toelichting, Kamerstukken II 2016-2017, 34 767, nr. 3, p.2.

[5] Memorie van toelichting, Kamerstukken II 2016-2017, 34 767, nr. 3, p.9.

[6] Concept Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Wet toetreding zorgaanbieders, 29 september 2016, p.6.

[7] Memorie van toelichting, Kamerstukken II 2016-2017, 34 767, nr. 3, p.12.

[8] Memorie van toelichting, Kamerstukken II 2016-2017, 34 767, nr. 3, p.19.

[9] Memorie van toelichting, Kamerstukken II 2016-2017, 34 767, nr. 3, p.9.

[10] Memorie van toelichting, Kamerstukken II 2016-2017, 34 767, nr. 3, p.10.

 

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar