Nieuws

Bescherming voetganger bij metro-ongeval?

Gepubliceerd op 21 apr. 2022

Charles forerunner gap Y Vv Ug1 M8 unsplash

Bij aanrijdingen tussen een motorrijtuig en niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer, geniet laatstgenoemde op grond van art. 185 van de Wegenverkeerswet (WVW) bescherming omdat het om een ‘zwakkere’ verkeersdeelnemer gaat. Een metro valt niet onder het begrip ‘motorrijtuig’ uit de Wegenverkeerswet. Recent lag aan de rechtbank Amsterdam voor of de bescherming van art. 185 van de Wegenverkeerswet toch analoog kon worden toegepast op een metro-ongeval.

Eiser is gedurende het uitstappen van de metro tussen het perron en de wegrijdende metro terecht gekomen waardoor hij een stuk is meegesleurd door de metro. Ten gevolge daarvan heeft eiser letsel opgelopen. Eiser heeft GVB, het vervoersbedrijf waar de desbetreffende metro onder valt, aansprakelijk gesteld voor zijn schade. In deze procedure dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of GVB aansprakelijk is voor de schade van eiser. Allereerst stelt eiser dat de bestuurder van de metro onvoldoende geanticipeerd heeft op de situatie. De rechtbank oordeelt echter dat de bestuurder van de metro geen verwijt treft. Kort gezegd komt de rechtbank tot dit oordeel omdat de bestuurder niet iedere passagier individueel in de gaten dient te houden. Daarbij kan van de bestuurder van de metro niet verwacht worden dat hij voortdurend naar de camerabeelden op de monitor kijkt, aangezien hij ook rekening dient te houden met het uitrijsein. Gezien de korte tijdspanne waarin het ongeval is gebeurd, kon van de bestuurder van de metro niet verwacht worden dat hij anders handelde dan hij gedaan heeft. Aan de hand van de Kelderluik-criteria oordeelt de rechtbank dat de indeling van het station evenmin tot aansprakelijkheid van GVB kan leiden. Tot slot dient de rechtbank te oordelen of de norm van art. 185 WVW ook van toepassing is op een aanrijding tussen een metro en een voetganger. Eiser stelt dat art. 185 WVW analoog dient te worden toegepast vanwege de geboden bescherming aan zwakkere verkeersdeelnemers. De rechtbank oordeelt dat de WVW niet van toepassing is aangezien een metro wordt voortbewogen over spoorstaven. De rechtbank hecht er daarbij waarde aan dat een metrobestuurder, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een trambestuurder, niet in contact komt met andere verkeersdeelnemers behalve op de perrons. Een situatie op een perron is echter niet vergelijkbaar met een verkeerssituatie waarin door kwetsbare verkeersdeelnemers onder tijdsdruk veel beslissingen dienen te worden gemaakt. De WVW mist aldus toepassing. De rechtbank wijst de vorderingen af.

Bekijk hier de uitspraak.

Interessante artikelen voor u

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief