Verzet faillietverklaring

Verzet tegen faillietverklaring ongegrond; COMI in Nederland.

De besloten vennootschap Y B.V. (“Y”) heeft een verzoekschrift ingediend tot faillietverklaring van een vennootschap onder firma (“VOF”), alsmede van haar (voormalig) vennoten. Bij vonnis zijn zowel de VOF, als de (voormalig) vennoten in staat van faillissement verklaard. Verzoeker, een van de vennoten, heeft bij verzoekschrift verzet ingesteld tegen dit vonnis voor zover dit betreft de faillietverklaring van hemzelf. Hij voert daartoe aan dat:

(i.): de Nederlandse rechtbank onbevoegd kennis te nemen van het verzoek nu hij niet in Nederland woont en niet in Nederland werkt;

(ii.): hij niet behoorlijk is opgeroepen; en

(iii.): hij niet verkeert in de situatie dat hij heeft opgehouden zijn schulden te betalen.

De rechtbank:

Ad (i.): uit de Europese Insolventieverordening volgt dat de Nederlandse rechter alleen bevoegd is als het centrum van voornaamste belangen (“COMI”) van verzoeker in Nederland ligt. In de considerans van die verordening is vermeld dat de COMI dient overeen te komen met de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die daardoor als zodanig voor derden herkenbaar is. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel is verzoeker vennoot van VOF, die pachtinkomsten genoot. Voorts blijkt uit het kadaster dat verzoeker mede‐eigenaar is van een appartementsrecht gelegen in Nederland. Met deze inschrijvingen in openbare registers is voor derden kenbaar dat verzoeker zakelijke belangen heeft in Nederland. Dat hij vanuit het buitenland daarover het beheer voert is gesteld noch gebleken. De rechtbank concludeert dat de Nederlandse rechter bevoegd is de insolventieprocedure ten aanzien van verzoeker te openen;

Klik hier om de gehele publicatie van 11 april 2017 van Wolters Kluwer SmartNewz te lezen.

Dirk de Jong ‐ Holla Advocaten

 

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar