Lidmaatschap Accountants

Verplicht lidmaatschap van de Nederlandse Beroepsvereniging van Accountants (NBA) niet in strijd met Europese en nationale wet‐ en regelgeving.

In de Wet op het accountantsberoep (“Wab”) is het lidmaatschap van de Nederlandse Beroepsvereniging van Accountants (“NBA”) verplicht gesteld voor diegenen die zich in het accountantsregister willen inschrijven. Vanaf 2006 hebben De Orde van Registerbelastingadviseurs Nederland (“OvRAN”) en haar voorlopers zowel bij debestuursrechter als de (civiele) voorzieningen‐rechter geprocedeerd in verband met onvrede over –kort gezegd –de gang van zaken met betrekking tot de totstandkoming van regelgeving binnen de (voorlopers van de) NBA. In die procedures is onder meer aangevoerd dat het verplichte lidmaatschap van de beroepsvereniging in strijd is met artikel 11 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (“EVRM”). In dit geding beoogt OvRAN de bepalingen van de Wab die verband houden met dat verplichte lidmaatschap buiten werking te stellen, stellende dat deze bepalingen in strijd zijn met het bepaalde in: (i.) artikel 11 EVRM; (ii.) artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (“EP”); en (iii.) artikel 14 EVRM. Daarnaast stelt OvRAN zich op het standpunt dat de grote kantoren als gevolg van de betreffende regelgeving in strijd met artikel 6 Mw handelen, en dat ook de Staat daardoor in strijd met het bepaalde in artikel 6 Mw handelt.

De rechtbank:

Ad (i.): bij arrest van 20 december 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2910 ) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de NBA geen vereniging is als bedoeld in artikel 11 EVRM en dat het bij wet verplicht gestelde lidmaatschap van de NBA niet in strijd is met artikel 11 EVRM. De rechtbank ziet in hetgeen door OvRAN is aangevoerd geen aanleiding om tot een van dit arrest afwijkend oordeel te komen;

Ad (ii.): het ontnemen van de titel RA of AA van diegenen die niet in het accountantsregister ingeschreven zijn, is voorts niet in strijd met het in artikel 1 EP verankerde eigendomsrecht. De inbreuk door de Staat ‐ en het toepasselijk nationale recht ‐ is immers voldoende toegankelijk, precies en voorzienbaar in de uitoefening (‘lawful’), de inbreuk streeft een legitiem doel in het algemeen belang na (‘legitimate aim’) en er is een redelijke verhouding (‘fair balance’) tussen algemeen belang en de bescherming van individuele rechten;

Ad (iii.): ook het betoog dat de vrijstelling van accountants uit andere lidstaten van de verplichting om lid te worden van de NBA in strijd is met artikel 14 EVRM slaagt niet. Het zou in strijd zijn met het vrije verkeer van diensten indien de Nederlandse overheid een accountant die voldoet aan de in het land van herkomst gestelde eisen aan het accountantsberoep, verplicht lid te zijn van de NBA. In zoverre is ook geen sprake van gelijke gevallen.

Tot slot overweegt de rechtbank dat thans niet de vraag voorligt of het handelen van de Staat als een onderneming op de markt onrechtmatig is, zodat reeds om die reden geen sprake kan zijn van schending van artikel 6 Mw door de Staat. Voor zover OvRAN heeft bedoeld te stellen dat de Staat leden van de NBA faciliteert te handelen in strijd met de mededingingsregels, overweegt de rechtbank dat het niet de Staat is die deze regels vaststelt, maar (leden van) de NBA. Het gestelde handelen van die partijen kan naar het oordeel van de rechtbank niet aan de Staat worden toegerekend.

Dirk de Jong ‐ Holla Advocaten

Klik hier voor de gehele publicatie van 27 februari 2017 in Wolters Kluwer SmartNewz.

 

 

 

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar