Treft bestuurder persoonlijk ernstig verwijt na verduistering leaseauto’s ?

Geïntimeerde was enig bestuurder van de besloten vennootschap HSC Beheer BV (“HSC”). Volkswagen Bank GmbH (“Volkswagen”) en HSC hebben financial
leaseovereenkomsten gesloten met betrekking tot twee personenauto’s. HSC laat vervolgens de maandelijks verschuldigde termijnen grotendeels onbetaald. In
opdracht van Volkswagen heeft Rimor Recherchediensten B.V. (“Rimor”) een rapport uitgebracht waaruit blijkt dat de auto’s zijn verduisterd en dat de contracten zijn
afgesloten op verzoek van de leverancier, die als oplichter te boek staat. Geïntimeerde stelt dat de leverancier hem heeft opgelicht. Volkswagen vordert in eerste
aanleg schadevergoeding van HSC en van geïntimeerde als bestuurder van HSC. De kantonrechter heeft de vorderingen jegens HSC grotendeels toegewezen, maar de
vorderingen jegens geïntimeerde afgewezen. In hoger beroep is slechts het vonnis voor zover gewezen tussen Volkswagen en geïntimeerde aan de orde. Volkswagen
stelt dat geïntimeerde een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt nu geïntimeerde de overeenkomsten niet heeft gesloten voor HSC, maar voor de leverancier
met wie de afspraak was gemaakt dat de auto’s zouden worden doorverkocht c.q. verduisterd teneinde een schuld aan geïntimeerde af te lossen.

Het hof:

Het hof stelt voorop dat indien de door Volkswagen gestelde afspraak tussen geïntimeerde en Z komt vast te staan, de bestuurdersaansprakelijkheid van geïntimeerde
gegeven is. Aangezien geïntimeerde dergelijk onrechtmatig handelen gemotiveerd heeft betwist, dient Volkswagen dit krachtens de hoofdregel van artikel 150 Rv
te bewijzen. Het hof is van oordeel dat het thans voorliggende bewijsmateriaal, gelet op het gemotiveerde verweer van geïntimeerde, ontoereikend is om dit bewijs
(voorshands) geleverd te achten. Het hof licht dit toe met het navolgende.

Het feit dat in beide contracten staat dat de lessee verklaart het ‘object’ in goede staat te hebben ontvangen, alsmede het feit dat geïntimeerde beide auto’s op naam
van HSC heeft gezet, lijkt erop te wijzen dat de auto’s aan HSC zijn geleverd. In het licht van het gemotiveerde verweer van geïntimeerde kan echter niet
(voorshands) bewezen worden geacht dat de auto’s daadwerkelijk aan HSC zijn geleverd. Het rapport Rimor is tevens ontoereikend om de gestelde afspraak
(voorshands) bewezen te achten.

Nu Volkswagen bewijs van al haar stellingen heeft aangeboden laat het hof Volkswagen toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit de gestelde afspraken
blijkt.

Klik hier om het gehele artikel van 11 november 2016 in Wolters Kluwer SmartNewz te lezen.

Pim van de Goor ‐ Holla Advocaten

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar