Uitbreiding reikwijdte tuchtnorm ten aanzien van privégedragingen

De medische tuchtprocedure neemt een steeds belangrijkere positie in. Dit is onder meer af te leiden uit het feit dat het aantal tuchtzaken de laatste jaren aanzienlijk is gestegen. Vergelijken we het aantal tuchtzaken die in 2006 zijn aangemeld bij de tuchtcolleges met het aantal zaken die zijn aangemeld in 2014, dan zien we een toename van 20%. Dat de tuchtprocedure een steeds belangrijker positie inneemt blijkt ook uit het feit dat de overheid in 2012 heeft besloten de opgelegde maatregelen te openbaren in het BIG-register met uitzondering van de maatregel waarschuwing. Daarnaast wordt er ook steeds meer gekozen om uitspraken openbaar te maken in dagbladen. Ten slotte blijkt de steeds belangrijker wordende positie uit de wens van de minister van VWS om strenger op te treden tegen beroepsbeoefenaren. In dat verband zien we ook dat tuchtcolleges de laatste jaren meerdere malen privégedragingen van beroepsbeoefenaren onder de reikwijdte van de tuchtnorm hebben laten vallen. Om die reden is dan ook in het wetsvoorstel modernisering tuchtrecht Wet BIG[1] opgenomen om wat betreft artikel 47 lid 1 sub b aansluiting te zoeken bij de formulering van de tuchtnorm in bijvoorbeeld de Advocatenwet. In artikel 46 van de Advocatenwet is namelijk opgenomen dat advocaten aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die zij als advocaat behoren te betrachten (..) ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Dit houdt onder meer in dat een advocaat zich zodanig dient te gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur of in zijn eigen beroepsuitoefening niet wordt geschaad. Ook niet-beroepsmatige gedragingen van de advocaat kunnen zijn functioneren raken. In het nieuwe voorstel van artikel 47 lid 1 sub b Wet BIG wordt eenzelfde soort bepaling opgenomen. Met de voorgestelde nieuwe tuchtnorm kan ten aanzien van beroepsbeoefenaren in het zware regime (artikel 3) een tuchtmaatregel worden opgelegd indien deze zich niet gedragen als een behoorlijke beroepsbeoefenaar. Hoe artikel 47 lid 1 sub b Wet BIG gewijzigd dient te worden, naar de mening van de minister van VWS, komt later in dit artikel aan de orde.

In dit artikel zal ik tevens een aantal uitspraken van de tuchtcolleges de revue laten passeren waarin privéhandelingen van een beroepsbeoefenaar reeds onder de reikwijdte van de huidige tuchtnorm werden geschaard.

Huidige tuchtnorm

Zoals eerder opgemerkt zijn de tuchtnormen opgenomen in artikel 47 lid 1 Wet BIG. Dit artikel bepaalt dat de in het BIG-register ingeschreven arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige of verpleegkundige onderworpen is aan tuchtrechtspraak ter zake van:

a) enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die hij in die hoedanigheid behoort te betrachten ten opzichte van:
1 : degene, met betrekking tot wiens gezondheidstoestand hij bijstand verleent of zijn bijstand is ingeroepen;
2 : degene die, in nood verkerende, bijstand met betrekking tot zijn gezondheidstoestand behoeft;
3 : de naaste betrekkingen van de onder 1° en sub 2° bedoelde personen;

b) enig ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in die hoedanigheid in strijd met het belang van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg.

Klik hier voor de gehele publicatie d.d. november 2015 van Caroline van der Kolk-Heinsbroek in het RGD Magazine, Thema Tuchtrecht.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar