Stuiting van verjaring; ook de omstandigheden na de mededeling zijn van belang!

Om te voorkomen dat een rechtsvordering tot nakoming verjaart, kan de verjaring worden gestuit. Stuiting kan onder andere door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt. Een dergelijke mededeling kan in sommige situaties passender zijn dan andere middelen om te stuiten, zoals een schriftelijke aanmaning, bijvoorbeeld omdat partijen nog in onderhandeling met elkaar zijn.

Uit standaard jurisprudentie volgt dat de mededeling een duidelijke waarschuwing aan de wederpartij moet zijn dat hij ook na het verstrijken van de verjaringstermijn er rekening mee moet houden dat de schuldeiser de rechtsvordering instelt. Op die manier weet de wederpartij dat hij er verstandig aan doet om de beschikking te houden over zijn gegevens en bewijsmateriaal zodat hij zich kan verweren tegen de dan mogelijkerwijs alsnog door de schuldeiser ingestelde vordering.

Er is in het verleden al veel geprocedeerd over de eisen waaraan de mededeling van de schudeiser moet voldoen. Noodzakelijk is bijvoorbeeld dat voor de wederpartij duidelijk is wélke vordering wordt bedoeld. Bij beoordeling of de mededeling aan de door de wet voor stuiting gestelde eisen voldoet, dient echter niet alleen te worden gelet op de formulering van de mededeling zelf. Zo heeft Hoge Raad in 2009 al geoordeeld dat ook belang moet worden gehecht aan de context waarin de mededeling wordt gedaan en de overige omstandigheden van het geval.  Ook kan er onder omstandigheden mede betekenis toekomen aan verdere correspondentie die tussen partijen is gevoerd, aldus de Hoge Raad in 2011.

Onlangs, te weten op 18 september 2015, heeft de Hoge Raad zich weer uitgelaten over de uitleg van een mededeling tot stuiting. Het betrof de vraag of in de brief van (de advocaat van) de schuldeiser aan de Royal Bank of Scotland N.V. een rechtsgeldige stuiting van de lopende verjaringstermijn besloten ligt. Het Hof Amsterdam vond van niet omdat de inzet van de brief vooral leek te zijn het verkrijgen van informatie in een bespreking. De Hoge Raad vernietigt dit arrest van het Hof en oordeelt dat ‘het volgen van een strategie om eerst informatie te verkrijgen en een bespreking te voeren, geenszins de waarschuwing als zojuist bedoeld, die de brief tevens bevat, behoeft te ontkrachten’.  De Hoge Raad voegt daaraan toe dat bij de beoordeling of de mededeling voldoende is om de verjaring te stuiten ook betekenis toekomt aan de omstandigheden die hebben plaatsgevonden nadat de mededeling is verricht.

Uit het vorenstaande blijkt dat het nog altijd belangrijk is om de stuiting van een verjaring zorgvuldig vorm te geven, zowel in de formulering van de mededeling als in het handelen daarvoor én daarna. Gebeurt dit niet, dan kan dat grote gevolgen hebben voor uw vordering. Na verjaring is de vordering immers niet meer rechtens afdwingbaar.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar