Staatssteun

Lokale steunmaatregelen: ongeoorloofde staatssteun?

De Europese Commissie heeft op 29 april 2015 in een zevental beschikkingen geoordeeld dat er sprake was van lokale steunmaatregelen die het handelsverkeer tussen lidstaten niet ongunstig beïnvloeden. Om die reden was er geen sprake van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VwEU. De Europese Commissie heeft deze lijn doorgezet in een reeks beschikkingen van 21 september 2016.

Steunverleners zullen naar aanleiding van deze beschikkingenpraktijk van de Europese Commissie snel van oordeel zijn dat een bepaalde steunmaatregel het interstatelijke handelsverkeer niet ongunstig beïnvloedt en dat er dus geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun. De vraag is of deze veronderstelling juist is.

Op de eerste plaats is het de vraag of het Europese Hof van Justitie de beschikkingenpraktijk van de Europese Commissie in stand zal laten. Op de tweede plaats is het van belang om de beschikkingen van de Europese Commissie op juiste waarde te schatten. In dit artikel worden de beschikkingen van de Europese Commissie van 29 april 2015 behandeld. Hieruit volgt dat onder meer moet worden beoordeeld hoeveel in het buitenland woonachtige personen reeds gebruikmaken van de van overheidswege gesteunde activiteit. Indien dit aantal nihil of vrijwel nihil is, levert dit een indicatie op voor de conclusie dat de steunmaatregel het interstatelijke handelsverkeer niet ongunstig beïnvloedt. Interessant is de vraag hoe dit “bedieningsbereik” moet worden vastgesteld indien de gesteunde activiteit nieuw is. Op dit vraagstuk zal in het artikel worden ingegaan.

Lees het hele artikel in De Gemeentestem, aflevering 7451, p. 149-152 of download het hier.

Jack van Beers

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar