Romania

In ‘Romania’ ging het om een concerngarantie die voor huurdervingschade werd ingeroepen. De moedervennootschap van de drie failliete huurders had zich door middel van een eenvoudige bepaling in de huurovereenkomst garant gesteld “voor de nakoming van de verplichtingen voortvloeiende uit deze huurovereenkomst.” In artikel 7 van de toepasselijke ROZ Algemene Bepalingen8 wordt bepaald dat de huurder ingeval van een tussentijdse huurbeëindiging gehouden is alle schade van de verhuurder te vergoeden “ook in geval van faillissement.” De curator had op basis van art. 39 Fw de huurovereenkomsten opgezegd tegen 21 april 2009. De verhuurder vorderde vervolgens schadevergoeding ter hoogte van de gemiste huur over de periode van 21 april 2009 t/m 31 mei 2009. De verhuurder had de concerngarantie uitsluitend voor deze huurdervingschade aangesproken.

Het hele artikel van Egbert Schelhaas in het Tijdschrift Huurrecht Bedrijfsruimte vindt u hier: 2014 – TvHB Romania

Egbert Schelhaas

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar