Is uitbreiding van art. 7:661 BW wenselijk?

Art. 7:661 BW bepaalt dat de werknemer – die bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst schade toebrengt aan de werkgever of aan een derde jegens wie de werkgever tot vergoeding van die schade is gehouden – niet jegens de werkgever aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van diens opzet of bewuste roekeloosheid.

Dit artikel beperkt zich tot die situaties waarin sprake is van een arbeidsovereenkomst. Mede gezien de recente ontwikkelingen in het kader van art. 7:658 lid 4 BW – waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat de zorgplicht van de werkgever ook kan gelden voor zzp’ers en andere zelfstandigen1 – is thans wellicht een taak weggelegd voor de wetgever om aan art. 7:661 BW een lid toe te voegen, inhoudende dat ook personen die werkzaamheden verrichten in de uitoefening van een beroep of bedrijf van een ander en geen arbeidsovereenkomst hebben, bescherming dient toe te komen op grond van art. 7:661 BW. Een dergelijke uitbreiding ligt in lijn met de toelichting die de wetgever destijds heeft gegeven in het kader van art. 7:658 lid 4 BW, te weten dat aansprakelijkheid van de inlener wenselijk werd geacht omdat de vrijheid van degene die een bedrijf uitoefent om te kiezen voor het laten verrichten van het werk door eigen werknemers of door anderen niet van invloed behoort te zijn op de rechtspositie van degenen die het werk verrichten. Tegen deze achtergrond ligt uitbreiding van art. 7:661 BW zoals voornoemd voor de hand.

Klik hier voor hele artikel in PIV Bulletin.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar