Imtech‐faillissementen: verzoek Rabobank tot het instellen van crediteurencommissie(s) afgewezen

Rechtbank Rotterdam, 26 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:3184 ‐ Op SmartNewz sinds: 28 april 2016

Feiten:

Rabobank heeft verzocht ex art. 74 Fw een voorlopige commissie van schuldeisers (“Crediteurencommissie”) in te stellen in de faillissementen van de vijf Imtech
Vennootschappen alsmede in het faillissement van Royal Imtech N.V. (“Royal Imtech”). Rabobank treedt daarbij op als gevolmachtigde van een groep van financiers
die een kredietovereenkomst heeft gesloten met Royal Imtech en de Imtech Vennootschappen. Op 18 december 2015 heeft de rechtbank aangegeven ten aanzien van
de Imtech Vennootschappen over te weinig informatie te beschikken om tot een gemotiveerd oordeel te komen.

Rabobank heeft in een brief na de tussenbeschikking aangegeven te hechten aan de instelling van een Crediteurencommissie in de faillissementen van de Imtech
Vennootschappen naast een Crediteurencommissie in het faillissement van Royal Imtech en wijst daarbij (onder meer) op de volgende omstandigheden:

‐ er is geen sprake van een geconsolideerde afwikkeling van de faillissementen waardoor de curatoren ten aanzien van elk van deze vennootschappen zelfstandig
beslissingen kunnen nemen. Bepaalde beslissingen kunnen zo aan het zicht van de Crediteurencommissie van Royal Imtech worden onttrokken waardoor het effect van
het adviesrecht wordt uitgehold;
‐ de aard en belangrijkheid van de boedels rechtvaardigen de instelling van een Crediteurencommissie omdat de faillissementen dusdanig financieel en juridisch
verweven zijn;
‐ uit de aard van de financieringsstructuur en het feit dat de Imtech Vennootschappen deel uitmaken van een of meer fiscale eenheden, zullen er waarschijnlijk
allerhande complexe en juridische vraagstukken spelen; en
‐ de omvangrijke activa en passiva van de vennootschappen.

Rechtbank:

De benoeming van een Crediteurencommissie als bedoeld in art. 74 Fw is mogelijk indien de belangrijkheid of de aard van de boedel hiertoe aanleiding geeft.
Onder belangrijkheid en aard moeten worden verstaan de omvang van activa en passiva van de boedel respectievelijk de bijzondere kenmerken en gecompliceerdheid
daarvan. Aan de rechtbank komt een discretionaire bevoegdheid toe. De rechtbank weegt mee in hoeverre een adequate afwikkeling van het faillissement naar
verwachting gediend zal zijn met de instelling van een Crediteurencommissie, waarbij de (technische en/of commerciële) kennis van de leden van een
Crediteurencommissie een rol speelt.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot het instellen van een Crediteurencommissie voor iedere vennootschap apart moet worden beoordeeld. Rabobank heeft haar
toelichting niet voor iedere vennootschap apart gegeven. De rechtbank is voor alle Imtech Vennootschappen van oordeel dat er geen aanleiding is voor het instellen
van een Crediteurencommissie.

Nb. hoger beroep tegen deze beschikking is niet mogelijk (art. 85 Fw)

Klik hier voor de gehele publicatie van 28 april in Wolters Kluwer SmartNewz

Pim van de Goor ‐ Holla Advocaten

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar