Huur in faillissement

Curatoren zaten in het verleden regelmatig in een lastige spagaat bij de vraag of een huurovereenkomst al dan niet moest worden opgezegd: door laten lopen van de huur betekende oplopende boedelkosten, opzegging kon op basis van het zogenaamde toedoen-criterium eveneens leiden tot forse boedelschulden. De curator deed er veelal goed aan de huurovereenkomst niet op te zeggen en te wachten op een opzegging van de verhuurder. Met het arrest Koot Beheer/Tideman q.q. is een einde gekomen aan dat dilemma. De Hoge Raad is teruggekomen van het toedoen-criterium en heeft het aantal boedelschulden sterk beperkt. Daarmee is ook een einde gekomen aan de slakkengang van de curator richting opzegging.

Inmiddels lijkt deze slakkengang echter plaats te hebben gemaakt voor een ratrace. De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren naast het arrest Koot Beheer/Tideman nog een aantal arresten gewezen die de positie van de curator ten opzichte van de verhuurder versterkt. Daarbij is het nu juist van belang dat de curator snel handelt. Er is namelijk een zeer wezenlijk verschil tussen de situatie dat de curator de huurovereenkomst opzegt en het geval dat de verhuurder die overeenkomst ontbindt. Degene die het eerst acteert, heeft de beste papieren. Dit artikel behandelt dat verschil.

Klik hier om de gehele publicatie van februari 2017 in het Tijdschrift voor Curatoren te lezen.

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar