Hoge Raad zet streep door fiscale constructie om onder bewind gesteld vermogen te beschermen

Wanneer iemand lichamelijk of geestelijk niet meer in staat is om op een verantwoorde manier zelf zijn financiële zaken te regelen, kan de kantonrechter een bewind over zijn goederen instellen. Er wordt dan een bewindvoerder genoemd die de financiële belangen van de betrokkene behartigt. De kantonrechter houdt vervolgens toezicht op de manier waarop de bewindvoerder zijn/haar taak uitvoert.

De Hoge Raad heeft zich onlangs moeten buigen over een verzoek van een bewindvoerder om het onder bewind gestelde vermogen van zijn zoon te verplaatsen naar een op te richten B.V. De rechter moest hier toestemming voor geven, omdat de bewindvoerder voor beschikkingshandelingen vooraf toestemming van de kantonrechter nodig heeft.

De casus

De zoon heeft op tienjarige leeftijd bij een verkeersongeval ernstig letsel opgelopen. In verband daarmee heeft hij een bedrag van ongeveer € 300.000,- euro aan schadevergoeding ontvangen. Het vermogen van de zoon is onder bewind gesteld, waarbij zijn vader is benoemd tot bewindvoerder. Op advies van zijn fiscale adviseurs wil de vader het aanzienlijke vermogen van de zoon verplaatsen naar een op te richten B.V. Doel daarvan is onder meer het behalen van belastingvoordeel en het voorkomen van een situatie waarin het vermogen van de zoon in de toekomst wordt betrokken bij de vaststelling van de AWBZ-bijdrage.

De Hoge Raad

De Hoge Raad laat het oordeel van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch in stand dat met de oprichting van een B.V. het vermogen van de zoon aan het met wettelijke waarborgen omklede stelsel van toezicht door de kantonrechter zou worden onttrokken. De Hoge Raad overweegt daartoe dat het vermogen van de zoon zou worden verplaatst naar het vermogen van de B.V. Vanaf dat moment zou het vermogen worden beheerd door de bestuurder van de B.V., in dit geval de bewindvoerder.

De argumenten van de bewindvoerder dat voor het in te brengen kapitaal aandelen in de plaats komen met daaraan verbonden stemrecht en hij via de algemene vergadering van aandeelhouders kan besluiten het kapitaal naar de zoon te laten terugvloeien, hebben de Hoge Raad niet kunnen overtuigen. Weliswaar kan de kantonrechter invloed uitoefenen op de wijze waarop de bewindvoerder met de aandelen en het daaraan verbonden stemrecht omgaat, maar het toezicht van de kantonrechter gaat volgens de Hoge Raad niet zover dat het ook zeggenschap heeft over het vermogen van de vennootschap.

Ook de omstandigheid dat een bewindvoerder aansprakelijk kan worden gehouden als hij zijn boekje te buiten gaat, brengt de Hoge Raad niet op andere gedachten, nu dit er volgens de Hoge Raad niet aan af doet dat de kantonrechter met de onttrekking van het kapitaal aan het vermogen van de zoon zijn toezichthoudende functie verliest.

Advocaat-Generaal

De advocaat-generaal (A-G) concludeerde tot verwerping van het beroep, maar geeft in zijn conclusie wel aan dat hier sprake is van een reëel probleem. De opzet van de voorgestelde constructie is namelijk helder en volgens deskundigen mogelijk en toelaatbaar. Daarnaast is met de opzet van de voorgestelde constructie onmiskenbaar een belang van de zoon gediend, omdat hij zijn hele leven in ontbrekend inkomen moet voorzien met gebruikmaking van de hem toegekende schadevergoeding. Daartegenover staat echter het handhaven van toezicht dat bedoeld is om de zoon te beschermen tegen het verlies van dit vermogen. De vraag is welk belang dan moet prevaleren. De A-G komt echter tot de conclusie dat de Hoge Raad het dilemma niet kan oplossen, maar ziet hier wel duidelijk een taak weggelegd voor de wetgever.

De bewindvoerder werd in hoger beroep bijgestaan door mr. G.V. van Campen.

 

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar