Fiscale consequentie

Accountant schendt zorgplicht door niet te wijzen op fiscale consequentie van aandelentransactie.

X was accountant van de SRI‐groep. Hij heeft in 2007 geadviseerd bij het opzetten van de holdingstructuur van de SRI‐groep en heeft voor deze groep tevens de
fiscale eenheid aangevraagd en verkregen. Een van de vennootschappen van de SRI‐groep heeft hetzelfde jaar haar bedrijfspand tegen de boekwaarde (en met een
stille reserve) overgedragen aan haar moedermaatschappij. In 2011 verkeerde de SRI‐groep in financiële problemen, waardoor er dringend behoefte was aan een
kapitaalinjectie. De benodigde financiering is uiteindelijk verkregen van Broeders B.V. ‐ voortkomend uit het netwerk van accountant X ‐ tegen 20% van de aandelen in
één van de vennootschappen van de SRI‐groep. Door de levering van deze aandelen werd de fiscale eenheid van de SRI‐groep verbroken en diende de stille reserve in
het overgedragen bedrijfspand voor de vennootschapsbelasting tot de winst te worden gerekend. In eerste aanleg stelt de SRI‐groep dat X hen er ten onrechte niet op
heeft gewezen dat door de aandelentransactie de fiscale eenheid zou worden doorbroken en (dientengevolge) zou moeten worden afgerekend over de fiscale reserves.
De rechtbank heeft overwogen dat X is tekortgeschoten in zijn zorgplicht door de SRI‐groep niet te waarschuwen voor voormelde fiscale gevolgen.

Het hof:

Het hof overweegt dat wanneer een accountant zijn cliënt adviseert en begeleidt in het kader van een aandelentransactie, de zorgvuldigheidsplicht mee brengt dat de
accountant de cliënt in staat stelt goed geïnformeerd te beslissen. Het antwoord op de vraag of en in welke mate de accountant de cliënt daarbij behoort te
informeren over en te waarschuwen voor een bepaald risico, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt onder meer betekenis toe aan de ernst
en de omvang van het desbetreffende risico, de mate van waarschijnlijkheid dat dit risico zich zal realiseren en de mate waarvan de cliënt ervan heeft blijk gegeven
zich reeds van dat risico bewust te zijn (vgl. Hoge Raad 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1406 ). In het licht van het hiervoor vermelde, is X tekortgeschoten in zijn
zorgplicht door de SRI‐groep niet te wijzen op de fiscale consequenties van de aandelentransactie met Broeders B.V. Het hof neemt bij dit oordeel in aanmerking dat X
een belangrijke adviseur was van de SRI‐groep en daarbij een actieve rol speelde. X kende de structuur en de organisatie van de SRI‐groep, behoorde bekend te zijn
met de aanzienlijke fiscale (en financiële) consequenties van de beoogde aandelentransactie en behoorde te weten dat die consequenties de SRI‐groep niet bekend
waren. Door de SRI‐Groep niet op deze (niet slechts theoretische, maar uiterst reële) consequenties te wijzen, waarmee bovendien een substantieel financieel belang
was gemoeid, heeft hij de RSI‐Groep niet in staat gesteld goed geïnformeerd te beslissen over het al dan niet aangaan van de transactie. Het hof overweegt verder ‐
net als de rechtbank ‐ dat het verweer van X betreffende het causaal verband in de schadestaatprocedure aan de orde dient te komen.

Het hof bekrachtigd het vonnis waarvan beroep.

Klik hier om de publicatie van 21 maart 2017 van Wolters Kluwer SmartNewz te lezen.

Pim van de Goor ‐ Holla Advocaten

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar