Draai je als ouders ervoor op als je kind een oplichter is?

Een 15 jarige heeft met toestemming van zijn ouders een eenmanszaak bij de KvK geregistreerd. Vervolgens maakte hij zich daarmee via internet schuldig aan oplichtingspraktijken. Hoewel zijn ouders hier achter waren gekomen, de ‘instanties’ werden ingeschakeld, de computer uit huis verwijderd werd en de smartphone ingeleverd moest worden, bestelde de minderjarige vervolgens bij een internetleverancier adresgegevens om op de oude voet verder te gaan, maar liet de bijbehorende rekening voor € 50.000,– onbetaald. De verkoper stelde zowel de zoon zelf als de ouders aansprakelijk.

Ouders zijn voor kinderen in de leeftijd tussen 14 en 16 jaar ook zelf aansprakelijk tenzij de ouders niet kan worden verweten dat zij de gedraging van hun kind niet hebben belet. Van dit laatste is sprake indien de ouders alles hebben gedaan wat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van hen kon worden gevergd om de gedragingen van het kind te verhinderen. Onder meer de leeftijd, de aard en het ontwikkelingsniveau van het kind spelen daarbij een rol en ook de leefomstandigheden van de ouders. Naarmate het kind een groter risico oplevert dienen de ouders binnen de grenzen van het aanvaardbare meer voorzorgsmaatregelen te nemen.

Deze ouders voerden aan dat zij weliswaar wisten dat hun kind websites beheerde en daarvoor een geringe vergoeding ontving, maar niet dat hij zich ook met andere zaken bezig hield dan de zaken die normaal zijn voor een vijftienjarige. Volgens de ouders hebben veel kinderen van die leeftijd een website of zijn anderszins actief op het internet. Vanaf het moment dat de ouders signalen ontvingen dat hun kind zich zou bezig houden met oplichtingspraktijken hebben zij alles gedaan wat redelijkerwijs van hen als ouders mocht worden verwacht. Er is overleg geweest met politie, de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg. Ook hebben zij ervoor gezorgd dat hun kind thuis geen toegang meer had tot het internet.

Volgens de rechtbank was voldoende dat de ouders alle mogelijke voorzorgsmaatregelen hebben getroffen om het onrechtmatig handelen van hun kind beletten. Dat dit kind desondanks zijn onrechtmatig handelen heeft voortgezet door een bestelling te plaatsen (en kennelijk toch kans heeft gezien om toegang tot het internet te verkrijgen) mag dan volgens de rechter zo zijn, maar gelet op alle getroffen maatregelen hebben de ouders gedaan wat in redelijkheid van hen kon worden gevergd.

Uitspraak: Rechtbank Noord-Nederland 2 september 2015

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar