Curator exclusief bevoegd

Curator exclusief bevoegd indienen klacht tegen voormalig advocaat vennootschap.

Raad van Discipline ‘s‐Gravenhage, 16 december 2016, ECLI:NL:TADRSGR:2016:280 ‐ Op SmartNewz sinds: 6 april 2017

Klaagster is een besloten vennootschap. De heer X (“X”) was (indirect) bestuurder van deze vennootschap. Voorts was X (indirect) bestuurder van SG B.V. Verweerder
heeft als advocaat voor beide vennootschappen werkzaamheden verricht. Toen op een zeker moment betaling van de declaraties van verweerder uitbleef, heeft
verweerder betaling via de kantonrechter afgedwongen. De kantonrechter heeft in zijn vonnis geoordeeld dat beide vennootschappen hoofdelijk aansprakelijk waren.
Omdat betaling ook toen uitbleef, heeft verweerder na het verkrijgen van een executoriale titel de deurwaarder ingeschakeld. Toen bleek dat dit niet het gewenste
effect had, heeft verweerder het faillissement van SG B.V. aangevraagd. Op de faillissementszitting heeft X een door de bank afgegeven bankgarantie aan de rechter
overhandigd. Verweerder heeft echter gepersisteerd en de aangeboden bankgarantie geweigerd. SG B.V. is op 16 juni 2015 failliet verklaard. Het faillissement van
klaagster is op 29 maart 2016 uitgesproken. Op 16 februari heeft X namens klaagster een klacht ingediend over verweerder wegens het rauwelijks indienen van het
faillissementsverzoek en het weigeren van de bankgarantie.

De Raad van Discipline:

Onvoldoende is gebleken namens wie X de klacht heeft ingediend. Voor zover de onderhavige klacht is ingediend namens SG B.V. geldt het volgende. SG B.V. is op 16
juni 2015 failliet verklaard. Eén van de gevolgen van een faillissement is dat na het faillissement de curator is belast met het beheer en de vereffening van de failliete
boedel (art. 68 lid 1 Fw). Daaronder valt ook het indienen van een klacht. Uit het dossier blijkt niet dat X door de curator is gemachtigd om de onderhavige klacht in
te dienen. Derhalve dient aangenomen te worden dat X daartoe niet bevoegd was. Voor zover de klacht is ingediend namens SG B.V. geldt daarom dat deze kennelijk
niet‐ontvankelijk is.

Het hiervoor overwogene geldt niet ten aanzien van klaagster nu klaagster (pas) failliet is verklaard nadat de onderhavige klacht door de deken is ontvangen. Uit de
stukken volgt echter dat de klacht betrekking heeft op handelen van verweerder dat heeft geleid tot het faillissement van SG B.V. Dat klaagster door dit handelen van
verweerder rechtstreeks in haar belangen is getroffen, is niet gebleken. Voor zover X de klacht heeft ingediend op persoonlijke titel, is de voorzitter van oordeel dat X
daarbij geen rechtstreeks belang heeft als bedoeld in de Advocatenwet. De klacht is reeds daarom kennelijk niet‐ontvankelijk.

Klik hier om het gehele artikel van 6 april 2017 in Wolters Kluwer SmartNewz te lezen.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar