Convenant en echtscheidingsbeschikking: gezamenlijk gezag van gewijsde?

Een tussen partijen in het kader van echtscheiding gesloten convenant wordt veelal ‘als opgenomen beschouwd’ in de echtscheidingsbeschikking meegenomen. Krijgt die beschikking vervolgens kracht van gewijsde omdat er geen rechtsmiddelen meer tegen kunnen worden ingesteld, dan rijst de vraag of ook aan het convenant kracht van gewijsde moet worden toegekend. Is het antwoord bevestigend, dan kan bijvoorbeeld een tussen partijen overeengekomen verdeling naderhand niet meer worden aangetast ex art. 3:196 BW (dwaling, leidende tot een benadeling van een deelgenoot met meer dan één vierde). In de lagere rechtspraak is dat bevestigende antwoord
enkele malen gegeven, recentelijk door de Rechtbank Roermond. Ons inziens wijzen wet en literatuur echter in de richting van een ontkennende beantwoording.

In het navolgende zal worden ingegaan op de status van het ‘als opgenomen beschouwde’ convenant voor het geval de beschikking kracht van gewijsde heeft verkregen. Als voorbeeld voor de bespreking zal een door partijen overeengekomen verdeling worden genomen, die in een convenant is neergelegd. Achtereenvolgens worden besproken: nut en noodzaak van het ‘als opgenomen beschouwd’ zijn van het convenant (par. 2), lagere rechtspraak (par. 3), wet en literatuur (par. 4). Het geheel wordt besloten met een conclusie (par. 5).

Klik hier voor het hele artikel dat verschenen is in het EB Tijdschrift voor scheidingsrecht.

Peter de Bruijn

Roel Westrik, Hoofd Wetenschappelijk Bureau

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar