Computerproblemen onderwijsinstelling leiden tot schadevergoeding aan student

Steeds vaker stellen studenten onderwijsinstellingen aansprakelijk voor het niet nakomen van de zorgplicht voor goed onderwijs. Een oorzaak hiervan zijn de hoge eisen waaraan studenten anno 2015 moeten voldoen. Studenten moeten sneller studeren en ervaren meer druk. Nu studenten steeds meer de financiële verantwoordelijkheid gaan voelen bij studievertraging, lijkt het erop dat zij de oorzaken voor die studievertraging ook sneller bij de instelling leggen.

In de huidige tijd waarin steeds meer van studenten wordt verwacht, mag ook steeds meer van onderwijsinstellingen worden verlangd. Inmiddels zijn er verschillende uitspraken van de rechter die een aanwijzing geven welke inspanningen een onderwijsinstelling moet leveren om vertraging te beperken. Een voorbeeld hiervan is de zaak die leidde tot de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 8 mei 2015 (ECLI:NL:RBAMS:2015:3202).

De casus

Door een technische storing bij een universiteit kon de student zich op de laatste dag van de termijn niet inschrijven voor de verplichte vakken van het eerste semester in het studiejaar 2012/2013. Daardoor liep de student een studievertraging van een half jaar op. De student maakte hiertegen bezwaar, maar de universiteit weigerde de student alsnog in te schrijven: geen inschrijving is geen onderwijs! De student liet het hier niet bij zitten en ging in beroep bij de examencommissie van de universiteit. Zijn verzoek werd echter afgewezen. De student stelde tegen deze beslissing hoger beroep in bij het college van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CHBO). Het CHBO stelde de student wel in het gelijk. Volgens het CHBO was immers voldoende vast komen te staan dat het computersysteem niet naar behoren functioneerde. De universiteit had vervolgens niet mogen weigeren om de student alsnog in te schrijven voor deze vakken.

Met deze uitspraak in de hand stapt de student vervolgens naar de civiele rechter om een schadevergoeding te eisen voor de opgelopen studievertraging. De student stelt dat hij door de weigering van de universiteit een half jaar lang niet heeft kunnen studeren, waardoor hij ook pas een half jaar later op de arbeidsmarkt terecht zal komen. Hij vordert een schadevergoeding van € 11.031,13. De universiteit voert hiertegen verweer en stelt zich op het standpunt dat de student zich had moeten melden bij de studieadviseur om alsnog een oplossing te vinden.

Het oordeel

Het verweer van de universiteit kan volgens de rechtbank niet slagen omdat de universiteit eerder berichtte dat “geen inschrijving, geen onderwijs” betekende. De student kan daarom niet verweten worden dat hij zich niet bij de studieadviseur heeft gemeld. De rechtbank komt tot het oordeel dat de universiteit de student ten onrechte heeft geweigerd van deelname aan de vakken. Daarmee heeft de universiteit onrechtmatig gehandeld en is zij aansprakelijk voor de schade die de student hierdoor heeft geleden.

Voor de omvang van de schadevergoeding zoekt de rechter aansluiting bij de Letselschade Richtlijn Studievertraging. Deze richtlijn ziet eigenlijk toe op studievertraging door ongevallen, maar kan volgens de rechter ook in dit geval uitkomst bieden. De richtlijn heeft immers betrekking op schade die optreedt doordat de benadeelde later op de arbeidsmarkt actief zal zijn. Dat de richtlijn specifiek ziet op studievertraging als gevolg van een ongeval doet aan de bruikbaarheid niets af, aldus de rechtbank. Ook is volgens de rechter niet relevant dat de student gedurende het half jaar heeft kunnen werken en dat hij geen zekerheid had dat hij direct na zijn afstuderen een baan zou vinden. De rechtbank oordeelt dat het erom gaat dat de student als gevolg van het onrechtmatig handelen van de universiteit een half jaar later op de arbeidsmarkt terecht komt. De rechter bepaalt dat de universiteit daarom een schadevergoeding aan de student moet betalen van maar liefst € 9.437,50.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar