Vordering tot medewerking aan buitengerechtelijk akkoord afgewezen

Rechtbank Overijssel, 14 maart 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:914 ‐ Op SmartNewz sinds: 17 maart 2016

Eiser betreft een ‐ inmiddels gepensioneerde ‐ beleggingsadviseur. Eiser heeft met zijn beleggingen negatieve resultaten behaald. Diverse beleggers en kredietverstrekkers hebben vorderingen op eiser, de totale schuldenlast bedraagt € 785.134,55. Na beraad met diverse beleggers heeft eiser een saneringsvoorstel gedaan. Het voorstel voorziet in de betaling van een percentage van circa 37% van alle openstaande schulden in een periode van zeven jaar. Het voorstel is door alle schuldeisers geaccepteerd met uitzondering van gedaagde, International Card Services B.V. (“ICS”). Eiser vordert een gebod aan ICS om in te stemmen met het saneringsvoorstel. Eiser legt hieraan ten grondslag dat hij technisch failliet is en dat het saneringsvoorstel voor de crediteuren verreweg is te prefereren boven een faillissement en eventueel opvolgende schuldsanering. Volgens eiser is de weigerachtige houding van ICS onrechtmatig jegens hem omdat ICS in een faillissementssituatie minder ontvangt dan zij door acceptie van het voorstel zou ontvangen.

Rechtbank:

De voorzieningsrechter stelt de vraag centraal of ICS kan worden gedwongen om in te stemmen met het door eiser aangeboden saneringsvoorstel. Voorop dient te worden gesteld dat het een schuldeiser in beginsel vrij staat het hem door schuldenaar aangeboden buitengerechtelijk akkoord te weigeren. Bij toewijzing van een vordering tot medewerking aan een buitengerechtelijk akkoord is terughoudendheid geboden. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kan plaats zijn voor een bevel aan de schuldeiser om aan de uitvoering van een hem aangeboden akkoord mee te werken. Het ligt in beginsel op de weg van de schuldenaar, die zodanige medewerking in rechte wenst af te dwingen, de specifieke feiten en omstandigheden te stellen en, zo nodig, te bewijzen waaruit kan worden afgeleid dat de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met het akkoord heeft kunnen komen (zie ook: HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7799 ). De voorzieningsrechter oordeelt, op basis van de bovenstaande feiten, dat ICS geen misbruik van haar bevoegdheid maakt door te weigeren in te stemmen met het saneringsvoorstel. ICS heeft een gerechtvaardigd belang bij weigering van haar instemming aan het saneringsvoorstel. De vordering wordt derhalve afgewezen.

Pim van de Goor – Holla Advocaten

Klik hier voor de gehele publicatie d.d. 17 maart 2016 van Pim van de Goor in Wolters Kluwer, SmartNewz Insolventie recht.

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar