Beroep op verrekening tegenvordering slaagt ondanks schorsing procedure in reconventie

Hof Arnhem‐Leeuwarden, 1 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1542 ‐ Op SmartNewz sinds: 10 maart 2016

Appellant, een eenmanszaak (“X”), heeft woningen gerealiseerd. Een VOF heeft in opdracht en voor rekening van X werkzaamheden verricht ten behoeve van het realiseren van deze woningen. Eén van de woningen heeft X in opdracht van één van de vennoten van de VOF gebouwd waarvoor X aan de VOF facturen heeft gezonden. Er ontstaat vervolgens een geschil over de over en weer gefactureerde bedragen. De VOF en de vennoten (“VOF c.s.”) vorderen in eerste aanleg dat X wordt veroordeeld tot betaling van € 72.367,59. In conventie beroept X zich op verrekening. In reconventie heeft X ‐zekerheidshalve‐ betaling van het bedrag gevorderd van€ 33.877,‐. De VOF wordt vervolgens failliet verklaard. De vennoten zijn toegelaten tot de schuldsanering. De curator van de VOF heeft de procedure in conventie op grond van art. 27 Fw overgenomen. De rechtbank heeft in conventie de vordering van de VOF c.s. toegewezen tot een bedrag van € 38.540,09. In reconventie heeft de rechtbank iedere beslissing aangehouden omdat deze procedure krachtens art. 29 Fw van rechtswege is geschorst tot het moment dat ter verificatie de juistheid van de vordering wordt betwist. X stelt hoger beroep in tegen het vonnis en richt de grieven tegen het oordeel in conventie. X stelt dat de rechtbank ten onrechte in conventie een eindvonnis heeft gewezen voordat de zaak in reconventie gereed was voor het wijzen van vonnis. X beroept zich op de verwevenheid van de vorderingen in conventie en reconventie. Daarnaast betoogt X onder meer dat hij (1.) dat de curator geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek om een verificatievergadering te beleggen om de procedure in reconventie voort te zetten; met als conclusie dat de rechtbank nog niet een veroordeling in conventie had mogen uitspreken terwijl de reconventie stil ligt; en (2.) dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist op het (impliciete) verrekeningsverweer.

Hof: De door X verlangde schorsing van de procedure in conventie verdraagt zich niet met art. 27 Fw, krachtens welk artikel de vordering in conventie is overgenomen door de curator van de VOF. De omstandigheid dat de procedure in reconventie geschorst is op de voet van art. 29 Fw, belet X echter niet om in conventie op grond van artikel 53 Fw een beroep te doen op verrekening met de tegenvordering. Art. 53 Fw bepaalt dat verrekening mogelijk is indien zowel de schuld als de te verrekenen vordering vóór het faillissement is ontstaan, hetgeen in casu het geval is, terwijl volgens art. 53 lid 3 Fw de curator geen beroep kan doen op het bepaalde in artikel 6:136 BW (bevoegdheid van de rechter om het verrekeningsverweer te passeren indien de gegrondheid daarvan niet op eenvoudige wijze is vast te stellen). De rechtbank had derhalve op het verrekeningsverweer dienen te beslissen. Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover in conventie gewezen en doet opnieuw recht.

Pim van de Goor ‐ Holla Advocaten

Klik hier om de gehele publicatie d.d. 10 maart 2016 van Pim van de Goor in Wolters Kluwer, SmartNewz Insolventierecht.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar