Zorgplicht van grondroerders

De Hoge Raad schetst het kader voor de invulling van de zorgplicht

Een grondroerder kan beter even doorgraven tot hij zeker weet waar kabels precies lopen. Hij mag niet te gemakkelijk afgaan op een door de netbeheerder verschafte tekening. Bij de bepaling van aansprakelijkheid voor schade aan kabels en leidingen – ‘de invulling van de zorgplicht’ – komt groot belang toe aan de Richtlijn Zorgvuldig Graafproces (‘CROW 500’). In deze richtlijn zijn uitgewerkte instructies aan netbeheerders en grondroerders opgenomen.

Dit oordeel sprak de Hoge Raad onlangs uit in een zaak waarin een grondroerder twee steekproeven had genomen en daaruit had afgeleid dat de ondergrondse kabels zouden lopen zoals op de tekening aangegeven. De grondroerder groef op basis van die tekening twee proefsleuven met een nauwkeurigheid van ten minste één meter. Het gerechtshof oordeelde dat de grondroerder daarmee voldoende zorgvuldig was geweest, gelet op art. 5 lid 2 BION.*

De Hoge Raad is het daarmee niet eens. De doelstelling van de wet WION* is gevallen van schade aan kabels en leidingen te verminderen; een grondroerder mag er dan niet zonder meer op vertrouwen dat een tekening juist is. De werkelijke ligging van kabels en leidingen kan immers door tal van oorzaken van de tekening afwijken. De overige omstandigheden in deze zaak, zoals het feit dat de tekening van 1957 dateerde en een in 1980 gebouwde damwand daar nog niet op stond, speelden zeker mee in het oordeel.

Juridisch was het even spannend: de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad had geadviseerd om de zorgplicht zo in te vullen, dat de grondroerder de kabels daadwerkelijk zou moeten vinden om niet aansprakelijk te zijn voor schade. Dit – vergaande – advies, waarover wij eerder berichtten, is door de  Hoge Raad niet overgenomen.

De Hoge Raad schetst wel het kader voor beoordeling van de vraag naar aansprakelijkheid. Dit kader bestaat uit (verwezen wordt naar de rechtsoverwegingen (‘r.o.’) van de Hoge Raad):

i. zorgplichten om schade bij graafwerkzaamheden te voorkomen rusten op degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht (de  grondroerder) en op de netbeheerder (r.o. 3.4.1);

ii. de WION en het BION, die strekken tot a. informatie-uitwisseling met betrekking tot boven- en ondergrondse netten en netwerken, b. schade voorkomen. In combinatie met de aansprakelijkheidswetgeving van het Burgerlijk Wetboek voorzien de WION en het BION in een verduidelijking van verantwoordelijkheden (r.o. 3.4.2 t/m 3.4.4);

iii. de Richtlijn Zorgvuldig Graafproces 2008, herzien in 2016. In deze Richtlijn, die is opgesteld door bij graafwerkzaamheden betrokken partijen, wordt beschreven hoe graafwerkzaamheden zorgvuldig kunnen worden uitgevoerd (r.o. 3.4.5).

De Hoge Raad oordeelt dat aan de Richtlijn groot gewicht toekomt bij de invulling van de zorgplicht. Het gerechtshof heeft in zijn afwegingen onvoldoende betekenis toegekend aan de Richtlijn. Het hof had de vereisten die in de Richtlijn worden gesteld aan de grondroerder (en aan de netbeheerder), moeten nagaan en toetsen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het gerechtshof; een ander hof zal zich opnieuw over de zaak moeten buigen.

Wij volgen de ontwikkelingen over dit onderwerp op de voet. Holla Advocaten is gespecialiseerd in complexe zaken betreffende vastgoedrecht. Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u vragen over de manier waarop Holla Advocaten u kan begeleiden? Neem contact op met onze specialisten Robert Gebel of Renaldo Willems.

Dit artikel is geschreven door Roel Westrik, Hoofd Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten.

* De WION en het BION zijn onlangs vernieuwd in verband met, kort gezegd, de digitale uitwisseling en opslag van gegevens over boven- en ondergrondse netten.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar