De billijke vergoeding onder de WWZ

Billijke vergoeding muizengaatje of hol van de leeuw.

Inmiddels zijn er al tal van uitspraken gewezen onder de WWZ waarbij de kantonrechter een billijke vergoeding heeft toegewezen. Dit terwijl de billijke vergoeding  bedoeld was om enkel in uitzonderlijke gevallen het leed van de werknemer te verzachten. Het zogenaamde muizengaatje.

De kantonrechter kan alleen een billijke vergoeding toewijzen indien sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de werkgever. In de praktijk blijkt de drempel minder hoog dan gedacht en lijkt ernstige verwijtbaarheid relatief vaak voor te komen. Dit resulteert dan in toewijzing van een billijke vergoeding, bovenop de transitievergoeding.

Inmiddels is het eerste hoger beroep inzake een billijke vergoeding uitgesproken. Het Hof legde daarbij de lat lager dan de kantonrechter.

Hoger beroep billijke vergoeding

De zaak speelde zich af binnen de advocatuur. De werkneemster werkte sinds juli 2006 parttime bij een advocatenkantoor als secretaresse. De werkneemster kreeg in mei 2015 ontslag aangezegd wegens bedrijfseconomische redenen. Er was echter nog een secretaresse werkzaam op het kantoor en op grond van het afspiegelingsbeginsel zou deze secretaresse voor ontslag in aanmerking komen. De werkneemster voerde op die grond verweer in de procedure bij het UWV.

De werkgever legde vervolgens aan de gemachtigde van de werkneemster een aantal e-mails voor die de werkneemster in 2012 en 2013 had ontvangen van iemand met wie zij een buitenechtelijke relatie had. De werkgever probeerde zo de werknemer alsnog te bewegen om te tekenen voor een beëindiging. Niet zo sjiek, zeker niet voor een advocatenkantoor.

De werkneemster tekende niet en het UWV wees de ontslagaanvraag af. Vervolgens vroeg de werkgever ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De ontbinding werd door de kantonrechter Eindhoven toegewezen. De kantonrechter meende echter dat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en wees het verzoek om een billijke vergoeding af.

De werkneemster ging in hoger beroep waarop het Gerechtshof Den Bosch oordeelde dat een billijke vergoeding wel op zijn plaats was. Het Hof kende een vergoeding van EUR 10.000 toe. Daarmee is het eerste voor een werknemer geslaagde hoger beroep ten aanzien van de billijke vergoeding onder de WWZ een feit.

Hoogte van de billijke vergoeding

In de hoogte van de billijke vergoeding en de argumentatie daarbij is nog niet echt een lijn te bespeuren. De vergoedingen variëren van EUR 2.500 tot EUR 60.000,– waarbij (uiteraard) gekeken moet worden naar alle omstandigheden van het geval. Voor de rechtszekerheid zou iets meer houvast wel gewenst zijn. Dat moet ook de kantonrechter Amsterdam hebben gedacht.

De kantonrechter Amsterdam overwoog dat de omvang van de schade niet is vast te stellen op basis van de mate van de ernst van het verwijtbaar handelen van de werkgever. De kantonrechter kende een billijke vergoeding en transitievergoeding toe van in totaal € 60.000,00 conform de maatstaven die zijn ontwikkeld om vergoedingen te berekenen die voorheen op de voet van artikel 7:685 BW lid 8 (oud) werden gebruikt. Aldus de oude kantonrechtersformule.

Dit terwijl de wetgever uitdrukkelijk heeft aangegeven dat het niet de bedoeling is dat de billijke vergoeding wordt gekoppeld aan een berekening. De kantonrechter overwoog dat het uitgangspunt van de billijke ontslagvergoeding in de praktijk onwerkbaar is. In plaats daarvan refereerde de kantonrechter aan de oude kantonrechtersformule.

Via het muizengaatje lijken we terecht te zijn gekomen in het hol van de leeuw. Het muizengaatje lijkt in ieder geval flink opgerekt en de hoogte van de billijke vergoeding is onpeilbaar. Het Hof legt de lat ten aanzien van ernstige verwijtbaarheid lager en ik sluit niet uit dat de weg vanuit Amsterdam wordt geplaveid om alsnog een kantonrechtersformule 2.0 toe te gaan passen. Wordt vervolgd…….

Jaimy Vanenburg

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar