Wob-verzoek

Concurrerend asbestverwijderingsbedrijf kan Wob-verzoek (laten) doen; géén emissiegegevens

In januari 2017 heeft Belas Asbestverwijdering Uden B.V. een asbestsanering uitgevoerd in Uden. Op de betreffende locatie heeft een inspectiebezoek van de Inspectie SZW plaatsgevonden. Nadien is bij de Minister van SZW door een derde – in privé – op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek om openbaarmaking van alle documenten met betrekking tot deze asbestsanering ingediend. Een deel van de documenten heeft de minister niet openbaar gemaakt. De Wob-verzoeker maakt bezwaar bij de minister en stelt vervolgens beroep in bij de rechtbank, waarin hij deels gelijk krijgt en de minister de minister wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tegen het nieuwe besluit op bezwaar stelt de Wob-verzoeker wederom beroep in, ditmaal rechtstreeks bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:442).

Belas heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de Wob-verzoeker in feite niet in privé het Wob-verzoek heeft gedaan maar voor een ander asbestverwijderingsbedrijf en anderen om zodoende voor deze partijen informatie over de werkwijze van Belas te verkrijgen. Volgens Belas maakt de Wob-verzoeker daarom misbruik van recht. De Afdeling oordeelt dat geen sprake is van misbruik van recht: ook al treedt de Wob-verzoeker niet namens zichzelf op, zijn voor het aannemen van misbruik van recht onvoldoende aanwijzingen.

In deze laatste instantie bij de Afdeling liggen nog slechts vier documenten ter beoordeling voor: een brief over het inspectiebezoek, de rapportage SCi-548, een brief over beoordeling validatie freeswerkzaamheden en dertien foto’s. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vier documenten géén emissiegegevens bevatten. Dit is relevant omdat indien een document wél emissiegegevens bevat de weigeringsgrond van artikel 10 lid 1 sub c Wob (bedrijfs- en fabricagegegevens) in het geheel niet van toepassing is op grond van artikel 10 lid 4 Wob. Is géén sprake van emissiegegevens (maar wel van milieu-informatie), dan verschiet voormelde weigeringsgrond van kleur van absoluut naar relatief (er moet in dat geval een belangenafweging plaatsvinden tussen openbaarmaking en de vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens). Dat de documenten milieu-informatie bevatten is geen punt van discussie; het gaat om de vraag of tevens sprake is van emissiegegevens. De Afdeling beantwoordt deze vraag – na vertrouwelijke kennisname van de vier documenten – ontkennend. De Afdeling verwijst naar haar eerdere uitspraak van 16 augustus 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2211) en de arresten Bayer CropScience (ECLI:EU:C:2016:890) en Commissie/ACC (ECLI:EU:C::2016:889) van het Europese Hof van Justitie. De Afdeling oordeelt:

“De op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob geweigerde onderdelen van de documenten betreffen termen, omschrijvingen, foto’s en afbeeldingen van de werkwijze en gebruikte materialen bij de asbestsanering. Deze onderdelen bevatten geen gegevens die de daadwerkelijke uitstoot betreffen en ook geen gegevens over de invloeden van die emissies op het milieu. Ook zijn het geen gegevens die het publiek in staat stellen de juistheid te controleren van de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies, die aan de besluitvorming door een bestuursorgaan ten grondslag heeft gelegen. De gegevens geven geen informatie over de aard, de samenstelling, de hoeveelheid, de datum en de plaats van de daadwerkelijke of voorzienbare emissies. De gegevens geven ook geen informatie over de beoordeling van de emissies door de Inspectie SZW. De gegevens over de wijze van beoordelen van de emissies van asbest in het milieu en de resultaten van die beoordeling zijn openbaar gemaakt.”

Ten slotte stelt de Wob-verzoeker zich nog op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 10 lid 1 sub c Wob niet van toepassing is omdat deze weigeringsgrond vereist dat de informatie vertrouwelijk aan de overheid moet zijn medegedeeld en van dit laatste in het onderhavige geval geen sprake is omdat deze informatie door de inspectie is vergaard. De Afdeling volgt dat betoog niet. Belas heeft het contact met de Inspectie SZW mede gelet op de aard van de verstrekte gegevens als vertrouwelijk mogen beschouwen. Bovendien is Belas op grond van de Awb verplicht tot medewerking en het overleggen van stukken. Onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis oordeelt de Afdeling dat deze wettelijke plicht niet betekent dat deze gegevens niet kunnen worden aangemerkt als vertrouwelijk aan de overheid verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens.

Neem voor meer informatie contact op met Jack van Beers.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar