WNT 3: Wet uitbreiding personele reikwijdte WNT

Op 1 januari 2013 trad de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector in werking, kortweg WNT 1 genoemd. Reeds voor inwerkingtreding van WNT 1 was bekend dat de WNT uit drie delen zou bestaan. Met WNT 1 werden bovenmatige beloningen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector afgetopt op 130% van een ministerssalaris. WNT 2 trad in werking op 1 januari 2015. Met WNT 2 werden de beloningen van topfunctionarissen verder verlaagd tot 100% van het ministerssalaris. Inmiddels gelden de WNT 2- en de van de WNT 2-norm afgeleide sectorale bezoldigingsnormen voor alle topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Niet-topfunctionarissen vallen echter niet onder de werkingssfeer van WNT 1 en WNT 2.

Daar gaat WNT 3 verandering in brengen: ook het salaris van niet-topfunctionarissen – indien dat salaris hoger ligt dan 100% van het ministerssalaris – wordt, zoals het er nu naar uit ziet, met ingang van 1 januari 2017 genormeerd. Om de omvang en de effecten van WNT 3 in beeld te brengen heeft Minister Plasterk daartoe in 2015 een onderzoek laten uitvoeren. Uit het rapport ‘Verkenning WNT 3’ blijkt dat met name in de zorgsector veel niet-topfunctionarissen werkzaam zijn met een inkomen hoger dan de WNT 2-norm, maar ook dat eigenlijk in alle sectoren niet-topfunctionarissen werkzaam zijn met een salaris dat hoger ligt dan de maximale bezoldigingsnorm van € 179.000,- . De grootste groep functionarissen met een bovenmatige bezoldiging bestaat uit medisch specialisten in loondienst. Voor hen maakte de minister echter al direct een uitzondering: reeds voor de inwerkingtreding van WNT 1 was duidelijk dat medisch specialisten uitdrukkelijk niet onder de reikwijdte van de WNT zouden worden gebracht, onder meer vanwege hun bijzondere concurrentiepositie ten opzichte van vrij gevestigde medisch specialisten.

Half april van dit jaar volgde het wetsvoorstel ‘Wet uitbreiding personele reikwijdte WNT’ (kortweg: WNT 3), hetgeen tot 17 mei 2016 ter consultatie open stond. Uit de memorie van toelichting blijkt dat WNT 3 het volgende inhoudt voor niet-topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector:

  • Naast medisch specialisten vallen ook luchtverkeersleiders niet onder de werkingssfeer van WNT 3 omdat ook zij een bijzondere (internationale) concurrentiepositie hebben.
  • In tegenstelling tot de topfunctionaris, zal voor de niet-topfunctionaris géén maximale ontslagvergoeding gaan gelden. Voor de topfunctionaris geldt een maximale ‘uitkering wegens het einde van het dienstverband’ van € 75.000,-
  • In sectoren waar voor topfunctionarissen in afwijking van artikel 2.3 WNT een verlaagd sectoraal bezoldigingsmaximum geldt (zoals ‘zorg’ en ‘onderwijs’) normeert dat verlaagde maximum straks niet de bezoldiging van de niet-topfunctionaris. De niet-topfunctionarissen in deze sectoren zullen na inwerkingtreding van WNT 3 gebonden zijn aan het algemene bezoldigingsmaximum uit artikel 2.3 WNT.
  • Ingeleend of extern personeel (zijnde personeel dat geen echte of fictieve dienstbetrekking heeft) valt niet onder de reikwijdte van de WNT. De wetgever erkent dat omzeiling van de WNT door de inzet van ingeleend of extern personeel mogelijk is.
  • Het algehele verbod op variabele beloningen voor topfunctionarissen komt met de inwerkingtreding van WNT 3 te vervallen en zal zodoende ook niet voor niet-topfunctionarissen gaan gelden.

Het is de vraag of WNT 3 na consultatie nog op onderdelen wordt aangepast. Mochten er tussentijdse ontwikkelingen op dit gebied zijn, dan vindt u die direct terug op onze website.

Mocht u meer over dit onderwerp willen weten of daarover vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met mr. Pieter Bakker.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar