Windpark hindernissen

Windparken in Nederland: (nog) geen rustig bezit

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het er maar druk mee. Het lijkt wel alsof elke week weer nieuwe uitspraken worden gewezen over windparken en windturbines. In dit blog schetsen wij enkele hindernissen voor de overheid en initiatiefnemers, aan de hand van enkele recente uitspraken.

Achtergrond

Op 17 april 2019 heeft de Afdeling drie windpark-uitspraken gewezen, waarvan wij er twee behandelen. Met name de uitspraak over windpark Hattemerbroek bevat voor de praktijk belangrijke overwegingen. De onderwerpen geluid, nabijgelegen gebieden, ontmanteling en het recht op een vrij uitzicht passeren de revue. Wij geven tips mee voor de praktijk.

Stel planregels over maximale geluidbelasting

Appelanten voeren aan dat in de geluidonderzoeken en de milieueffectenrapportage uitgangspunt is dat een bepaald type windturbine zal worden gebruikt. Op basis daarvan is de maximale geluidbelasting berekend. De gemeenteraad heeft ook uitgesproken dat slechts de berekende maximale geluidsbelasting ruimtelijk aanvaardbaar is. Echter, in de planregels zelf is niet geborgd dat de geluidsbelasting beperkt moet blijven tot dit maximum. De Afdeling oordeelt dat het bestemmingplan niet zorgvuldig is voorbereid.

Een vrij onnodige fout van de desbetreffende planwetgever (en waarschijnlijk mede-planoloog initiatiefnemer), aangezien het stellen van dit soort maxima gebruikelijk is in bestemmingsplannen. Een tip voor de praktijk is dus ervoor te zorgen dat in de planregels of in de vergunning voor afwijking van het bestemmingsplan de maximale geluidsbelasting is vermeld.

Betrek nabijgelegen (natuur)gebieden bij de planvorming

De verenigingen Hattem en IJsseldelta voeren aan dat de gemeenteraad onvoldoende betekenis heeft toegekend aan de ligging van het plangebied in de buurt van het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en de Gelderse Ontwikkelingszone (GO). De raad erkent ter zitting dat een zorgvuldige planvoorbereiding en goede ruimtelijke ordening eisen dat de eventuele beïnvloeding van het plan op de kernkwaliteiten van het GNN en de GO bij de afweging van het windpark dient te worden betrokken. Dit is echter niet gebeurd. De Afdeling oordeelt dat het plan onzorgvuldig is voorbereid

Een windpark zal over het algemeen invloed hebben op omliggende gebieden. Van bepaalde natuurgebieden gaat zogenaamde ‘externe werking’ uit, in het bijzonder Natura 2000-gebieden. Daardoor bestaat een verplichting te toetsen of een initiatief de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Echter, ook als geen sprake is van zo’n externe werking, dient rekening te worden gehouden met de ruimtelijke gevolgen van een plan op de omgeving. Denk bij het opstellen van een bestemmingsplan dus altijd aan de mogelijke gevolgen voor omgeving.

Ontmanteling windpark

Voor het Windpark Hattemerbroek is het bestemmingsplan gewijzigd en zijn vergunningen voor onbepaalde tijd verleend. Om te verzekeren dat de windturbines worden ontmanteld na 25 jaar is in de overeenkomst met de initiatiefnemer een ‘afbraakregeling’ opgenomen. Bovendien is in de plantoelichting vermeld dat windmolens na 25 jaar moeten worden afgebroken.

De Afdeling stelt terecht vast dat de plantoelichting niet bindend is, en dat derden geen beroep kunnen doen op de overeenkomst en dus niet kunnen afdwingen dat de windmolens ook daadwerkelijk worden ontmanteld. In zoverre is het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid. Maak je dus gebruik van een afbraakregeling, denk dan altijd aan de uitvoerbaarheid daarvan en aan de borging in de planregels. Bedenk daarbij dat privaatrechtelijke overeenkomsten met initiatiefnemers in beginsel geen planologische relevantie hebben. Wij signaleren overigens dat ook de uitvoerbaarheid van een verplichting voor over 25 jaar zorgvuldige overdenking behoeft door de planwetgever.

Geen recht op een vrij uitzicht over zee

Tot slot een uitstapje naar een andere uitspraak van de Afdeling over twee locaties voor windparken op zee. De kavels liggen op een minimale afstand van 18,5 kilometer van de kust. Ongeacht de verre afstand tot de kust stellen twee stichtingen dat de windturbines een ontoelaatbare grote impact hebben op het vrije uitzicht. Uit onderzoek blijkt dat tijdens de gehele zomer vanuit Noordwijk, Katwijk en Scheveningen respectievelijk tenminste 24%, 36% en zelfs 40%(!) van de tijd ten minste één windturbine zichtbaar zal zijn. De Afdeling overweegt echter dat dit geen onevenredige aantasting is van het vrije zicht op de Noordzee en het landschap. Als badgast op deze stranden zult u in de nabije toekomst dus gewoon moeten wennen aan het nieuwe uitzicht.

De volledige uitspraken zijn te vinden via deze links: ECLI:NL:RVS:2019:1258 (Windpark Hattemerbroek) en ECLI:NL:RVS:2019:1205 (Windpark Hollandse Kust).

Voor meer informatie over omgevingsrecht en duurzaamheidsrecht, neem contact op met onze specialisten Harald Wiersema en Ko Hamelink.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar