Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen

Wijziging wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen.

Het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen staat al geruime tijd “on hold”, maar in november 2018 verscheen dan toch de nota van wijziging. Het wetsvoorstel brengt met name voor de governance van stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen belangrijke wijzigingen met zich mee. Van het oorspronkelijke idee om de normen die gelijk zijn voor alle rechtspersonen te verzamelen in titel 1 van Boek 2 BW, wordt in het gewijzigde voorstel afstand gedaan. Ondanks dat de inwerkingtreding nog altijd niet in zicht is, zijn er relevante ontwikkelingen te melden. Hieronder zullen de zeven belangrijkste wijzigingen worden uiteengezet.

  1. Meervoudig stemrecht

De beperking dat één bestuurder of commissaris niet meer stemmen kan uitbrengen dan de overige tezamen, voor stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen komt te vervallen.

  1. Bevoegdheid tot schorsing bestuurders

De bevoegdheid tot schorsing van bestuurders door de raad van commissarissen is in het gewijzigde voorstel beperkt. Op basis van het gewijzigde voorstel kunnen slechts de door de algemene vergadering benoemde bestuurders door de raad van commissarissen worden geschorst. Een door een derde benoemde bestuurder valt hier dus niet onder.

  1. Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement

Het bewijsvermoeden van de bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement is volgens het gewijzigde voorstel niet van toepassing op bestuurders en commissarissen van niet-commerciële verenigingen en stichtingen. Het vermoeden geldt slechts voor verenigingen en stichtingen die vennootschapsbelastingplichtig zijn. Ook voor semipublieke verenigingen en stichtingen die op grond van sectorale wet- en regelgeving een jaarrekeningplicht hebben, zoals zorginstellingen, woningcorporaties, onderwijsinstellingen en pensioenfondsen geldt het bewijsvermoeden. Een en ander brengt uiteraard niet met zich mee dat bestuurders en commissarissen van niet-commerciële verenigingen en stichtingen niet aansprakelijk zouden kunnen zijn in faillissement. De bewijslast van onbehoorlijk bestuur rust voor hen echter op de curator.

  1. Overgangsregeling tegenstrijdig belang situatie

In het gewijzigde voorstel is een overgangsregeling opgenomen betreffende tegenstrijdig belang situaties die in het verleden hebben plaatsgevonden. Een vóór de inwerkingtreding verrichte onbevoegde vertegenwoordiging door een tegenstrijdig belang kan door de algemene vergadering na inwerkingtreding alsnog worden bekrachtigd. Op een statutaire regeling die inhoudt dat in alle gevallen waarin sprake is van een tegenstrijdig belang er vertegenwoordiging plaatsvindt door een ander dan het bestuur of een bestuurder, kan na de inwerkingtreding van de wet geen beroep meer worden gedaan.

  1. Bestuursverbod bij rechterlijk ontslag

Het ontslag van een bestuurder of commissaris door de rechter brengt van rechtswege een bestuursverbod van vijf jaar met zich mee. In het gewijzigde voorstel wordt een uitzondering op het bestuursverbod voor stichtingsbestuurders en stichtingscommissarissen gemaakt in het geval hen geen ernstig verwijt kan worden gemaakt.

  1. Statutaire belet- en ontstentenisregeling

De verplichting voor een vereniging en stichting om een belet- en ontstentenisregel op te nemen voor de situatie waarin alle bestuurders of alle commissarissen ontbreken, is geschrapt. Dit laat natuurlijk onverlet dat de notaris een dergelijke regeling alsnog in de statuten kan opnemen.

  1. Aanduiding raad van toezicht toegestaan

Uit het gewijzigd voorstel volgt dat het toezichthoudend orgaan van een vereniging en een stichting, doorgaans de raad van commissarissen, ook kan worden aangeduid als raad van toezicht.

 

Neem voor meer informatie contact op met onze ondernemingsrechtspecialisten Pim van de Goor en Dewi Westenberg.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar