Verstand van zaken: uw financieringsovereenkomst – een (te) dikke stapel papierwerk?

Of uw financieringsovereenkomst nu is gebaseerd op algemene voorwaarden of op een uitgebreid contract; er staan talloze voorwaarden in. Veel van deze voorwaarden zien op het verminderen van het risico voor de bank dat de financiering niet terugbetaald kan worden (het “kredietrisico”). Enkele voorbeelden van dit type voorwaarden:

1. Opschortende voorwaarden – ook wel “CP’s” of “conditions precedent”
Voordat de bank een (deel van de) financiering uitboekt, wil de bank zeker weten dat bepaalde zaken op orde zijn. Bijvoorbeeld dat alle benodigde vergunningen voor de bouw van het bedrijfspand zijn verkregen. Zo niet, dan hoeft de bank niet uit te boeken.

2. Verklaringen en garanties – ook wel “Representations (reps) and warranties”
De kredietnemer doet een aantal verklaringen over diens feitelijke omstandigheden. Bijvoorbeeld de verklaring dat er geen juridische procedures lopen. De kredietnemer staat ervoor in (garandeert) dat deze verklaringen juist zijn en dat daarmee de feitelijke situatie gelijk is aan de wenselijke situatie waarop de bank haar financiering heeft gebaseerd. De verklaringen en garanties hebben daarom een onderzoeksfunctie. Blijkt de feitelijke situatie af te wijken van de wenselijke situatie, dan kan dit een vergroting van het kredietrisico betekenen. In dat geval moet de kredietnemer de bank hiervoor waarschuwen zodat de bank maatregelen kan treffen.

3. Doorlopende verplichtingen – ook wel “undertakings”
Gedurende de looptijd van de financiering mag het kredietrisico niet wijzigen. Daarom verlangt de bank dat de kredietnemer zich verplicht tot het doen of laten van bepaalde handelingen waardoor het kredietrisico verhoogd kan worden. Deze verplichtingen kunnen zien op bijvoorbeeld het verbod op het aantrekken van additionele financieringen (ook wel “no further indebtedness”) of het vestigen van nieuwe zekerheden.

4. Garanties, hoofdelijke aansprakelijkheid en andere zekerheden
In aanvulling op de aanspraak tot terugbetaling jegens de kredietnemer, zal de bank soms verlangen dat ook groepsmaatschappijen van de kredietnemer (of derden) aangesproken kunnen worden tot terugbetalen, om de verhaalsmogelijkheden van de bank te vergroten. Deze groepsmaatschappijen of derden geven daarvoor een garantie af of stellen zich hoofdelijk aansprakelijk. Om te vergemakkelijken dat de vordering van de bank verhaald kan worden op bepaalde activa zonder dat andere schuldeisers verhaal kunnen nemen op die activa (en om dit zeker te stellen in faillissement), verlangt de bank veelal dat de aansprakelijke partijen goederenrechtelijke zekerheden vestigen in de vorm van hypotheekrechten of pandrechten.

5. Opeisingsgronden – ook wel “events of default”
Komt de kredietnemer de afspraken met de bank niet (tijdig) na, of doet er zich een omstandigheid voor, die zodanig afwijkt van de wenselijke situatie waarop de bank haar financiering heeft gebaseerd en waardoor het kredietrisico naar het oordeel van de bank onacceptabel wordt (zogenaamde “opeisingsgronden”), dan mag de bank de financiering opeisen.

Bovengenoemde voorwaarden, die strekken tot het beperken van het kredietrisico van de bank, vormen voor de kredietnemer een risico dat de financiering niet (langer) ter beschikking staat of wordt opgeëist, hetgeen verregaande consequenties kan hebben voor de bedrijfsvoering. Een goede financieringsovereenkomst impliceert een gebalanceerde verdeling van deze twee risico’s; ruimte voor onderhandeling!

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Monieke Linck, 073 61 61 100.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar