Verstand van zaken: Schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken

Overtredingen van het nationaal en/of Europees mededingingsrecht leiden zelden tot schadeclaims van bijvoorbeeld concurrenten of benadeelde eindafnemers. Dit komt mede door procedurele hobbels die moeten worden genomen. Om deze reden is er een nieuwe Richtlijn opgesteld die schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken faciliteert. De Richtlijn beoogt effectieve handhaving van het mededingingsrecht te bevorderen, alsmede volledige vergoeding van de schade (verlies + gederfde winst + rente) door zulke inbreuken.

Het Europese Parlement heeft deze nieuwe Europese Richtlijn goedgekeurd en de Raad van Ministers zal de tekst hoogstwaarschijnlijk vaststellen. De Europese Lidstaten hebben tot medio 2016 de tijd om de Richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

De Richtlijn regelt onder andere de volgende aspecten:

· De rechter kan in een schadevergoedingsprocedure over een inbreuk op het mededingingsrecht openbaarmaking van bewijsmiddelen bevelen. Het kan dan gaan om bewijsmiddelen die berusten bij de wederpartij of een derde, waaronder de mededingingsautoriteit (in Nederland ACM), indien aannemelijk is dat er schade is geleden. De rechter let bij zijn beslissing op de waarschijnlijkheid van de inbreuk, de noodzaak over de informatie te beschikken, de omvang daarvan en of het vertrouwelijke informatie betreft. De ACM beschikt over vertrouwelijke informatie, bijvoorbeeld indien een deelnemer aan een kartel als klokkenluider heeft opgetreden (clementieregeling). Die informatie mag niet openbaar worden gemaakt omdat de bereidheid om als klokkenluider te opereren dan afneemt. Een eindbeslissing van een nationale mededingingsautoriteit vormt bewijs van de overtreding voor de rechters van die Lidstaat. Besluiten van de Europese Commissie zijn sowieso bindend voor de rechters van alle Lidstaten.

· Er bestaat een hoofdelijke aansprakelijkheid van iedere inbreukmakende partij tegenover de benadeelde. Een karteldeelnemer aan wie als klokkenluider clementie is verleend, is hoofdelijk aansprakelijk ten opzichte van zijn eigen (in)directe afnemers, maar tegenover andere benadeelden slechts voor zover zij geen volledige schadevergoeding kunnen verhalen op de andere karteldeenemers.
· De verjaringstermijn van 5 jaar gaat in vanaf het moment dat de inbreuk op het mededingingsrecht is gestopt. Ook moet de benadeelde weten dat er een inbreuk was waardoor schade is geleden, en wie de inbreukmakende partij was.

· Het zogenaamde ‘passing on’ verweer wordt erkend: een inbreukmakende partij mag als verweer tegen een schadeaanspraak aanvoeren dat een opgelegde prijsverhoging is verdisconteerd in een door de benadeelde aan zijn afnemers opgelegde prijsverhoging. Uiteindelijk moet degene die de rekening heeft betaald – de eindafnemer / consument – gerechtigd zijn schadevergoeding te ontvangen.
· Een kartelinbreuk wordt vermoed schade te hebben veroorzaakt; de inbreukmakende onderneming heeft het recht dit te weerleggen.

Conclusie
De Richtlijn lijkt een goed instrument te zijn ter bevordering van de handhaving van het mededingingsrecht, maar vooral ter versteviging van de positie van benadeelden.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ferry Weelen, 040 23 80 600.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar