Verjaring verzekering

Verjaring periodieke uitkeringen arbeidsongeschiktheidsverzekering

Verjaren periodieke uitkeringen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering in één keer of gaat er maandelijks een nieuwe verjaringstermijn lopen? De Commissie van Beroep van het Kifid heeft geoordeeld over die belangrijke vraag.

Wat was de aanleiding?

Een vrouw heeft op 31 maart 2009 een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten bij een verzekeraar met een looptijd van 20 jaar.  Zij heeft een eigen risico-periode van 730 dagen nadat zij arbeidsongeschikt is geworden. De vrouw wordt blijvend arbeidsongeschikt op 25 januari 2011. Op 3 juni 2016 ontvangt de verzekeraar een meldingsformulier, waarop de vrouw heeft aangegeven dat zij op 25 januari 2011 arbeidsongeschikt is geworden. Bij brief van 13 juni 2016 wijst de verzekeraar het verzoek om een uitkering af met een beroep op verjaring.

De vrouw heeft bindend advies gevraagd aan de geschillencommissie van het financiële klachteninstituut Kifid. Daarbij is de vrouw in het gelijk gesteld. De verzekeraar heeft vervolgens beroep ingesteld bij de hoogste instantie van het klachteninstituut, de Commissie van Beroep.

Wat is de juridische vraag?

Het wetsartikel betreffende verjaring van verzekeringsuitkeringen (art. 7:942 lid 1 BW) bepaalt inderdaad dat een rechtsvordering tot het doen van een verzekeringsuitkering van een verzekerde verjaart door verloop van drie jaren. Deze verjaringstermijn gaat lopen op het moment dat de tot uitkering gerechtigde met de opeisbaarheid van de vordering bekend is geworden. De vraag waar het hier om draait is: moet de rechtsvordering tot het doen van een periodieke verzekeringsuitkering worden beschouwd als één rechtsvordering tegen de verzekeraar of als meerdere, maandelijks opeisbare vorderingen? Is het één rechtsvordering dan is de hele uitkering in één keer verjaard en kan er helemaal geen aanspraak meer gemaakt worden op enige verzekeringsuitkering uit de verzekering.Is het laatste het geval, dan zijn de vorderingen vanaf 3 juni 2013 nog niet verjaard.  Ook de vorderingen ná de melding tot aan 2029 zijn dan nog niet verjaard.

Het oordeel van de Commissie van Beroep

 De Commissie van Beroep oordeelt nu dat de periodieke verzekeringsuitkering moet worden gezien als een reeks op zichzelf staande vorderingen, waarvan er maandelijks één opeisbaar wordt. Die maandelijkse vordering verjaart drie jaar later. Er is maar één verzekerd risico, namelijk de arbeidsongeschiktheid, maar voorwaarde voor uitkering is dat de arbeidsongeschiktheid blijft voortduren. Daaruit vloeit voort of er al dan niet een opeisbare vordering is. Voor in de toekomst gelegen termijnen geldt dat dit een reeks (nog) niet opeisbare vorderingen is.

Dit leidt tot de volgende uitkomst voor de vrouw. De eigen risico-periode is verstreken op 25 januari 2013, vanaf dat moment werden de vorderingen maandelijks opeisbaar. De aanmelding is gedaan op 3 juni 2013. Dit brengt mee dat de termijnen tussen 25 januari 2013 en 3 juni 2013 zijn verjaard, maar de termijnen ná 3 juni 2013 nog niet.

De Commissie van Beroep is in overeenstemming met een eerdere uitspraak van de kantonrechter Amsterdam, maar wijkt af van een eerdere uitspraak gedaan door de rechtbank Breda. De rechtbank Breda meende dat het slachtoffer in één keer bekend was met alle voorzienbare, toekomstige opeisbare vorderingen die voortvloeiden uit een reeds bestaand voortdurend risico, namelijk de arbeidsongeschiktheid.

Wat betekent dit voor toekomstige zaken?

Heeft deze uitspraak van het Kifid,  een vorm van buitengerechtelijke geschillenbeslechting, gevolgen voor andere, gerechtelijke procedures? De Hoge Raad heeft daar al eens over beslist (NJ 1996/683). Hoewel de uitspraken van een klachteninstantie in beginsel alleen gevolgen hebben voor partijen, kan een rechter een oordeel van een klachteninstituut als het Kifid meenemen als een in Nederland levende rechtsovertuiging (conform art. 3:12 BW). Er moet dan wel een beroep worden gedaan op de redelijkheid en billijkheid.

De uitspraak heeft in elk geval gevolgen voor volgende procedures bij het Kifid, nu de uitspraak gedaan is door de Commissie van Beroep. Die commissie geeft een finaal oordeel als partijen het niet eens zijn met het oordeel van de Geschillencommissie van het Kifid. Wanneer dezelfde rechtsvraag aan de orde is, zullen zaken conform dit oordeel van de Commissie van Beroep worden afgehandeld.

Heeft u vragen over de verjaring van uitkeringen uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering? Neem dan contact op met één van onze gespecialiseerde aansprakelijkheid, verzekering & vervoeradvocaten: Martine Bouman of Barend Stroetinga

Dit artikel is geschreven door Janet van de Bunt, medewerker van het Wetenschappelijk Bureau van Holla advocaten.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar