Verhaalsconstructies

Nieuw hulpmiddel voor fiscus: de ‘fiscus pauliana’

De positie van de fiscus bij het innen van belastingschulden is de afgelopen jaren aanzienlijk sterker geworden, maar als het aan de fiscus ligt, kan daar nog wel een schepje bovenop. Het Belastingplan 2019 bevat namelijk maatregelen waarmee de constructies die zijn opgezet om betaling van belasting te ontlopen (zogenaamde ‘verhaalsconstructies’), makkelijker kunnen worden aangepakt. Een van deze maatregelen, gericht op het aansprakelijk stellen van begunstigden, is echter wel héél ruim opgesteld. Zelfs de ‘gewone burger’ kan er de dupe van worden.

Het Belastingplan 2019
Reeds voordat de nieuwe plannen op Prinsjesdag werden gepresenteerd, had het Belastingplan 2019 op zijn zachts gezegd wat stof doen opwaaien. Het plan om de dividendbelasting af te schaffen werd na de nodige ophef ingetrokken. Vier invorderingsmaatregelen tegen verhaalsconstructies bleven wel overeind. De wetswijziging heeft volgens het kabinet slechts invloed op circa twintig zaken per jaar, maar dit zijn zaken waar bedragen van vaak honderd miljoen of meer mee zijn gemoeid. Zaken die een dermate grote maatschappelijke impact hebben, dat nieuwe wetgeving volgens het kabinet noodzakelijk is.[1]

Artikel 33a Invorderingswet 1990
Het nieuwe artikel 33a Invorderingswet 1990 focust zich met name op zogenaamde ‘kerstboomconstructies’. Dit zijn ingewikkelde bedrijfsstructuren waarmee een belastingschuldige het zicht van de Belastingdienst op zijn werkelijke belastbare vermogen probeert te belemmeren. Een van de vereisten van het artikel is dat er sprake moet zijn van een verhaalsconstructie. Enkele voorbeelden van deze verhaalsconstructies staan in de Memorie van Toelichting, maar het is voor de ontvanger van de belastingdienst mogelijk om omstandigheden toe te voegen wanneer de voorbeelden niet toereikend blijken te zijn. Bij ministeriële regeling[2] kunnen nieuwe vormen van verhaalsconstructies later worden toegevoegd.[3] Daar zit dan ook de crux, aangezien dit betekent dat de ontvanger van de belastingdienst in hoog tempo door middel van een ministeriële regeling kan anticiperen op nieuwe situaties en deze zodoende snel de kop in kan drukken.[4]

Gevolgen voor gewone burger 
Ondanks dat de wetgever met name oog heeft voor grote internationale kerstboomconstructies, kan het toevoegen van nieuwe omstandigheden gevolgen hebben voor de ‘gewone burger’. De Belastingdienst stelt dat indien je goeder trouw bent, je door de toets aan objectieve omstandigheden tóch wel zal worden beschermd.[5] Dit antwoord biedt echter geen zekerheid en zodoende is de toekomst van het gebruik van dit artikel jegens de gewone burger in ongewis.

Afgelopen dinsdag (18 december 2018) is artikel 33a Invorderingswet 1990 na stemming aangenomen door de Eerste Kamer, wat betekent dat de wet vanaf 1 januari 2019 in werking zal treden. Vervolgens is het natuurlijk afwachten hoe de toepassing van het artikel in de praktijk gaat zijn. Wij houden u hier graag van op de hoogte!

Lisanne Drenth en Demi van Zantvoort

 

[1] Kamerstukken II 2018/19, 35027, 3, p.7. par. 5.1. (MvT).

[2] Nadat het is voorgelegd aan het parlement.

[3] Artikel 33a lid 6 Invorderingswet 1990.

[4] De Afdeling advisering van de Raad van State zag dit ook liever op een andere wijze gebeuren. Advies RvS 10 september 2018, nr. W06.18.0266/III, p.8 – eerste tekstblok.

[5] Advies RvS 10 september 2018, nr. W06.18.0266/III, p.6 – laatste tekstblok.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar