Uitzendbeding en einde dienstverband

Het uitzendbeding en einde dienstverband bij ziekte – deel 2

Vorig jaar schreef ik een artikel over de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag dat het uitzendbeding in de NBBU-cao na 1 juli 2015 strijdig was met dwingend recht. Deze uitspraak leek tot gevolg te hebben dat een uitzendovereenkomst met uitzendbeding in principe niet eindigt als de uitzendkracht zich ziekmeldt en zich beroept op de vernietiging van de betreffende bepaling van de ABU- of NBBU-cao. Inmiddels ligt er een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over deze materie. Biedt deze een oplossing voor de uitzendwerkgever?

De uitzendovereenkomst met uitzendbeding

De uitzendovereenkomst is een bijzondere vorm van een arbeidsovereenkomst. De uitzendkracht heeft minder ontslagbescherming dan een ‘normale’ werknemer. De wet (meer specifiek artikel 7:691 lid 2 BW) biedt de uitzendwerkgever de mogelijkheid om een uitzendbeding op te nemen in de uitzendovereenkomst. Dit artikel regelt dat in de uitzendovereenkomst afgesproken kan worden dat de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt als de inlener (opdrachtgever) de terbeschikkingstelling om welke reden dan ook beëindigt. Deze afspraak kan worden gemaakt voor de eerste 26 weken van een dienstverband, maar deze termijn kan bij cao worden verlengd tot 78 weken.

De casus bij de Rechtbank Rotterdam

De werknemer in kwestie had een uitzendovereenkomst in fase A met uitzendbeding. Op de uitzendovereenkomst was de ABU-cao van toepassing. In de uitzendovereenkomst was opgenomen dat deze van rechtswege zonder opzegging zou eindigen onder meer (i) op verzoek van de opdrachtgever of (ii) bij melding van ziekte of ongeval. De uitzendkracht meldt zich op 9 juli 2020 ziek. De uitzendwerkgever laat enkele dagen later per e-mail aan de uitzendkracht weten dat de opdrachtgever de opdracht heeft beëindigd. Dit houdt volgens hen in dat de overeenkomst kan worden opgezegd, ondanks het feit dat de uitzendkracht ziek is.

De werknemer verzoekt om vernietiging van de opzegging en doorbetaling van loon. Hij verwijst  daarvoor naar de eerdergenoemde uitspraak van het Gerechtshof Den Haag en stelt dat het beding in de uitzendovereenkomst waarin opgenomen is dat de uitzendovereenkomst eindigt bij ziekte nietig is.

De kantonrechter vindt het van belang dat artikel 7:691 lid 2 BW bepaalt dat een uitzendwerkgever en een uitzendkracht met elkaar mogen afspreken dat de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt, als de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht op verzoek van de inlener eindigt. Deze afspraak wordt aangeduid als het uitzendbeding. Vervolgens verwijst de kantonrechter naar de wetsgeschiedenis. Daaruit blijkt dat een inlener om welke reden dan ook de inlening mag beëindigen. Dus ook vanwege ziekte.

In deze zaak staat vast dat partijen een uitzendbeding overeengekomen zijn in de uitzendovereenkomst. De uitzendwerkgever heeft verder e-mails waaruit blijkt dat de inlener op 15 juli 2020 heeft laten weten niet verder te willen met de uitzendkracht.

In de zaak die speelde bij het Gerechtshof Den Haag ging het over een bepaling in de NBBU-cao. In deze zaak gaat het om een uitzendbeding dat is vastgelegd in de uitzendovereenkomst. De uitzendkracht kan daarom volgens de kantonrechter geen beroep doen op de uitspraak van het Gerechtshof. De kantonrechter is van mening dat de uitzendovereenkomst van rechtswege geëindigd is omdat de inlener de opdracht heeft beëindigd. Het feit dat de uitzendkracht op dat moment ziek was, staat volgens de kantonrechter niet in de weg aan het einde van de uitzendovereenkomst. De uitzendovereenkomst is in dit geval dus rechtsgeldig geëindigd.

Gevolgen voor de praktijk

Ondanks de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, lijkt het erop dat een uitzendovereenkomst ook tijdens ziekte nog steeds van rechtswege kan eindigen. Aan de uitzendwerkgever zou ik willen meegeven dat het verstandig is om in de uitzendovereenkomst niet alleen te verwijzen naar de ABU- of NBBU-cao, maar het uitzendbeding ook op te nemen in de uitzendovereenkomst. Daarnaast doet de uitzendwerkgever er goed aan om een schriftelijke bevestiging te vragen van de beëindiging van de opdracht door de inlener, als dat zich voordoet.

Heeft u vragen over (de gevolgen van) het uitzendbeding en ziekte of arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht? Neem dan contact op met Marloes Stuurop of met één van de andere medewerkers van de Business Unit Arbeidsrecht (088-4402400).

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?