Uitgesproken: Zero tolerance – eerste hulp bij hennep en huur

Recentelijk deed de Eerste Kamer een oproep aan ministers Opstelten en Plasterk om de problemen die gemeenten hebben met illegale hennepteelt op te lossen. Ook woningbouwcorporaties worden regelmatig geconfronteerd met telende huurders. Het spreekt voor zich dat de corporaties de huurovereenkomst dan willen beëindigen en dat de woning in de aanloop daartoe zo snel mogelijk wordt ontruimd.

Indien de huurder de woning niet vrijwillig verlaat, lijkt ontruiming via een kort geding de aangewezen route. Dat ging tot nu toe echter niet zomaar. In kort geding vormt de vereiste spoedeisendheid nogal eens een struikelblok. Het enkele feit dat de huurder een hennepkwekerij heeft geëxploiteerd brengt niet zonder meer met zich mee dat de verhuurder een spoedeisend belang bij ontruiming heeft, zo volgt uit de rechtspraak. Een dergelijke maatregel is diep ingrijpend in het woonrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder en heeft in de praktijk vaak een definitief karakter. Om die reden zal telkens een belangenafweging plaatsvinden en zal een onverwijlde ontruiming bij kort geding slechts dan gerechtvaardigd zijn indien in redelijkheid niet van een verhuurder kan worden verlangd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Ook het beoogde signaal dat een verhuurder met die snelle ontruiming aan andere huurders wil afgeven vormt geen spoedeisend belang.

Het goede nieuws voor woningcorporaties met een zero tolerancebeleid is dat daar verandering in lijkt te komen. Het hof Den Haag heeft recentelijk uitgemaakt dat het belang van een woningcorporatie om een dergelijk beleid effectief te kunnen voeren onder omstandigheden wel degelijk een spoedeisend belang oplevert. Het hiermee beoogde effect (afschrikkende werking en signaal richting derden dat hennepteelt niet wordt getolereerd) wordt immers eerder bereikt indien de ontruiming snel plaatsvindt (lik-op-stukbeleid). Voorwaarde blijft dat sprake moet zijn van een ernstige tekortkoming en dat boven redelijke twijfel is verheven dat de huurovereenkomst in de bodemprocedure zal worden beëindigd. In dat geval kan van de verhuurder niet worden verlangd dat de huurder nog langer gebruik maakt van het gehuurde, ook al is de huurovereenkomst nog niet rechtsgeldig geëindigd, aldus het hof. Dat in deze kwestie hennep werd gekweekt om uit de schulden te blijven en dat huurster na ontruiming met haar 1-jarige dochter op straat zou komen te staan, deed daar niet aan af.

De uitspraak van het hof is een opsteker voor woningcorporaties met een zero tolerancebeleid, die hun aanpak van illegale hennepkweek beloond zien.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Nina van Wylick, 073 61 61 100.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar