Turboliquideren

Turboliquideren in de toekomst nog wel ‘turbo’?

Op  7 oktober jl. verscheen het artikel hieronder over de ‘turboliquidatie’ in het Financieel Dagblad. De turboliquidatie is een snelle en goedkope manier om rechtspersonen “op te ruimen”, maar biedt daardoor minder waarborgen voor schuldeisers. Minister Dekker ziet dat graag anders en stuurde op 7 oktober jl. twee plannen naar de Tweede Kamer. Het is maar de vraag of de turboliquidatie in de toekomst nog wel zo ‘turbo’  blijft.

Het doel van de turboliquidatie was het vereenvoudigen van de “opheffing” (in vakjargon: de ontbinding) van rechtspersonen. De turboliquidatie wordt – in tegenstelling tot de ‘normale’ ontbinding –  niet gevolgd door een procedure waarin het nog aanwezige vermogen van de op te heffen rechtspersoon vereffend wordt. Het bestuur kan tot turboliquidatie besluiten als de rechtspersoon niet meer over vermogen (baten) beschikt. Dat lijkt logisch; als er geen baten zijn, kan er ook niets vereffend worden. De Kamer van Koophandel onderzoekt vervolgens summierlijk of baten inderdaad ontbreken, alvorens zij overgaat tot de uitschrijving van de rechtspersoon.

De wet stelt voor deze snelle manier van opruimen van een rechtspersoon uitsluitend de voorwaarde dat baten gedurende de ontbinding ontbreken; ook rechtspersonen mét schulden kunnen dus turboliquideren. En juist dat is de reden waarom minister Dekker meer waarborgen voor schuldeisers wil creëren. Rechtspersonen met schuldeisers kunnen de rechtspersoon in een korte periode laten ‘verdwijnen’  waarna schuldeisers met lege handen achterblijven. Die kunnen dan in theorie de bestuurders aanspreken, maar ook die zijn dan vaak met de noorderzon vertrokken.

Als het aan minister Dekker ligt, moet de procedure aanzienlijk transparanter en zouden schuldeisers vooraf meer controle moeten kunnen uitoefenen. Dat zou worden bereikt door het bestuur van een rechtspersoon te verplichten een slotbalans op te stellen en vast te laten leggen. Het bestuur zou hierin ook moeten verklaren, waarom de onderneming geen vermogen meer heeft.

in België is de zogenoemde verslagplicht voor bestuurders al sinds jaar en dag opgenomen in de wet. Het voorstel van Dekker vertoont gelijkenissen met de Belgische “ééndagsvereffening”maar mist één belangrijk element daarvan: bestuurders in België zijn verplicht om het voornemen tot ééndagsvereffening te publiceren, opdat de schuldeisers vooraf op de hoogte (kunnen) zijn van de aankomende ontbinding van de rechtspersoon. Hoewel deze procedure dus meer waarborgen lijkt te bieden voor schuldeisers, ontbreekt het door die publicatieplicht aan eenvoud en efficiëntie. En laat dat nu juist het doel zijn (geweest) van de Nederlandse turboliquidatie.

Ik vraag mij af of het doel – een betere bescherming van schuldeisers – wordt bereikt met het voorstel van Dekker. Zou het niet meer bescherming bieden als het bestuur voorafgaand aan het ontbindingsbesluit verplicht wordt om de crediteuren van de vennootschap te informeren over het voornemen om te turboliquideren? Dan kunnen crediteuren vooraf in actie komen in plaats van achteraf te constateren dat een vennootschap plots niet meer bestaat en de bestuurders ook gevlogen zijn of geen verhaal (meer) bieden.

Hebt u vragen over de ontbinding van een vennootschap en de mogelijke risico’s hierbij? Neemt u dan gerust contact op. Mijn kantoorgenoten en ik helpen u graag.

 

 

Rowie Florijn

< Vorige

Spring naar toolbar