Rol arts bij aansprakelijkheid

Een incident en aansprakelijkheid

Eerder berichtte ik u dat het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam een uitspraak had gedaan over de betrokkenheid van de arts bij de afwikkeling van een aansprakelijkheidskwestie (zie nieuwsbericht). Zo dient een arts direct na een incident contact op te nemen met de patiënt, te inventariseren wat nodig is om de schade te beperken, onderzoek te doen naar het incident en dient hij zijn verontschuldigingen aan te bieden als blijkt dat sprake is geweest van een fout, welke fout hij ook zal moeten erkennen.

Een en ander staat beschreven in de Gedragscode openheid incidenten; betere afwikkeling medische aansprakelijkheid (GOMA). Op het moment dat de arts merkt dat zijn aansprakelijkheidsverzekeraar de schade op onzorgvuldige wijze afwikkelt, ligt het bovendien op de weg van de arts om zijn aansprakelijkheidsverzekeraar actief aan te spreken, aldus het tuchtcollege.

Van de uitspraak van het tuchtcollege gingen de artsen die het aanging in hoger beroep. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg deed onlangs uitspraak en formuleerde daarbij een aantal uitgangspunten die ik graag onder uw aandacht breng.

Het eerste uitgangspunt betreft de naleving van de GOMA. Net als het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg benadrukte het Centraal Tuchtcollege het belang van de aanbevelingen in de GOMA. Voorts benadrukte ook het Centraal Tuchtcollege dat communicatie, persoonlijke aandacht, empathie, zorgzaamheid en correcte bejegening in het kader van de (na)zorg bij een incident een zeer grote rol spelen en dat de zorgplicht van de arts zich niet beperkt tot de (medische) gevolgen van een incident voor een patiënt. De zorgplicht strekt zich ook uit tot de afhandeling van schade als sprake blijkt te zijn van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van de arts. Dat betekent dat de arts, voor zover dat in zijn vermogen ligt, erop moet toezien dat een schadeclaim binnen een redelijke termijn wordt afgehandeld en dat hij alles moet doen dat daaraan kan bijdragen. Schending van de zorgverplichtingen die in deze aanbevelingen besloten liggen, kan een tuchtrechtelijk verwijt opleveren in de zin van artikel 47, lid 1, aanhef en onder b (de tweede tuchtnorm) van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG).

Of sprake is van een schending zal echter niet steeds eenvoudig zijn vast te stellen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt denk ik terecht dat het in veel zaken niet eenvoudig is om de aansprakelijkheidsvraag (heeft de arts een fout gemaakt?) of de causaliteitsvraag (heeft de fout tot schade geleid?) te beantwoorden. Ook overweegt het Centraal Tuchtcollege naar mijn mening terecht dat een zorgvuldige afbakening van het grensgebied tussen verantwoorde medische nazorg en juridische afhandeling van claims noodzakelijk is.

In het onderhavige geval leidde een en ander tot het oordeel van het Centraal Tuchtcollege dat erkennen van ‘evidente’ fouten een must is, maar dat dit niet hoeft als er gerede twijfel bestaat. Wel dient te allen tijde openheid van zaken te worden gegeven en ook excuses voor de gevolgen van een incident mogen niet beperkt blijven tot fouten.

Het tweede uitgangspunt betreft de zorgplicht bij het schadeafwikkelingstraject, welke plicht bestaat uit de deugdelijke voorlichting van de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en – in een geval dat zich daarvoor leent – het tot meer spoed manen van de verzekeraar en/of het pogen de communicatie tussen verzekeraar en patiënt te verbeteren. Wat echter niet tot de rol van de arts behoort, is bemoeienis met inhoudelijke discussies over civiele aansprakelijkheid, causaliteit en schadebegroting. Het Centraal Tuchtcollege overweegt mijns inziens wederom terecht dat van de arts niet mag worden verlangd dat hij ook kennis heeft van strikt juridische aangelegenheden. Op dat vlak heeft hij dus ook geen verplichtingen.

De uitspraak van het Centraal Tuchtcollege oogt in die zin wat ‘milder’ dan die van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Niettemin blijft van belang onder de aandacht te brengen dat het gedrag van arts rondom een incident toetsbaar is. Als arts doe je er goed aan de GOMA te lezen en doe je er nog beter aan te handelen in overeenstemming met de aanbevelingen. Signaleren die wijzen op een stroperige, vervelende, discussie over de afwikkeling van de schade, tot slot, mogen niet worden genegeerd.

De uitspraken leest u hier:

http://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2018/ECLI_NL_TGZCTG_2018_67?ecli=ECLI%3ANL%3ATGZCTG%3A2018%3A67&Pagina=1&ItemIndex=1

http://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2018/ECLI_NL_TGZCTG_2018_68?ecli=ECLI%3ANL%3ATGZCTG%3A2018%3A68&Pagina=1&ItemIndex=1

Rolinka Wijne, Wetenschappelijk Bureau

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar