Roekeloos handelen

Bewuste roekeloosheid eigenaar binnenschip

Wat moet worden verstaan onder bewust roekeloos handelen door de eigenaar van een binnenschip? De Hoge Raad geeft de norm weer in zijn oordeel.


Wat was de aanleiding?

Een duwbak kapseist in 1993 bij het laden met nat zand. In 1994 is de duwbak opnieuw gekapseisd met een zandlading. Door het kapseizen van de duwbak, ontstaat er schade aan de duwsleepboot en aan een ander schip.

Bij het verhalen van de schade op de eigenaar van het binnenschip (art. 8:1060 BW e.v.), geldt in beginsel een beperking van de aansprakelijkheid wat betreft de hoogte van de schade (vgl. art. 8:1065). Het is echter niet mogelijk de aansprakelijkheid te beperken als er sprake is van bewuste roekeloosheid van de eigenaar (art. 8:1064). In de wet staat ‘roekeloos en met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien’.

De eigenaar wordt verweten dat hem blaam treft, omdat hij geen berekeningen heeft laten maken met betrekking tot de stabiliteit van de duwbak nadat de duwbak de eerste keer kapseisde.

De norm voor bewuste roekeloosheid

De Hoge Raad herhaalt de bijzondere norm voor bewuste roekeloosheid die hij eerder in 2001 al heeft gegeven. Van bewust roekeloos handelen is onder de volgende omstandigheden sprake: wanneer de aansprakelijk gestelde persoon het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren, maar hij zich door dit een en ander niet van dit gedrag laat weerhouden. Deze norm is ook nadien niet gewijzigd, maar herhaald door de Hoge Raad in 2002, 2009 en 2012 en heeft ook nu nog steeds te gelden. Er heeft ook geen andere, zwaardere norm te gelden als er een vaststaand gevaar is, zoals in gevallen van schade door een ondeugdelijk vervoermiddel.

In dit geval heeft de eigenaar bewust roekeloos gehandeld door geen berekeningen te laten maken en weer opnieuw een zandlading te vervoeren. Het gevolg is dat de eigenaar jegens de benadeelden geen recht heeft zijn aansprakelijkheid te beperken. Hij zal de volledige schade moeten betalen.

Slotsom

De norm voor bewust roekeloos handelen is niet gewijzigd sinds 2001, zo meent de Hoge Raad. De eigenaar van een binnenvaartschip kan zich alleen op beperking van de aansprakelijkheid beroepen – als de eigenaar het gevaar kent en de kans op verwezenlijking van het gevaar groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren.

Heeft u vragen over de bewuste roekeloosheid van de eigenaar van een binnenvaartschip? Neem dan contact op met één van onze gespecialiseerde aansprakelijkheid, verzekering & vervoeradvocaten: Martine Bouman of Barend Stroetinga

Dit artikel is geschreven door Janet van de Bunt, medewerker van het Wetenschappelijk Bureau van Holla advocaten.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar